Amsterdam heeft weer een nieuwe manier gevonden om mensen financieel af te straffen voor het simpele feit dat ze geld willen uitgeven in de stad. De nieuwe coalitie van PRO en D66 wil de toeristenbelasting stapsgewijs verhogen van 12,5 naar maar liefst 20 procent in 2031.
Alsof dat nog niet krankzinnig genoeg is, komt deze heffing boven op de btw voor hotelovernachtingen. Die werd dit jaar landelijk verhoogd van 9 naar 21 procent.
Het resultaat laat zich gemakkelijk uitrekenen. Waar in 2025 in totaal 21,5 procent
belasting op een Amsterdamse overnachting rustte, zal dat in 2031 oplopen tot 41 procent.
Eenenveertig procent!
U reserveert een kamer. Het hotel verschoont het bed, maakt de badkamer schoon, betaalt het personeel, verwarmt het gebouw en draagt het ondernemersrisico. Vervolgens komt de overheid langs om een bijna even groot aandeel van de prijs op te eisen als een stille zakenpartner die niets produceert, niets schoonmaakt en geen enkele gast te woord staat.
Dit heeft niets meer te maken met een bescheiden bijdrage aan gemeentelijke voorzieningen. Het is fiscale vraatzucht.
PRO en D66 willen bezoekers wegjagen
De coalitie zegt minder toeristen in Amsterdam te willen. Het door de gemeente gewenste maximum van twintig miljoen overnachtingen wordt al jaren overschreden. Bezoekers moeten volgens het stadsbestuur bovendien een “eerlijkere bijdrage” leveren aan de kosten die Amsterdam maakt.
Dat woord “eerlijk” moet tegenwoordig als alarmsignaal worden beschouwd. Zodra linksbestuurders het gebruiken, wordt ergens een rekening klaargelegd.
Volgens de
NOS haalt Amsterdam nu al 275 miljoen euro per jaar op met de toeristenbelasting. Dat is ruim 42 procent van alle toeristenbelasting die Nederlandse gemeenten bij elkaar innen.
Blijkbaar is dat nog steeds niet genoeg.
De gemeente Amsterdam bevestigt op haar
eigen website dat het huidige tarief 12,5 procent van de overnachtingsprijs bedraagt. Dat percentage is nu al het hoogste van Europa. Toch meent de coalitie dat daar nog eens 7,5 procentpunt bovenop moet.
Het uiteindelijke tarief behoort straks tot de hoogste ter wereld. Alleen op enkele zeer dure of uitzonderlijke bestemmingen worden buitenlandse bezoekers nog zwaarder belast.
Zo wordt een gewoon weekendje Amsterdam langzaam veranderd in een luxeproduct.
Zelfs Weesp wordt meegesleurd
Het meest onthullende deel van dit verhaal speelt zich misschien wel buiten de Amsterdamse grachtengordel af.
Weesp was tot 2022 een zelfstandige gemeente zonder toeristenbelasting. Sinds de bestuurlijke fusie valt het stadje onder Amsterdam. Daardoor krijgen hotels in Weesp straks dezelfde torenhoge belasting opgelegd als hotels aan het Leidseplein of de Dam.
Dat slaat werkelijk nergens op.
Weesp kent niet dezelfde toeristenmassa’s, overlast en drukte als het centrum van Amsterdam. Toch weigert de gemeente een uitzondering te maken. Het centrale apparaat heeft één tarief bedacht en iedereen binnen de gemeentegrenzen moet gehoorzamen.
Hotel Het Hart van Weesp ziet de bezettingsgraad nu al met ongeveer 10 procent dalen door de combinatie van de hogere btw en toeristenbelasting. Bij veel boekingen bestaat volgens het hotel, wanneer ook de commissie van boekingsplatforms wordt meegerekend, bijna de helft van de prijs uit
belastingen en afdrachten.
Na de volgende verhoging kan dat zelfs meer dan de helft worden.
Dan werkt de ondernemer dus om de overheid, Booking.com en andere tussenpartijen te voeden. Zelf mag hij hopen dat er aan het einde nog voldoende overblijft om zijn personeel en energierekening te betalen.
Buurgemeenten lachen zich rijk
Amstelveen vraagt 4,75 euro toeristenbelasting per persoon per nacht. Zaanstad heeft evenmin plannen om de Amsterdamse belastingexplosie te kopiëren. Beide gemeenten beseffen dat bezoekers best bereid zijn een stukje te reizen wanneer ze daarmee tientallen euro’s besparen.
Amsterdam jaagt zijn klanten dus rechtstreeks naar de buren.
De hotels verliezen omzet. Restaurants en cafés krijgen minder gasten. Winkeliers missen bezoekers. Werknemers in de toeristische sector dragen de gevolgen. Het linkse stadsbestuur kan zich ondertussen op de borst kloppen omdat de statistiek over het aantal overnachtingen misschien iets daalt.
Dat is de moderne bestuurlijke logica: eerst een sector economisch afhankelijk maken, hem daarna behandelen als een overlastprobleem en hem ten slotte leegbelasten onder het mom van “eerlijkheid”.
Koninklijke Horeca Nederland vraagt het kabinet daarom om een landelijk maximum. Dat verzoek is begrijpelijk. Gemeenten gebruiken de toeristenbelasting allang niet meer als gerichte vergoeding voor aantoonbare kosten, maar als gemakkelijke inkomstenbron. Bezoekers stemmen immers niet mee bij de gemeenteraadsverkiezingen.
De Nederlander betaalt gewoon mee
De term toeristenbelasting wekt bovendien de indruk dat alleen buitenlandse bezoekers worden geraakt. Dat is onzin.
Ook een stel uit Groningen dat een concert bezoekt, een gezin uit Limburg dat een museumweekend plant of iemand uit Brabant die na een zakelijke afspraak in Amsterdam blijft slapen, betaalt het volle pond.
Nederlanders worden in hun eigen hoofdstad aangeslagen alsof ze ongewenste indringers zijn.
Amsterdam had ook kunnen kiezen voor ordehandhaving, spreiding van toerisme en het gericht aanpakken van overlast. In plaats daarvan grijpen PRO en D66 naar hun favoriete instrument: de belastingknop.
Het stadsbestuur maakt een hotelovernachting duurder, verzwakt de concurrentiepositie van Nederlandse ondernemers en sleept zelfs het rustige Weesp mee in zijn kruistocht.
Straks gaat van iedere honderd euro aan kale hotelprijs ongeveer 41 euro naar de fiscus. Niet omdat het hotel meer service levert. Niet omdat het bed zachter wordt. Niet omdat de gast iets extra’s krijgt.
Puur omdat links Amsterdam nooit een belasting ziet die niet verder omhoog kan.