Afbeelding gemaakt met ChatGPT van OpenAI

Nieuwe Amerikaanse heffing treft bijna alle EU-export: zo kan Nederland het voelen

Economie24 jul , 11:30

Wilt u DDS vaker zien?

Stel DDS in als voorkeursbron op Google.

Voeg DDS toe op Google
De Verenigde Staten voeren nieuwe invoerheffingen in voor goederen uit tientallen landen, waaronder de lidstaten van de Europese Unie. Afhankelijk van het land en product geldt een extra tarief van 10 of 12,5 procent.
De Amerikaanse regering presenteert de maatregelen als onderdeel van de strijd tegen dwangarbeid in internationale productieketens. Tegelijk vervangen de nieuwe heffingen een tijdelijk wereldwijd tarief van 10 procent dat afloopt.
Voor Nederlandse huishoudens verschijnt daardoor niet onmiddellijk een extra bedrag op de kassabon. De economische gevolgen kunnen wel via een omweg voelbaar worden, bijvoorbeeld bij exportbedrijven, werkgelegenheid, investeringen en pensioenbeleggingen.

Zestig handelspartners getroffen

De nieuwe Amerikaanse tarieven gelden voor producten uit zestig handelspartners. Naast de Europese Unie worden onder meer China, Canada en verschillende landen in Azië en Latijns-Amerika geraakt.
De heffingen zijn gebaseerd op een ander onderdeel van de Amerikaanse handelswet dan enkele eerdere tarieven. Die eerdere maatregelen kwamen juridisch onder druk te staan nadat het Amerikaanse Hooggerechtshof grenzen stelde aan het gebruik van noodwetgeving voor algemene invoerheffingen.
Met de nieuwe juridische route probeert de regering een langduriger basistarief op grote delen van de Amerikaanse invoer te zetten.
Niet alle producten vallen eronder. Er zijn uitzonderingen voor onder meer olie en gas, kunstmest, bepaalde voedingsmiddelen en auto’s. De precieze gevolgen verschillen daardoor sterk per sector en bedrijf.
De hoofdlijnen van de maatregelen zijn beschreven in het bericht van Reuters over de nieuwe Amerikaanse tarieven.

Wie betaalt de heffing?

Een veelvoorkomend misverstand is dat een Nederlandse fabrikant de Amerikaanse belasting rechtstreeks aan Washington betaalt.
De invoerheffing wordt in beginsel afgerekend door de Amerikaanse importeur die de goederen de Verenigde Staten binnenbrengt. Die importeur kan vervolgens verschillende keuzes maken.
Hij kan de extra kosten zelf dragen, de verkoopprijs in Amerika verhogen of proberen een lagere inkoopprijs af te dwingen bij de Europese leverancier. In de praktijk wordt de financiële last vaak verdeeld over meerdere partijen.
Een Nederlandse onderneming kan daardoor minder winst maken, minder orders ontvangen of gedwongen worden zijn prijs te verlagen om concurrerend te blijven.

Nederland relatief gevoelig

De Nederlandse economie leunt sterk op internationale handel. Daardoor kunnen veranderingen in Amerikaanse invoertarieven hier relatief snel doorwerken.
Een eerdere analyse van de Europese Commissie over de blootstelling aan Amerikaanse tarieven wees erop dat Nederland kwetsbaar kan zijn doordat de uitvoer naar de Verenigde Staten een belangrijk deel van de economie vormt.
Dat betekent niet dat iedere uitvoer uit Nederland ook daadwerkelijk in Nederland is geproduceerd. Via de Rotterdamse haven en Nederlandse distributiecentra worden veel goederen doorgevoerd.
Toch zijn ook distributie, opslag, vervoer, zakelijke dienstverlening en havenactiviteiten goed voor werkgelegenheid en inkomsten. Minder handelsvolume kan daarom breder worden gevoeld dan alleen bij de oorspronkelijke fabrikant.

Welke bedrijven lopen risico?

