Brazilië heeft alles in huis om een economische grootmacht te zijn: een enorme binnenlandse markt, vruchtbare landbouwgrond, olie, mineralen en ondernemerschap. Toch blijft het land onder zijn mogelijkheden presteren. Een zware overheid, gebrekkige begrotingsdiscipline en een politiek systeem dat liever geld uitgeeft dan structurele problemen oplost, vormen een voortdurende rem op de economische ontwikkeling. De herverkiezing van Luiz Inácio Lula da Silva betekent dat dit model waarschijnlijk wordt voortgezet. De reactie van de financiële markten op maandag 26 oktober was een scherpe waarschuwing over het vertrouwen in de toekomstige economische koers.
De markten spreken
Op de eerste handelsdag na de verkiezingen daalde de Braziliaanse beursindex Ibovespa met 13,9%. De dollar steeg met 8,2% tegenover de real en sloot rond R$ 5,40. De handel op de beurs moest tijdelijk worden stilgelegd en ook de rente op Braziliaanse staatsleningen kwam onder zware druk te staan.
Een deel van deze reactie kwam doordat beleggers hadden ingezet op een overwinning van Flávio Bolsonaro en hun posities plotseling moesten terugdraaien. Eén beursdag voorspelt niet de economische ontwikkeling van de komende vier jaar. De omvang van de correctie laat echter zien hoeveel twijfel er bestaat over Lula’s bereidheid de overheidsfinanciën daadwerkelijk op orde te brengen.
Een begroting die uit het lood staat
Het totale begrotingstekort van Brazilië, inclusief rente, bedraagt volgens de Financial Times ongeveer 9,5% van het bruto binnenlands product. Het IMF verwachtte in juli voor heel 2026 een tekort van circa 8,2% van het bbp. Het gaat om verschillende maatstaven (een recent tekort en een jaarprognose), maar beide wijzen op een groot gat in de overheidsfinanciën.
Daarbij is het onderscheid tussen het primaire begrotingssaldo en het totale tekort essentieel. Het primaire saldo betreft inkomsten en uitgaven vóór rentebetaling. Een regering kan dus aankondigen dat het primaire tekort kleiner wordt, terwijl de
staatsschuld door de hoge rentelasten toch blijft oplopen.
De regering spreekt inmiddels over een ambitieuzer primair overschot voor 2027. Maar beleggers willen weten welke uitgaven worden beperkt en hoe die maatregelen politiek worden uitgevoerd. Dat is moeilijk, omdat het grootste deel van de federale begroting vastligt in wettelijk verplichte uitgaven, waaronder pensioenen en sociale regelingen.
De kritiek op Lula is eenvoudig: hij wil sociale uitgaven en politieke beloften beschermen, maar heeft nog onvoldoende overtuigend laten zien hoe hij de overheidsuitgaven duurzaam in overeenstemming brengt met de inkomsten.
De staatsschuld nadert 100%
Ook bij de staatsschuld is de definitie van belang. Volgens de Braziliaanse maatstaf bedroeg de bruto overheidsschuld in augustus ongeveer 82,9% van het bbp. Volgens de bredere, internationaal vergelijkbare IMF-definitie werd zij voor 2026 geraamd op 97,8%, oplopend tot ongeveer 100% in 2027 en 105% in 2031.
Een schuld van rond de 100% betekent niet automatisch een onmiddellijke crisis. Maar voor een land met hoge rente en weinig begrotingsruimte wordt het steeds duurder om die schuld te dragen. De IMF-prognose gaat bovendien uit van aanvullende maatregelen om inkomsten te vergroten en uitgaven efficiënter te maken. Als die uitblijven, kan de schuld verder blijven stijgen.
De vicieuze cirkel van schuld en rente
Brazilië zit gevangen in een onaangename dynamiek. De overheid leent om haar tekort te financieren. Beleggers maken zich zorgen over de oplopende schuld en verlangen een hogere rente. Die hogere rente vergroot vervolgens de rentelasten van de overheid, waardoor het tekort verder toeneemt en opnieuw moet worden geleend.
De officiële beleidsrente bedraagt 13,75%, terwijl de inflatie op jaarbasis rond 4,6% ligt, boven de bovengrens van de doelzone van de centrale bank.
Hoge rente is niet uitsluitend aan Lula toe te schrijven. Ook inflatie, internationale renteontwikkelingen en structurele kenmerken van de Braziliaanse
economie spelen mee. Maar onzekerheid over de begroting kan het voor de centrale bank moeilijker maken de rente duurzaam te verlagen.
Voor gezinnen betekent dat duur krediet. Voor ondernemingen betekent het dat investeringen worden uitgesteld. En voor de overheid betekent het dat steeds meer belastinggeld naar rente gaat, in plaats van naar onderwijs, veiligheid en infrastructuur.
De rekening komt bij de burger terecht
Een zwakkere real kan exporteurs helpen, omdat hun opbrengsten in dollars in lokale valuta meer waard worden. Maar geïmporteerde medicijnen, machines, elektronica en andere producten worden duurder. Bedrijven die buitenlandse onderdelen gebruiken, zien hun kosten stijgen en berekenen die waar mogelijk door.
Als de centrale bank daardoor de rente langer hoog moet houden, krijgt de economie een tweede klap. Dat is de ironie van beleid dat zichzelf als sociaal presenteert: wanneer de overheidsfinanciën en de munt onder druk komen, worden juist mensen zonder financiële reserves getroffen, via hogere prijzen, duur krediet en minder werkgelegenheid.
Een land onder zijn mogelijkheden
De Braziliaanse economie heeft de afgelopen jaren op onderdelen beter gepresteerd dan veel analisten verwachtten. Maar gunstige resultaten op korte termijn nemen de structurele problemen niet weg.
BBVA Research verwachtte eind september economische groei van ongeveer 2,1% in 2026 en 1,8% in 2027. Dat wijst niet op een onmiddellijke instorting, maar wel op vertraging. Voor een land met de mogelijkheden van Brazilië is langdurig lage groei een ernstig probleem, zeker wanneer de staatsschuld sneller groeit dan de economie.
Brazilië kampt al veel langer met lage productiviteitsgroei, bureaucratie, een ingewikkeld belastingstelsel en grote verschillen in onderwijskwaliteit en infrastructuur. Die problemen zijn niet door Lula alleen veroorzaakt. Maar zijn nieuwe ambtstermijn zal worden beoordeeld op de vraag of hij ze aanpakt, in plaats van ze te overschaduwen met nieuwe uitgavenprogramma’s.
Het gevaar van geleidelijke achteruitgang
Bij voortzetting van de huidige koers dreigt voor Brazilië vooral een proces van geleidelijke achteruitgang: een verder oplopende schuld, langdurig hoge rente, een kwetsbare munt, achterblijvende investeringen en steeds minder begrotingsruimte.
Een spectaculaire instorting is daarvoor niet nodig. Ook een land dat blijft groeien, kan jaar na jaar verder achterblijven bij wat het had kunnen bereiken.
Een verdere verslechtering is niet onvermijdelijk. Lula kan alsnog kiezen voor geloofwaardige hervormingen. Maar daarvoor zijn concrete besluiten nodig, niet alleen nieuwe begrotingsdoelen en politieke beloften.
Brazilië heeft geen gebrek aan rijkdom. Het heeft een regering nodig die begrijpt dat duurzame sociale vooruitgang moet worden betaald uit een sterke, groeiende economie, en niet blijvend uit geleend geld.