De Nederlandse werkloosheid is in juni gedaald naar 3,8 procent van de beroepsbevolking. Dat lijkt goed nieuws, maar achter het percentage gaat een opvallende ontwikkeling schuil. Niet alleen het aantal werklozen nam af, maar ook het aantal mensen met betaald werk. In de afgelopen drie maanden daalde het aantal werklozen gemiddeld met 5.000 per maand. Het aantal mensen met werk nam in dezelfde periode gemiddeld met 6.000 per maand af.
De lagere werkloosheid wordt dus niet uitsluitend veroorzaakt doordat werkzoekenden massaal een baan hebben gevonden. Een deel van de mensen stopte met zoeken en verdween daardoor uit de officiële beroepsbevolking.
Wanneer telt iemand als werkloos?
Voor de officiële statistiek is iemand niet automatisch werkloos zodra hij geen baan heeft.
Een persoon telt als werkloos wanneer hij geen betaald werk heeft, recent actief naar werk heeft gezocht en op korte termijn beschikbaar is om te beginnen.
Wie geen baan heeft maar tijdelijk niet zoekt, wordt niet als werkloos geregistreerd. Dat kan bijvoorbeeld gelden voor iemand die ziek is, een opleiding volgt, voor familie zorgt of om een andere reden niet onmiddellijk beschikbaar is.
Naast de 393.000 werklozen waren er in juni ongeveer 3,2 miljoen mensen die niet recent naar werk hadden gezocht of niet direct beschikbaar waren. Onder deze groep bevinden zich veel gepensioneerden en mensen die door ziekte of arbeidsongeschiktheid niet kunnen
werken.
Het aantal mensen buiten de beroepsbevolking nam de afgelopen drie maanden gemiddeld met 8.000 per maand toe.
Een deel vond daadwerkelijk een baan
Van de mensen die drie maanden eerder werkloos waren, hadden er in juni 149.000 betaald werk gevonden. Dat is de positieve uitstroom uit de werkloosheid.
Daarnaast waren er 100.000 mensen die niet langer actief zochten en daardoor de arbeidsmarkt verlieten. Zij verdwenen uit de werkloosheidsstatistiek zonder dat zij een nieuwe baan kregen.
Aan de andere kant verloren 123.000 werkenden hun baan. Verder begonnen 112.000 mensen die eerder buiten de arbeidsmarkt stonden naar werk te zoeken, zonder onmiddellijk een baan te vinden.
Per saldo was de uitstroom uit de werkloosheid iets groter dan de instroom. Daardoor daalde het totale aantal werklozen.
WW-uitkeringen eveneens gedaald
Het UWV registreerde eind juni 196.900 lopende WW-uitkeringen. Dat is 1,2 procent minder dan een maand eerder.
In juni werden 20.600 nieuwe WW-uitkeringen toegekend of geopend. Tegelijkertijd werden 23.100 uitkeringen beëindigd.
In meer dan de helft van de sectoren daalde het aantal WW-uitkeringen. De afname was relatief sterk in de bouw, landbouw, groenvoorziening, visserij en uitzendbranche.
Daarbij speelt het seizoen een rol. In het voorjaar en de zomer komt in bepaalde sectoren meer tijdelijk werk beschikbaar. Daardoor daalt het aantal uitkeringen daar vaker in deze periode.
Het aantal WW-uitkeringen is niet hetzelfde als het aantal werklozen. Niet iedere werkloze heeft recht op WW. Andersom kunnen administratieve verschillen ervoor zorgen dat de UWV-cijfers niet een-op-een met de CBS-cijfers overeenkomen.
Wat betekenen de cijfers voor werknemers?
Voor iemand met een vaste baan betekenen de cijfers niet automatisch dat ontslag dreigt. De landelijke arbeidsmarkt bestaat uit grote verschillen tussen sectoren en beroepsgroepen.
In sommige sectoren bestaan nog altijd personeelstekorten. Andere bedrijfstakken worden voorzichtiger met nieuwe vacatures of tijdelijke contracten.
Wie een tijdelijk contract heeft of bij een bedrijf werkt waar een reorganisatie speelt, kan de cijfers wel gebruiken als aanleiding om de financiële buffer te controleren.
Bekijk hoeveel maanden de vaste lasten met spaargeld kunnen worden betaald. Controleer daarnaast hoeveel WW je ongeveer zou ontvangen en hoe lang het recht duurt. De hoogte van een uitkering is afhankelijk van het loon en arbeidsverleden.
Bewaar arbeidscontracten, loonstroken en correspondentie over gewerkte periodes. Bij een aanvraag kunnen die documenten belangrijk zijn.
Daling geeft een gemengd signaal
Een daling van de werkloosheid is gunstig wanneer mensen een baan vinden. Dat gebeurde bij 149.000 mensen die drie maanden eerder werkloos waren.
Tegelijkertijd stopte een aanzienlijke groep met zoeken en nam ook het totale aantal werkenden af. Daardoor kan niet zonder meer worden gezegd dat de arbeidsmarkt over de volledige breedte sterker is geworden.
Wie alleen naar het percentage van 3,8 procent kijkt, mist die nuance. Nederland telt minder officieel werklozen, maar dat komt niet alleen door nieuwe banen. De arbeidsmarkt krimpt aan meerdere kanten en verdient daarom nauwlettende aandacht in de komende maanden.