De gevolgen hangen af van de uiteindelijke productlijsten en uitzonderingen. Vooral bedrijven die veel naar de Verenigde Staten exporteren en weinig alternatieve afzetmarkten hebben, zijn kwetsbaar.
Denk aan delen van de chemische industrie, machinebouw, technologie, voedingsmiddelenproductie en gespecialiseerde zakelijke dienstverlening. Ook Nederlandse toeleveranciers kunnen worden geraakt wanneer een Duits of Belgisch bedrijf door Amerikaanse tarieven minder gaat produceren.
Grote multinationals hebben soms de mogelijkheid om productie naar de Verenigde Staten te verplaatsen. Kleinere ondernemingen beschikken meestal niet over die financiële ruimte.
Voor hen kan een heffing van 10 of 12,5 procent het verschil maken tussen een winstgevende en verliesgevende order.

Gevolgen voor banen en lonen

Wanneer exportorders teruglopen, kunnen bedrijven investeringen uitstellen. Vacatures worden dan mogelijk niet ingevuld en tijdelijke contracten kunnen minder snel worden verlengd.
Dat betekent niet dat er onmiddellijk een grote ontslaggolf volgt. Veel ondernemingen hebben langdurige contracten, kunnen andere markten zoeken of proberen de kosten samen met Amerikaanse klanten te verdelen.
De risico’s nemen toe wanneer handelspartners met tegenmaatregelen reageren. Een reeks tarieven en vergeldingsheffingen kan zorgen voor onzekerheid, uitgestelde investeringen en lagere economische groei.
Voor werknemers in sterk exportafhankelijke sectoren is daarom vooral de duur van het handelsconflict belangrijk.

Pensioenen en beleggingen

Ook spaarders en pensioendeelnemers kunnen indirect met de tarieven te maken krijgen. Nederlandse pensioenfondsen beleggen wereldwijd in aandelen en obligaties.
Wanneer een handelsconflict leidt tot lagere winstverwachtingen of dalende aandelenkoersen, kan dat de waarde van beleggingen raken. Andersom kunnen bedrijven die beschermd worden tegen buitenlandse concurrentie juist profiteren.
Het effect op een individueel pensioen is niet rechtstreeks af te lezen uit één beursdag. Pensioenfondsen beleggen voor tientallen jaren en spreiden hun geld over veel landen en sectoren.
Ook particuliere beleggers doen er verstandig aan niet op basis van één tariefbericht overhaaste beslissingen te nemen. Handelspolitiek kan snel veranderen en financiële markten verwerken verwachtingen vaak al voordat een maatregel ingaat.

Worden producten in Nederland duurder?

Deze Amerikaanse heffingen zijn gericht op goederen die de Verenigde Staten binnenkomen. Ze maken Nederlandse boodschappen dus niet rechtstreeks duurder.
Indirecte effecten zijn wel mogelijk. Wanneer de Europese Unie tegenmaatregelen neemt en tarieven op Amerikaanse producten invoert, kunnen bepaalde Amerikaanse goederen in Europa duurder worden.
Daarnaast kunnen bedrijven proberen omzetverlies in Amerika te compenseren met hogere prijzen in andere markten. Daar staat tegenover dat Europese producenten goederen die moeilijker naar Amerika kunnen worden uitgevoerd, mogelijk juist goedkoper binnen Europa aanbieden.
De uiteindelijke prijsontwikkeling verschilt daarom per product.

Nog veel onzekerheid

De nieuwe tarieven zijn economisch belangrijk, maar hun volledige effect is nog niet bekend. Bedrijven zullen eerst moeten beoordelen welke producten precies onder de heffingen vallen en of bestaande contracten kunnen worden aangepast.
Voor Nederland zit het grootste risico niet in een directe belasting op huishoudens. Het gevaar loopt via export, banen, bedrijfswinsten en investeringen.
Daarmee is het onderwerp toch relevant voor de portemonnee. Een handelsconflict dat maanden of jaren voortduurt, kan uiteindelijk invloed hebben op loonruimte, werkzekerheid, pensioenen en economische groei – ook wanneer de oorspronkelijke rekening bij een Amerikaanse importeur wordt neergelegd.
Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading