Een hogere inkomensgrens klinkt gunstig als je een sociale huurwoning zoekt. Toch kan een nieuw kabinetsplan voor sommige AOW’ers met een klein aanvullend pensioen de woningkeuze beperken. Zij kunnen bij een verhuizing onder de regels voor ‘passend toewijzen’ gaan vallen. Daardoor komen vooral woningen met een lagere huur voor hen in aanmerking.
Het gaat om een voorstel, niet om een wijziging die al geldt. Het
wetsvoorstel over de Nationale prestatieafspraken is op 9 oktober bij de Tweede Kamer ingediend. Het kabinet mikt op 1 januari 2027. De parlementaire behandeling is nog niet afgerond.
Een betaalbare woning, met een grens aan de huur
Passend toewijzen moet voorkomen dat huishoudens met een laag inkomen een te dure corporatiewoning krijgen. Bij minstens 95 procent van de toewijzingen aan deze doelgroep moet de huur onder de bijbehorende grens blijven.
Volgens de
huidige regels voor passend toewijzen ligt die grens in 2026 voor huishoudens van één of twee personen op €713,02 kale huur per maand. Voor huishoudens van drie of meer personen is dat €764,14.
Wie boven de inkomensgrens voor passend toewijzen zit, valt niet onder deze specifieke beperking. Zo iemand kan, binnen de overige toewijzingsregels, ook voor een duurdere sociale huurwoning in aanmerking komen.
Daar zit het verschil tussen toegang tot sociale huur en de vraag welke huurprijs binnen dat aanbod bij je inkomen moet passen. Een hogere grens voor passend toewijzen betekent dus niet automatisch een groter aanbod.
AOW’ers krijgen dezelfde inkomensgrens
Momenteel gelden afzonderlijke inkomensgrenzen voor huishoudens die wel en niet onder de AOW-categorie vallen. Binnen beide groepen wordt onderscheid gemaakt tussen alleenstaanden en meerpersoonshuishoudens.
| Huishouden | Met AOW | Zonder AOW |
| Eén persoon | €28.775 per jaar | €29.400 per jaar |
| Meer personen | €38.650 per jaar | €39.925 per jaar |
Het kabinet wil het onderscheid naar AOW-leeftijd laten vervallen en aansluiten bij de hogere grenzen voor niet-AOW-huishoudens. Er blijven dan twee inkomensgrenzen over.
Dat brengt een extra groep
ouderen onder het passend toewijzen. De regering benoemt in de
memorie van toelichting zelf dat daardoor meer woningzoekenden mogelijk alleen in aanmerking komen voor woningen onder de bijbehorende huurprijsgrens.
Het verschil bij een jaarinkomen van €29.000
Een voorbeeld met de bedragen van 2026 maakt het effect zichtbaar. Stel dat een alleenstaande AOW’er voor de woningtoewijzing een vastgesteld jaarinkomen van €29.000 heeft.
Dat is hoger dan de huidige AOW-grens van €28.775. Deze woningzoekende valt daarmee nu buiten de inkomensgroep waarvoor passend toewijzen verplicht is. Trek je de grens gelijk met de huidige niet-AOW-grens van €29.400, dan valt dezelfde persoon er juist wél onder.
Een woning met bijvoorbeeld €800 kale maandhuur kan daardoor lastiger bereikbaar worden. Die huur ligt immers boven de huidige grens van €713,02 voor een alleenstaande.
Dit is een illustratie van het voorgestelde mechanisme. Het zijn geen vastgestelde bedragen voor 2027: de grenzen worden geïndexeerd. Ook inkomen, huishoudsamenstelling en het beschikbare woningaanbod bepalen het uiteindelijke effect.
Er blijft ruimte voor uitzonderingen
De norm van 95 procent laat corporaties beperkte ruimte om boven de huurprijsgrens toe te wijzen. Dat betekent niet dat iedere woningzoekende zelf aanspraak heeft op zo’n uitzondering. Vraag de corporatie hoe zij deze ruimte gebruikt.
Voor ouderen met voldoende vermogen bestaat bovendien een bijzondere uitzondering. In 2026 gaat het om meer dan €146.011 zonder toeslagpartner, of meer dan €184.633 met toeslagpartner. Onder de daarvoor geldende voorwaarden kan een duurdere woning dan toch worden toegewezen.
Ook bevat het wetsvoorstel een afzonderlijke verruiming voor woningen met energielabel A+ of beter. De huurprijsgrens voor passend toewijzen zou daarvoor omhooggaan met €27,40 per maand, uitgedrukt in prijspeil 2026. Het bedrag wordt bij invoering geïndexeerd. Daarmee wil het kabinet energiezuinige woningen beter bereikbaar maken voor deze doelgroep.
Wat dit betekent als je wilt verhuizen
De wijziging van de toewijzingsregels gaat over het krijgen van een andere woning. Deze maatregel verplicht bestaande huurders niet om te verhuizen en verandert op zichzelf hun lopende huurcontract niet.
Wie een verhuizing overweegt, moet daarnaast de huurtoeslag afzonderlijk bekijken. Sinds 2026 sluit een hogere huur iemand
niet meer automatisch uit van huurtoeslag. De berekening kent nog wel grenzen en andere voorwaarden. Recht op toeslag betekent dus niet vanzelf dat een corporatie iedere woning aan je kan toewijzen.
Het bedrag dat je maandelijks overhoudt, verdient daarbij een eigen berekening.
Meer AOW en pensioen kan samengaan met minder huurtoeslag. Alleen naar de bruto pensioenbetaling kijken geeft daarom geen volledig beeld van je woonbudget.
Vraag bij een concrete woning welk jaarinkomen de corporatie gebruikt, welke huurprijsgrens voor jouw huishouden geldt en of een uitzondering mogelijk is. Juist voor een AOW’er die nu nét boven de grens voor passend toewijzen zit, kan het antwoord veranderen als dit wetsvoorstel wordt aangenomen.