Afbeelding gemaakt met Gemini AI van Google

Vervroegd pensioen naast je WW, WIA of IOW: het UWV trekt het meestal af, maar voor een al lopend deeltijdpensioen geldt een WW-uitzondering

Economie•

Wilt u DDS vaker zien?

Stel DDS in als voorkeursbron op Google.

Voeg DDS toe op Google
Volg ons op Google Nieuws
Wie een WW-, WIA- of IOW-uitkering ontvangt en vóór de AOW-leeftijd ouderdomspensioen laat ingaan, krijgt meestal minder of geen uitkering doordat het UWV het pensioen met de uitkering verrekent. Toch staan er in het Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten drie specifieke uitzonderingen voor de WW (waaronder een deeltijdpensioen dat je al ontving voordat je in hetzelfde dienstverband voor je overige uren werkloos werd) en aparte uitzonderingen voor de WIA en de Ziektewet. Voor oudere werklozen die na hun WW of WGA doorstromen naar een IOW-uitkering gelden die WW-uitzonderingen echter niet en trekt het UWV elk periodiek pensioen voor 100 procent af.
Werknemers die een paar jaar vóór hun AOW-leeftijd een deel van hun pensioen naar voren willen halen of minder uren gaan werken met deeltijdpensioen, krijgen bij baanverlies of langdurige ziekte te maken met de rekenregels van het UWV. Op de pagina over pensioen doorgeven tijdens een uitkering meldt het UWV dat je elk pensioen altijd moet doorgeven via het wijzigingsformulier of de maandelijkse Inkomstenopgave, en waarschuwt de instantie dat je een eenmaal ingegaan pensioen niet meer kunt terugdraaien.
Volgens de hoofdregel verrekent het UWV bijna alle soorten pensioen die je vóór je AOW-leeftijd ontvangt, ook uit het buitenland, met je uitkering, waardoor je minder of geen uitkering krijgt. Dat geldt volgens het UWV vaak voor (vervroegd) ouderdomspensioen, prepensioen, deeltijdpensioen, flexpensioen, een uitkering uit een Regeling voor Vervroegde Uittreding (RVU) en sommige lijfrentes. De wettelijke basis daarvoor ligt in het Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten (AIB): voor de WW in artikel 3:5 lid 4 onderdeel a AIB en voor de WIA in artikel 3:3 lid 2 onderdeel c AIB.

In welke 3 situaties het UWV je pensioen niet aftrekt van je WW

Voor wie een WW-uitkering ontvangt, kent artikel 3:5 van het Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten drie uitzonderingen waarbij een ouderdomspensioen vóór de AOW-leeftijd níét op de WW-uitkering in mindering wordt gebracht:
  1. Deeltijdpensioen dat al liep vóór je werkloosheid in hetzelfde dienstverband (artikel 3:5 lid 5 AIB): Ontving je al deeltijdpensioen dat samenhing met een eerder verlies van arbeidsuren, en word je daarna werkloos voor de uren die je nog wél werkte binnen hetzelfde dienstverband? Dan verrekent het UWV dat bestaande deeltijdpensioen niet met je WW-uitkering. Laat je daarentegen pas ná het intreden van je werkloosheid deeltijdpensioen of vervroegd pensioen ingaan, dan wordt het wel verrekend.
  2. Pensioen uit een eerdere baan dat al liep vóór je laatste dienstverband (artikel 3:5 lid 7 AIB): Ontvang je pensioen uit een eerder dienstverband dan de baan waaruit je werkloos bent geworden, én ontving je dat pensioen al voordat je begon aan het dienstverband waaruit je werkloos werd, dan telt dit pensioen niet mee voor je WW.
  3. Pensioen waarmee bij een eerdere WW al rekening is gehouden (artikel 3:5 lid 8 AIB): Is hetzelfde pensioen tijdens een eerder recht op een WW-uitkering al met die eerdere WW verrekend, dan trekt het UWV het niet opnieuw af.

