Rechtspraak faalt in brandijzerzaak waarbij kinderen slachtoffer werden

Rechtspraak faalt in brandijzerzaak waarbij kinderen slachtoffer werden

Rectificatie: op basis van nieuwe informatie blijkt dat de rechtbank zelf heeft geoordeeld naar het beste inzicht. De aanklager in zijn betoog richtte op voorbedachte rade, waardoor de aanklacht werd verworpen. Een aanklacht van letsel door nalatigheid was in deze passender geweest.

Een jeugdleider van vereniging Frans Naerebout besloot een brandijzer op de ruggen van kinderen te drukken, die vervolgens eerste- en tweedegraads brandwonden opliepen. De littekens zijn nog steeds te zien. De rechtbank acht het echter niet bewezen dat Mark B. dit met opzet deed. Het zou een "ontzettend stomme fout" fout zijn geweest. Hieronder een korte analyse die laat zien dat er iets goed mis is met de rechtspraak in Nederland (of de scoutingcultuur):

Met het vrijuit gaan van Mark B. toont de rechtbank te Middelburg aan dat zij blijkbaar niet in staat is een eenvoudige casus te ontleden en een passende straf te bedenken voor een incident waarbij kinderen werden gebrandmerkt. Simpel denkwerk had namelijk kunnen voorkomen dat dit gebeurde, namelijk simpel denkwerk bij Mark B. de hoofdverdachte. We hebben dus vijf variabelen die in samenhang leidden tot de verwonding van jeugdige scouts. Laten we deze vijf variabelen eens nader bestuderen en kijken of de uitspraak van de rechtbank in redelijkheid stand houdt. Deze zijn vuur, scouts, de scouting cultuur een brandijzer (dagelijks gebruikt als tandenborstel) en tijd. Tezamen leidden deze vijf factoren tot verwondingen bij de jonge kinderen waarbij de rechtbank het niet bewezen acht dat Mark B. kon weten dat letsel zou volgen.

Allereerst de relevantie van het vuur voor de rechtbank. Het is opmerkelijk dat scouts zich branden aan vuur. Scouts worden onderlegd in het overleven in de natuur en het maken van vuurtjes is routinewerk. Natuurlijk kunnen brandwonden daarbij voor komen, maar in het algemeen kunnen we stellen dat vuur geen onbekend fenomeen is voor de scouting cultuur. We kunnen er dus vanuit gaan dat de scouts en met name Mark B. op de hoogte zijn van de relevante aspecten van vuur en dat zij weten dat vuur gevaarlijk en heet is. Zelfs als iemand niets van vuur weet voel je het gevaar wanneer je te dicht bij een vuurt in de buurt komt. Vuur wordt al duizenden jaren door mensen beheerst en was een belangrijke ontdekking voor de ontwikkeling van beschaving, maar voor de rechtbank en Mark B. is het fenomeen vuur waarschijnlijk nog steeds mysterieus.

Een volgende relevante variabele voor het gebeuren is natuurlijk het brandijzer waarmee de kinderen werden bewerkt. Wanneer een brandijzer in aanraking komt met vuur dan wordt het brandijzer heet. Een relevante vraag is dan ook waar het brandijzer lag wanneer deze werd opgepakt door Mark B. Wist de jeugdleider dat het brandijzer heet was? Lag deze in het vuur of er net naast? Wanneer je een brandijzer dat voldoende heet wordt tegen het lichaam van een mens houdt dan ontstaan brandwonden. Is het normaal dat er brandijzers worden gebruikt bij een scoutingevenement? En worden daar bij ontgroeningen vaker mensen met een brandijzer bewerkt? Vragen die relevant zijn, maar waar ik geen antwoord op weet. Wel kunnen we stellen dat het aannemelijk is dat de scouts op de hoogte zijn van de aspecten van vuur en ook een brandijzer is blijkbaar geen onbekend object getuige het feit dat men stelt dat dit bij de 'ontgroeningspraktijken' hoort.

Het vuur, de scouts, de scouting cultuur en het brandijzer zijn dus nu aan bod gekomen. Alleen de laatste variabele tijd blijft onderbelicht, ook in de rechtspraak. Mark B. bewerkte namelijk niet één, maar twee kinderen met een brandijzer. Hiervoor zijn twee handelingen noodzakelijk, je kunt met één brandijzer niet twee kinderen tegelijk verminken. Daarvoor moet je het brandijzer eerst bij het eerste slachtoffer tegen de huid houden en vervolgens bij het tweede. Er zit dus een tijdsperiode tussen de eerste en de tweede verminking. Het is heel aannemelijk dat de eerste scout kenbaar maakte bij de verbranding dat dit pijn deed. Of maakte de scout dit niet kenbaar omdat dergelijke praktijken normaal zijn binnen de scouting cultuur?

Als het eerste slachtoffer kenbaar maakte dat de verbranding pijn deed hoe kan het tweede slachtoffer dan alsnog een brandijzer tegen z'n rug gedrukt krijgen? Mark B. kan dus in de rechtbank wel volhouden dat hij niet wist wat de gevolgen zouden zijn, maar dit is niet aannemelijk vanwege de tijdsperiode tussen de eerste en tweede verbranding. Volgens mij is hoger beroep de enige oplossing om een redelijke uitspraak in deze zaak te krijgen.

Een oproep van de redactie: door de coronacrisis heeft DDS het, net als veel andere websites, ontzettend lastig. Wij willen alles gratis leesbaar houden voor iedereen, waardoor we voor onze inkomsten afhankelijk zijn van reclame. Maar bedrijven hebben financiële zorgen, en hebben dus niet veel te makken. Daar merken wij de gevolgen ook van. Vandaar onze oproep aan u, onze lezers: steun ons alsjeblieft! Via het betrouwbare Nederlandse BackMe-systeem kunt u maandelijks óf eenmalig doneren. Doe dat alstublieft, en help DDS in de lucht te blijven!

Plaats reactie

666

0 reacties

Laad meer reacties

Je bekijkt nu de reacties waarvoor je een notificatie hebt ontvangen, wil je alle reacties bij dit artikel zien, klik dan op onderstaande knop.

Bekijk alle reacties