Ik moet eerlijk zijn: het ontbreekt me oprecht aan de moed om me te verdiepen in kabinet-Jetten I. Ja, natuurlijk. Het komt eraan. Ja, natuurlijk gaat het ons land verder afbreken en nog meer geld over de balk smijten. Ja, natuurlijk zullen de bekende dossiers weer voorbij komen: klimaat- en stikstofmiljarden, migratiechaos, koopkrachtillusies en een moreel vingertje bij elk probleem. Heerlijk Trump- en Israël bashen.
Maar wat heeft het eigenlijk nog voor zin om dat allemaal opnieuw te gaan aantonen? Dat hebben we tijdens de
Rutte-jaren al gedaan. Keer op keer. Met cijfers, met dossiers, met feiten. En wat veranderde er? Niets. Integendeel: het werd alleen maar erger.
DDS gaat er uiteraard weer induiken. Voor u. Met analyses, met
kritiek, met ontleding van
beleid. Maar laten we eerlijk zijn: het voelt inmiddels als een vorm van zelfkastijding. Alsof je elke dag opnieuw dezelfde muur moet inlopen, in de hoop dat hij deze keer vanzelf instort.
Ik heb zo’n sterk vermoeden dat we ons straks dagelijks groen gaan ergeren aan dit linkse zooitje, met gedoogsteun van GroenLinks-PvdA als moreel vangnet. De recepten kennen we inmiddels uit het hoofd: meer overheid, minder vrijheid, hogere lasten, lagere verwachtingen. Alles verpakt in woorden als “transitie”, “solidariteit” en “rechtvaardigheid”.
Al decennia spreken de feiten voor zich. Maar de elite trekt zich daar niets van aan. Waarom zouden ze? Ze beheren het geweldsmonopolie.
Ze beheersen de instituties.
Ze sturen de media.
En ondertussen is alles keurig gelegaliseerd. Belastingen omhoog? Wettelijk geregeld.
Censuur via platforms? Netjes verpakt als “veiligheid”.
Miljarden richting ideologische projecten? Democratisch afgestempeld.
Het systeem sluit zichzelf af, terwijl burgers mogen mopperen op sociale media. Soms hoor je mensen zeggen: “Dan moet er maar een revolutie komen.” Maar wanneer is er ooit een revolutie geweest in Nederland? Wij zijn het land van polderen, slikken en schouders ophalen. Van klagen aan de keukentafel of in de kroeg en weer braaf naar het werk gaan. Hooguit een boze tweet, gevolgd door een kop koffie.
Als er al iets gaat veranderen, zal het alleen via een vreedzame revolutie kunnen. Via massa’s mensen die het zat zijn. Die niet langer meegaan in het toneelstuk. Die zich niet meer laten sussen met subsidies en praatjes. Maar zover zijn we nog lang niet. Tot die tijd krijgen we kabinet-Jetten I.
Met dezelfde gezichten. Dezelfde reflexen. Dezelfde dogma’s.
En wij? Wij mogen weer toekijken.
Analyseren. Waarschuwen. Opschrijven. Met frisse tegenzin. We weten hoe dit eindigt. Alleen de hoogte van de rekening is nog onbekend.