De grens bij een WIA- of Ziektewet-uitkering

Bij arbeidsongeschiktheid kijkt de wet naar het moment waarop je ziek werd. Ontvang je een WIA-uitkering en kreeg je al pensioen voordat je ziek werd (wettelijk vastgelegd in artikel 3:3 lid 9 AIB als de dag voorafgaand aan de eerste dag van de tweejarige wachttijd), dan verrekent het UWV dat pensioen niet met je WIA-uitkering. Laat je tijdens je WIA-uitkering voor het eerst vervroegd pensioen ingaan, dan kan je uitkering wel omlaag gaan.
Voor de Ziektewet is de uitzondering in artikel 3:3 lid 1 (onderdeel c en tweede volzin) AIB ruimer: pensioen uit werk dat je deed voordat je ziek werd, verrekent het UWV niet met je Ziektewet-uitkering. Daarbij maakt het voor de Ziektewet niet uit of je dat pensioen al ontving voordat je ziek werd of dat het pas ingaat nadat je ziek bent geworden; alleen pensioen uit werkzaamheden die zijn gestart nadat het recht op Ziektewet ontstond, telt mee.

Waarom een eerder deeltijdpensioen of nabestaandenpensioen in de IOW wél voor 100% wordt afgetrokken

Een nabestaandenpensioen, een pensioen van een ex-partner, een arbeidsongeschiktheids- of invaliditeitspensioen en een pensioen dat je in één keer laat uitbetalen (afkoop van pensioen) hebben volgens het UWV meestal geen gevolgen voor een WW-, WIA- of Ziektewet-uitkering. Het UWV waarschuwt echter expliciet dat deze pensioensoorten wél gevolgen kunnen hebben voor wie een aanvullende toeslag van het UWV (Toeslagenwet) ontvangt of doorstroomt naar een IOW-uitkering.
Onder de voorwaarden voor de IOW komen oudere werklozen na afloop van hun WW-uitkering (mits zij langer dan drie maanden WW kregen doordat zij aan de jareneis voldeden, of doordat een WW van drie maanden was verlengd met de overgebleven duur van een eerdere WW) of na hun loongerelateerde WGA-uitkering in aanmerking voor een IOW-uitkering tot aan hun AOW-leeftijd als zij op hun eerste werkloosheidsdag (bij de WGA: de eerste dag van hun loongerelateerde uitkering) 60 jaar en 4 maanden of ouder waren én hun WW of WGA is gestart op of na 1 januari 2020 en uiterlijk op 31 december 2027.
Bij de berekening van de hoogte van de IOW (bruto 70 procent van het maandloon van je WW- of loongerelateerde WGA-uitkering, maar nooit hoger dan het sociaal minimum voor een alleenstaande) tellen je eigen vermogen en het inkomen en vermogen van je partner niet mee, al kan het inkomen van je partner wél invloed hebben als je daarnaast een toeslag van het UWV hebt. Van bruto-inkomsten uit werk trekt het UWV 70 procent af. Maar voor pensioenen geldt een veel strengere regel: elk periodiek pensioen en elke uitkering uit een RVU of functioneel leeftijdsontslag telt als overig inkomen (artikel 2:4 lid 1 onderdeel m AIB) en wordt volgens artikel 10 lid 4 van de Wet IOW bruto helemaal (100 procent) van de IOW-uitkering afgetrokken. In het overzicht welke inkomsten je bij een IOW-uitkering moet doorgeven staan ook invaliditeits- en nabestaandenpensioen, en bij de IOW-voorwaarden noemt het UWV ook deeltijdpensioen als inkomen dat het aftrekt. Als overig inkomen gaan ook die volledig van je IOW af. Alleen de eenmalig uitbetaalde afkoopwaarde van een klein pensioen (als bedoeld in artikel 66 van de Pensioenwet) telt op grond van artikel 2:4 lid 2 onderdeel d AIB niet als inkomen voor de IOW.
Stel dat een werknemer van 63 jaar vier dagen per week werkt, voor één dag per week alvast €400 bruto per maand aan deeltijdpensioen laat ingaan en voor de overige drie dagen bij dezelfde werkgever in dienst blijft. Raakt hij een jaar later buiten zijn schuld werkloos voor die resterende drie dagen (uiterlijk op 31 december 2027, en met een WW van langer dan drie maanden dankzij de jareneis), dan valt zijn bestaande deeltijdpensioen onder de WW-uitzondering van artikel 3:5 lid 5 AIB en trekt het UWV die €400 bruto per maand niet van zijn WW-uitkering af. Loopt zijn maximale WW-duur echter af voordat hij de AOW-leeftijd bereikt en vraagt hij aansluitend een IOW-uitkering aan, dan vervalt die WW-vrijstelling: in de IOW trekt het UWV diezelfde €400 bruto per maand voortaan voor 100 procent van zijn bruto IOW-uitkering af.
Wil je vaker zulke uitleg over je geld in je tijdlijn? Like en volg DDS op Facebook.
Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading