Afbeelding gemaakt met Gemini AI van Google

Ex-vrouw eist na 6 jaar weduwenpensioen op en krijgt €38.256,07 rente: pensioen verjaart niet, rente na 5 jaar deels wel

Economie•

Wilt u DDS vaker zien?

Stel DDS in als voorkeursbron op Google.

Voeg DDS toe op Google
Volg ons op Google Nieuws
Wie na het overlijden van een ex-partner recht heeft op bijzonder partnerpensioen, kan die uitkering ook jaren later nog opeisen: zolang de pensioengerechtigde leeft, verjaart het recht op een pensioenuitkering niet. Een ex-vrouw die zich in mei 2024 bij Stichting Pensioenfonds Medisch Specialisten (SPMS) meldde nadat haar ex-man in 2018 was overleden, kreeg haar weduwenpensioen vanaf 1 maart 2018 nabetaald plus €38.256,07 aan wettelijke rente over de laatste vijf jaar. De aanspraak op wettelijke rente over de periode van 1 april 2018 tot 1 maart 2020 verklaarde het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 6 oktober 2026 echter verjaard wegens de vijfjarige verjaringstermijn.
Veel gescheiden Nederlanders weten niet dat zij bij het overlijden van hun ex-echtgenoot aanspraak kunnen maken op het bijzonder partnerpensioen (bijzonder nabestaandenpensioen) dat tot de scheiding is opgebouwd. In een op 13 oktober 2026 gepubliceerd arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden draaide het om een vrouw die tot een datum in 1987 gehuwd was met een in 1936 geboren medisch specialist. Tijdens hun huwelijk bouwde de man sinds 1 januari 1973 verplicht pensioen op bij SPMS. Bij de echtscheiding maakten de ex-echtgenoten geen afwijkende afspraken (artikel 8a lid 3 van de toenmalige Pensioen- en spaarfondsenwet, Psw), waardoor de vrouw aanspraak hield op bijzonder weduwenpensioen.
Toen de ex-echtgenoot in 2018 overleed, meldde zijn tweede echtgenote dat overlijden op 13 februari 2018 bij het pensioenfonds met een in Frankrijk opgemaakte overlijdensakte. SPMS had de eerste echtgenote na de echtscheiding nooit informatie verstrekt over haar aanspraak op weduwenpensioen. Pas op 21 mei 2024, ruim zes jaar na het overlijden, wendde zij zich schriftelijk tot SPMS om haar uitkering aan te vragen.

Waarom de pensioenuitkering zelf tijdens het leven van de gerechtigde niet verjaart

Na onderzoek naar haar aanspraak, mede in verband met de al toegekende aanspraak van de tweede echtgenote, bevestigde SPMS bij brief van 10 december 2024 dat de ex-vrouw recht had op bijzonder weduwenpensioen (bijzonder partnerpensioen) vanaf de eerste dag van de maand volgend op het overlijden: 1 maart 2018. Op of omstreeks 21 december 2024 betaalde het pensioenfonds alle gemiste maandtermijnen over de periode van 1 maart 2018 tot en met 21 december 2024 met terugwerkende kracht aan haar uit.
Dat de vrouw zich pas na ruim zes jaar meldde, deed aan haar recht op de achterstallige pensioenuitkeringen niets af. Voor beroepspensioenfondsen zoals SPMS bepaalt artikel 70 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling (Wvb), net als het gelijkluidende artikel 59 van de Pensioenwet voor gewone werknemerspensioenfondsen, dat een rechtsvordering tegen een pensioenuitvoerder tot het doen van een uitkering niet verjaart zolang de pensioengerechtigde in leven is.

