Afbeelding gemaakt met Gemini AI van Google

WonenBreburg toont facturen van warmtebedrijf Eteck niet: rechter houdt vastrecht op nul en huurder krijgt €1.481,64 terug

Economie•

Wilt u DDS vaker zien?

Stel DDS in als voorkeursbron op Google.

Voeg DDS toe op Google
Volg ons op Google Nieuws
Huurders die zijn aangesloten op een collectieve warmte- en koude-installatie (WKO) of een warmtenet krijgen op hun jaarlijkse servicekostenafrekening vaak honderden euro's aan vastrecht en kosten voor de afleverset doorberekend. Een dinsdag gepubliceerd vonnis van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant laat zien wat er gebeurt als een woningcorporatie de onderliggende facturen van de warmteleverancier niet op tafel legt. Omdat WonenBreburg ook na een eerder vonnis geen controleerbare facturen van exploitant Eteck overlegde, laat de kantonrechter het vastrecht voor warmte en koeling en de kosten van de afleverset op €0,00 staan, zoals de Huurcommissie al had besloten. Eén huurder krijgt €1.481,64 terug.
De zaak draait om een groot wooncomplex van 596 woningen, waarvan woningcorporatie WonenBreburg er 460 bezit. Het complex wordt verwarmd en gekoeld met een WKO-installatie die eigendom is van warmteleverancier Eteck. Veertig huurders maakten bezwaar tegen hun afrekeningen over 2021 en 2022, omdat WonenBreburg via de servicekosten vastrecht voor warmte, vastrecht voor koeling én kosten voor de afleverset in rekening bracht.

Geen facturen van Eteck betekent €0,00 aan vastrecht

De Hoge Raad oordeelde in het zogeheten Acantus-arrest van 2022 dat de kapitaals- en onderhoudslasten van een WKO-installatie die een onroerende aanhorigheid van de woning is, niet apart als servicekosten mogen worden doorberekend. Dat de installatie hier zo'n aanhorigheid is, stond niet ter discussie.
De Huurcommissie stelde de posten 'vastrecht', 'koeling vastrecht' en 'kosten afleverset' voor de klagende huurders daarom op €0,00. WonenBreburg stapte daarop naar de kantonrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant. Volgens de corporatie bleek uit een e-mail van Eteck dat de kapitaalslasten €125.000 per jaar bedroegen en de onderhoudslasten €88.000 (in 2021) en €89.500 (in 2022). Gedeeld door 596 aansluitingen zou er per woning €357,38 (over 2021) en €359,90 (over 2022) van het vastrecht af moeten, maar de rest van het vastrecht mocht zij volgens WonenBreburg wél bij de huurders innen.
De kantonrechter gaat daar niet in mee. Het losse e-mailbericht van Eteck was geen controleerbare onderbouwing. De kantonrechter had WonenBreburg in een vonnis van 6 augustus 2025 al veroordeeld om een van de huurders binnen vier weken de onderliggende facturen van Eteck te geven, maar de corporatie gaf die niet en wees op 'bedrijfsgevoelige informatie' van Eteck. Dat komt volgens de kantonrechter voor rekening van de verhuurder: tegenover haar huurders moet WonenBreburg kunnen onderbouwen waarvoor zij kosten in rekening brengt. Wel mocht WonenBreburg de minimale administratievergoeding van €7,50 per afrekening rekenen.

€1.481,64 terug voor één huurder, maar 2020 is verlopen

Voor de huurders die zelf een vordering instelden, levert het vonnis direct geld op. Eén huurder die in beide jaren in het complex woonde, krijgt over 2021 en 2022 €760,67 en €720,97 terug, samen €1.481,64. Een groep van negentien huurders krijgt €553,63 over 2021 en €885,58 over 2022 terug, naar verhouding van hoe lang ieder er huurde, plus een vergoeding voor de afleverset. Andere huurders krijgen €1.240,82 en €762,96 terug. In een deel van de gevallen moet WonenBreburg daarover ook wettelijke rente betalen.
Toch bevat de uitspraak ook een waarschuwing. Een deel van de huurders vroeg ook geld terug over 2020. Dat wijst de kantonrechter af: de afrekening over 2020 was niet binnen de vervaltermijn aan de Huurcommissie of de kantonrechter voorgelegd, en staat daardoor vast.

Zo laat je de vervaltermijn niet verlopen

Wil je zelf te hoog berekend vastrecht, kosten voor een afleverset of onduidelijke servicekosten terugvragen, let dan op de klok. Volgens de Huurcommissie moet je verhuurder elk jaar vóór 1 juli de jaarafrekening over het voorgaande kalenderjaar sturen. Daarna heb je twee jaar de tijd om naar de Huurcommissie te stappen: de afrekening over 2024 moet je dus uiterlijk op 30 juni 2027 voorleggen, en die over 2025 uiterlijk op 30 juni 2028. Vraag je verhuurder eerst schriftelijk om inzage in de onderliggende facturen. Weigert hij die te tonen, dan staat hij volgens deze uitspraak zwak.
Wil je vaker zulke uitleg over je geld in je tijdlijn? Like en volg DDS op Facebook.
Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading