Alsof de Nederlandse belastingbetaler nog niet genoeg wordt uitgeknepen, hebben de rekenmeesters van het ministerie van Financiën alweer een nieuw potje ontdekt waaruit zij geld kunnen trekken: het spaargeld dat ouders aan hun eigen kinderen willen schenken. De jaarlijkse belastingvrije schenking van €6.908 staat op de tocht. Ambtenaren willen het bedrag verlagen of de vrijstelling zelfs volledig afschaffen. De reden? Rijkere gezinnen zouden er meer van profiteren dan armere gezinnen. En in het moderne Nederland is dat kennelijk voldoende om een regeling met de grond gelijk te maken. Niet omdat de regeling niet functioneert. Niet omdat er grootschalig fraude mee wordt gepleegd. Maar omdat sommige ouders meer te schenken hebben dan andere ouders.
Volgens
RTL Z moet staatssecretaris Eelco Eerenberg van Financiën deze maand een beslissing nemen. Ouders mogen momenteel jaarlijks €6.908 belastingvrij schenken aan hun kind, pleegkind of stiefkind. Voor schenkingen aan anderen geldt een veel lagere grens van €2.769. De eenmalige verhoogde vrijstelling van €33.129 voor kinderen tussen 18 en 40 jaar zou voorlopig wel overeind blijven.
Het volledig schrappen van de jaarlijkse kindervrijstelling zou de schatkist naar schatting €60 miljoen per jaar opleveren. Voor de gigantische rijksoverheid is dat wisselgeld. Voor gewone gezinnen kan het echter duizenden euro’s verschil maken.
Uw geld is volgens Den Haag nooit werkelijk van u
Het meest stuitende is dat dit geld al lang en breed is belast. Ouders hebben gewerkt, inkomstenbelasting betaald, mogelijk vermogensbelasting afgetikt en jarenlang zuinig geleefd. Vervolgens willen zij hun zoon of dochter helpen met een studie, de aankoop van een huis, een verbouwing of het opbouwen van een financiële buffer.
Op dat moment staat de
Belastingdienst opnieuw klaar.
De overheid redeneert feitelijk dat geld dat binnen een gezin van eigenaar wisselt opnieuw een belastbaar moment moet opleveren. Vader en moeder mogen het geld verdienen, sparen en beheren, maar zodra zij het doorgeven aan hun eigen kind meent de staat recht te hebben op een deel van de buit.
Wilt u dat DDS deze fiscale strooptochten ongezouten blijft blootleggen? Steun ons dan via BackMe of maak rechtstreeks een bijdrage over naar NL95 RABO 0159 0983 27 t.n.v. Liberty Media. Zet uw e-mailadres in de omschrijving voor toegang tot onze exclusieve columns. Natuurlijk wordt de maatregel verkocht met het magische woord “ongelijkheid”. Vermogende ouders kunnen meer schenken en hebben daardoor meer voordeel van de vrijstelling. Dat is waar, maar ook volstrekt vanzelfsprekend. Iemand die meer spaargeld heeft, kan nu eenmaal meer geld weggeven. Net zoals iemand met een grotere auto meer voordeel heeft van een belastingverlaging op brandstof en iemand met een hoger inkomen meer euro’s overhoudt bij een procentuele verlaging van de inkomstenbelasting.
De Haagse oplossing voor ongelijkheid is echter nooit om mensen met weinig vermogen te helpen meer op te bouwen. De oplossing is steevast om anderen meer af te pakken.
Het traditionele gezin moet wijken voor nivellering
Achter dit voorstel gaat bovendien een wereldbeeld schuil. De familie wordt niet gezien als een eigen gemeenschap waarin ouders verantwoordelijkheid dragen voor hun kinderen en vermogen tussen generaties wordt doorgegeven. Nee, iedere burger moet financieel zoveel mogelijk losstaan van zijn familie en afhankelijk zijn van de overheid.
Ouders die jarenlang hebben gespaard om hun kinderen een goede start te geven, worden neergezet als deelnemers aan een oneerlijk systeem. Het doorgeven van zelfverdiend geld wordt behandeld als een fiscaal privilege dat door progressieve ambtenaren kan worden ingetrokken zodra het niet langer in hun gelijkheidsideologie past.
Een aangehaalde hoogleraar stelt dat
belasting op schenkingen minder schadelijk is dan belasting op werk en ondernemerschap. Dat klinkt op papier misschien aantrekkelijk. Maar niemand in Den Haag garandeert dat de inkomstenbelasting daadwerkelijk daalt wanneer de schenkbelasting stijgt. In de praktijk komt er doorgaans geen belastingruil, maar simpelweg nóg een belastingverhoging bij.
Bovendien treffen dit soort maatregelen uiteindelijk niet de werkelijk superrijken. Die beschikken over holdings, adviseurs, internationale constructies en juridische specialisten. De rekening belandt bij de tandarts, kleine ondernemer, ambtenaar of zelfstandige die jarenlang heeft gespaard en zijn kind enkele duizenden euro’s wil toestoppen.
De politiek moet onmiddellijk een grens trekken
Het kabinet moet dit ambtelijke advies daarom rechtstreeks in de papierversnipperaar gooien. Niet verlagen, niet “moderniseren” en niet vervangen door een ingewikkeld nieuw systeem vol voorwaarden en formulieren. De vrijstelling moet behouden blijven en juist worden verhoogd.
De overheid heeft geen moreel recht op ieder dubbeltje dat binnen een gezin van hand tot hand gaat. Ouders zijn geen tijdelijke beheerders van vermogen dat uiteindelijk aan de staat toebehoort. Hun spaargeld is van hen. En als zij dat aan hun kinderen willen geven, hoort een fatsoenlijke overheid daar met haar tengels vanaf te blijven.
De discussie gaat dus niet alleen over €6.908. Zij gaat over een veel fundamentelere vraag: wie is uiteindelijk de eigenaar van uw geld? U en uw gezin, of een leger nivellerende ambtenaren in Den Haag?
Bij DDS weten wij het antwoord.
Den Haag zal zichzelf nooit vrijwillig begrenzen. Daarom is een onafhankelijke en compromisloze pers noodzakelijk. Help DDS deze strijd voort te zetten via BackMe of via Rabobank: NL95 RABO 0159 0983 27 t.n.v. Liberty Media. Vermeld uw e-mailadres voor onze exclusieve columns.