Wel €38.256,07 rente vanaf 1 maart 2020, maar rente vóór 1 maart 2020 verjaard

Na de nabetaling van de pensioentermijnen maakte de vrouw op 28 februari 2025 per e-mail ook aanspraak op de wettelijke rente (artikel 6:119 lid 1 Burgerlijk Wetboek) over de jaren waarin haar pensioen te laat was uitgekeerd. Op grond van artikel 26 van het pensioenreglement van SPMS moest elke maandelijkse pensioenuitkering uiterlijk op de laatste dag van de maand worden voldaan en was zij vanaf dat moment rentedragend; de eerste uitkering over maart 2018 was dus op 31 maart 2018 opeisbaar en werd met ingang van 1 april 2018 rentedragend.
Op of omstreeks 13 mei 2025 maakte SPMS een bedrag van €38.256,07 aan de ex-vrouw over. Dat bedrag vertegenwoordigde de wettelijke rente over de gemiste pensioenuitkeringen vanaf 1 maart 2020, kort gezegd over de laatste vijf jaar vóór haar renteclaim van 28 februari 2025. Over de periode van 1 april 2018 tot 1 maart 2020 weigerde het pensioenfonds echter wettelijke rente te vergoeden omdat die rentevordering volgens SPMS na vijf jaar was verjaard.

Waarom wettelijke rente wél na 5 jaar verjaart, ook als je niets van het pensioen wist

Op 30 september 2025 sloten de vrouw en het pensioenfonds een prorogatie-overeenkomst (artikel 329 en artikel 96 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, waarbij SPMS de redelijke proceskosten van beide partijen op zich nam) om het geschil rechtstreeks aan het hof voor te leggen. In de uitspraak van 6 oktober 2026 verwerpt het hof alle drie de argumenten van de vrouw.
Ten eerste oordeelt het hof dat de onverjaarbaarheid van artikel 70 Wvb (en artikel 59 Pensioenwet) uitsluitend ziet op de periodieke pensioenuitkering zelf en niet op de wettelijke rente wegens te late uitbetaling. Ten tweede verwerpt het hof het betoog van de vrouw dat wettelijke rente een schadevergoeding is die op grond van artikel 3:310 BW pas vijf jaar nadat zij van haar aanspraak op de hoogte raakte zou verjaren: wettelijke rente (artikel 6:119 lid 1 BW) is volgens het hof geen vordering tot vergoeding van schade in de zin van artikel 3:310 BW, maar hangt af van de verplichting tot betaling van de pensioenuitkering en valt als rente onder artikel 3:308 BW. Op grond van artikel 3:308 BW verjaart een rechtsvordering tot betaling van rente vijf jaar na de aanvang van de dag volgend op die waarop de vordering opeisbaar is geworden, óók als de gerechtigde op dat moment nog niet bekend was met haar aanspraak op het pensioen.
Ten derde slaagt ook haar beroep op verlenging van de verjaringstermijn wegens het opzettelijk verborgen houden van de schuld (artikel 3:321 lid 1 onder f BW) niet. Tot 1 oktober 1994 bestond er voor pensioenfondsen geen automatische koppeling met de gemeentelijke basisadministratie (GBA, later BRP); dat werd pas met artikel 68b Besluit GBA mogelijk gemaakt, en ook daarna had SPMS voor het dossier van deze in 1987 gescheiden ex-man geen automatische BRP-koppeling. Dat het fonds na de overlijdensmelding door de tweede echtgenote in 2018 bij een veel actievere opstelling wellicht had kunnen achterhalen dat er een eerste echtgenote was, betekent volgens het hof nog niet dat SPMS de schuld bewust en opzettelijk voor haar verborgen heeft gehouden.

Wat betekent dit voor jouw eigen partnerpensioen na een scheiding?

Stel: je bent in het verleden gescheiden en je ex-partner overlijdt zonder dat jij bericht ontvangt van het pensioenfonds. Heb je recht op bijzonder partnerpensioen, dan kun je dat zolang je zelf in leven bent nog altijd met terugwerkende kracht opeisen, meestal vanaf de maand na het overlijden: op grond van artikel 59 Pensioenwet of artikel 70 Wvb verjaart die uitkering niet. Of je dat recht hebt, hangt af van de pensioenregeling van je ex-partner en van de afspraken bij de scheiding. Maar wacht je langer dan vijf jaar, dan is volgens dit arrest de wettelijke rente verjaard over elke maandtermijn die op het moment van je renteclaim al meer dan vijf jaar opeisbaar was. Controleer daarom rechtstreeks bij het pensioenfonds van je ex-partner of jouw aanspraak als gewezen partner geregistreerd staat, en dien bij een overlijden direct schriftelijk een verzoek tot uitkering én wettelijke rente in.
Wil je vaker zulke uitleg over je geld in je tijdlijn? Like en volg DDS op Facebook.
Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading