Ongeveer 11.000 werkenden moeten rekening houden met een lager nettobedrag op hun loonstrook. Vanaf 1 januari 2027 mogen werkgevers namelijk geen arbeidskorting meer toepassen op bepaalde UWV-uitkeringen die zij namens het UWV aan werknemers doorbetalen. Het brutoloon en de bruto-uitkering worden door deze wijziging niet automatisch lager. Er wordt alleen meer loonbelasting ingehouden, waardoor onder de streep meestal minder geld wordt overgemaakt.
Hoeveel iemand precies verliest, verschilt per situatie. UWV kan daarom geen algemeen maandbedrag noemen.
Om deze uitkeringen gaat het
De verandering geldt niet voor iedereen die een uitkering ontvangt. Het gaat specifiek om situaties waarin een werknemer in dienst is en de werkgever de uitkering samen met het loon of een aanvulling uitbetaalt.
Volgens UWV kan de nieuwe berekening gelden bij de volgende uitkeringen:
-
WAO;
-
WAZ;
-
Wajong;
-
WIA;
-
een Ziektewetuitkering die begon voordat de werknemer in dienst kwam;
-
WAMIL;
-
WW wegens onwerkbaar weer;
-
WW wegens werktijdverkorting.
De wijziging geldt eveneens wanneer iemand bij zo’n uitkering een aanvulling op grond van de Toeslagenwet ontvangt. Ook eigenrisicodragers moeten met de nieuwe verwerking rekening houden.
Ontvang je een uitkering rechtstreeks van UWV en staat deze los van je salarisbetaling? Dan werd over dat uitkeringsdeel doorgaans al geen arbeidskorting toegepast. De nieuwe regel richt zich juist op de groep bij wie de betaling via de loonadministratie van de werkgever loopt.
Waarom verdwijnt de arbeidskorting?
De arbeidskorting is een belastingkorting voor mensen met inkomsten uit werk. Hoe hoog die korting is, hangt af van het arbeidsinkomen. Door de korting hoeft iemand minder inkomstenbelasting te betalen.
Er bestond echter een verschil tussen twee groepen die inhoudelijk dezelfde uitkering konden ontvangen. Wie de uitkering rechtstreeks van UWV kreeg, ontving daarover geen arbeidskorting. Wanneer dezelfde uitkering via een werkgever werd doorbetaald, werd de korting in sommige gevallen wel toegepast.
De Hoge Raad oordeelde in november 2024 dat die ongelijke behandeling in strijd was met het discriminatieverbod. Het kabinet besloot vervolgens de berekening gelijk te trekken. Niet door de groep die rechtstreeks van UWV wordt betaald eveneens arbeidskorting te geven, maar door de korting bij betalingen via werkgevers te beëindigen.
De
Rijksoverheid schatte eerder dat ongeveer 11.000 mensen worden geraakt. Het overgrote deel van hen ontvangt een gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering en werkt daarnaast.
Bruto blijft gelijk, netto meestal niet
Op de loonstrook moet de werkgever vanaf januari het uitkeringsdeel en het gewone loon in afzonderlijke inkomstenverhoudingen verwerken. Voor beide delen worden vervolgens verschillende loonbelastingtabellen gebruikt.
Dat klinkt administratief, maar de uitkomst is zeer concreet. Over het uitkeringsdeel kan geen arbeidskorting meer worden verrekend. In de meeste gevallen stijgt daardoor de ingehouden loonbelasting en daalt het nettobedrag.
Het maximale bedrag van de arbeidskorting zegt niet rechtstreeks hoeveel iemand gaat verliezen. De uiteindelijke gevolgen hangen onder meer af van:
-
de hoogte van het gewone loon;
-
de omvang van de uitkering;
-
de verhouding tussen loon en uitkering;
-
andere inkomsten;
-
toegepaste heffingskortingen;
-
de belastingtarieven van 2027.
Een werknemer met een relatief klein uitkeringsdeel kan een andere verandering zien dan iemand bij wie de uitkering een groot deel van het totale inkomen vormt. Een exact bedrag noemen zonder een individuele berekening zou daarom misleidend zijn.
Controleer of je betaling via de werkgever loopt
Op een loonstrook staat meestal aangegeven uit welke onderdelen de betaling bestaat. Wie naast het loon termen als WIA, WAO, Wajong, Ziektewet of uitkering ziet staan, doet er verstandig aan bij de salarisadministratie na te vragen of de nieuwe regel van toepassing is.
Werkgevers krijgen het advies hun betrokken werknemers vóór 1 januari te informeren. Toch kan het geen kwaad zelf aan de bel te trekken, zeker wanneer het maandbudget weinig ruimte biedt voor een onverwachte daling.
Vraag daarbij om een voorlopige nettoberekening voor 2027. Die zal pas volledig betrouwbaar zijn wanneer alle nieuwe belastingtarieven en de salarissoftware zijn verwerkt, maar kan wel tijdig een indicatie geven.
Toeslagen kunnen eveneens veranderen
Een lager nettoloon betekent niet automatisch dat iemand exact hetzelfde bedrag aan besteedbaar inkomen verliest. Inkomensafhankelijke toeslagen kunnen door een gewijzigde fiscale berekening soms eveneens veranderen.
Daarbij moet wel voorzichtig worden gerekend. Een hogere zorg- of huurtoeslag compenseert het verlies niet noodzakelijk volledig. Ook kan het effect pas zichtbaar worden nadat het verwachte jaarinkomen bij Dienst Toeslagen is aangepast.
Wie wordt geraakt, kan daarom het beste niet alleen naar de loonstrook kijken. Controleer na ontvangst van de nieuwe berekening ook het geschatte jaarinkomen in Mijn Toeslagen. Daarmee wordt de kans kleiner dat later een groot bedrag moet worden terugbetaald.
Geen extra inhouding voor de werkgever
Voor werkgevers zelf heeft de wijziging volgens UWV geen direct financieel nadeel. Zij betalen niet méér uit, maar moeten het bedrag fiscaal anders verwerken. De werkgever kan de arbeidskorting over het uitkeringsdeel niet vrijwillig blijven toepassen.
Voor de werknemer ligt dat anders. Die kan vanaf januari iedere maand minder netto ontvangen, terwijl het bruto totaal op het eerste gezicht hetzelfde lijkt.
Juist daarom verdient deze wijziging aandacht vóór de eerste loonstrook van 2027. Wie een UWV-uitkering via de werkgever krijgt, moet niet wachten tot januari om zich af te vragen waarom er plotseling minder geld is bijgeschreven.