Man en vrouw kijken samen aan een houten keukentafel naar een laptop naast een rekenmachine en een stapel wit papier.
Afbeelding gemaakt met Gemini AI van Google

Kabinet weigert volgorde om te draaien: fiscus en Toeslagen boeken je aflossing eerst af op kosten en rente, pas daarna op je schuld

Economie•

Wilt u DDS vaker zien?

Stel DDS in als voorkeursbron op Google.

Voeg DDS toe op Google
Volg ons op Google Nieuws
Wie een belastingaanslag of terugvordering van toeslagen in termijnen afbetaalt, lost met elke betaling nog niet direct zijn openstaande hoofdsom af. De Belastingdienst en Dienst Toeslagen boeken een betaling wettelijk eerst af op de aanmanings- en invorderingskosten, daarna op de opgebouwde rente en pas als laatste op de eigenlijke schuld. De Tweede Kamer nam in 2024 een motie aan die het kabinet vroeg uit te zoeken hoe die volgorde kan worden omgedraaid, zodat eerst de hoofdsom daalt. Toch weigert het kabinet de volgorde om te draaien. Tegelijk blijkt dat de twee diensten door verouderde computersystemen pas vanaf 1 april 2030 kunnen aansluiten op de gezamenlijke Betalingsregeling Rijk.
Dat schrijft minister Hans Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mede namens de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, in de Verzamelbrief Armoede en Schulden 2026 van 9 oktober aan de Tweede Kamer, die op 26 oktober officieel is gepubliceerd. Als bijlage ging het onderzoeksrapport Samen normeren mee, waarin de vijf uiteenlopende rekenmethoden van de grote rijksincassodiensten naast elkaar zijn gezet.

Waarom eerst kosten en rente worden afgeboekt

De Tweede Kamer nam in november 2024 een motie van de Kamerleden Welzijn en Ceder aan. Die vroeg het kabinet te onderzoeken hoe de overheid als schuldeiser het goede voorbeeld kan geven door de toerekenvolgorde om te draaien, zodat elke aflossing eerst van de openstaande hoofdsom wordt afgetrokken en pas daarna van de bijkomende kosten en rente.
Onder de huidige wet werkt dat andersom. Zowel in artikel 4:92 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht als in artikel 7 lid 1 van de Invorderingswet 1990 ligt vast dat een betaling achtereenvolgens wordt toegerekend aan de kosten, de rente en pas als laatste aan de belastingaanslag of terugvordering. Voor terugvorderingen van zorgtoeslag, huurtoeslag, kindgebonden budget en kinderopvangtoeslag geldt via artikel 31 lid 3 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen dezelfde volgorde.
Volgens minister Vijlbrief maakt het omdraaien van die volgorde bij vijf grote uitvoeringsorganisaties geen financieel verschil voor de burger. Het CJIB, het CAK, RVO, de SVB en het UWV brengen bij hun vorderingen namelijk geen rente in rekening. De SVB mag formeel wettelijke rente rekenen, maar ziet daar in de praktijk vrijwel altijd van af.

Fiscus rekent 4,3 procent rente met €49-ondergrens

Bij de Belastingdienst en Dienst Toeslagen ligt dat anders. Beide diensten zijn op grond van artikel 28 lid 1 van de Invorderingswet 1990 en artikel 29 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen wettelijk verplicht om invorderingsrente te rekenen zodra de betaaltermijn is verstreken. Volgens artikel 2 van het Besluit belasting- en invorderingsrente bedraagt die invorderingsrente 4,3 procent op jaarbasis.
Omdat die rente volgens artikel 28 lid 2 van de Invorderingswet 1990 enkelvoudig wordt berekend over elke deelbetaling, ontstaat er geen rente-op-rente. Toch noemt de minister in de Kamerbrief één situatie waarin de huidige volgorde voor mensen met een zeer hoge schuld nadelig uitpakt: bij de laatste betaling wordt een bedrag aan invorderingsrente van €49 of minder niet in rekening gebracht. Met een andere volgorde kan de slotbetaling voor mensen met een hele hoge schuld daardoor lager uitvallen. Omdat het omdraaien aanpassing van drie wetten, de processen en de IT-systemen vergt, met gevolgen tot in de invordering van gemeentelijke belastingen, houdt het kabinet voor dat beperkte voordeel vast aan de bestaande volgorde.

Eén betalingsregeling pas vanaf 1 april 2030

Wie schulden heeft bij meerdere overheidsinstanties tegelijk, loopt tegen nog een beperking aan. Burgers kunnen inmiddels voor vorderingen bij twaalf overheidsorganisaties één gezamenlijke regeling treffen via de Betalingsregeling Rijk. Hoewel de Belastingdienst en Dienst Toeslagen in 2027 zouden aansluiten, meldt Vijlbrief dat dit door IT-vernieuwingen niet haalbaar is en pas vanaf 1 april 2030 kan.

Vijf verschillende normen voor wat je overhoudt

Daarnaast berekent elke rijksincassodienst op zijn eigen manier hoeveel een huishouden maandelijks mag overhouden. Uit het rapport van Andersson Elffers Felix blijkt dat de acht grote incassodiensten van het Rijk vijf verschillende normen hanteren:
  • Belastingdienst en Dienst Toeslagen: rekenen bij een persoonlijke betalingsregeling volgens artikel 11 tot en met 16 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 met 90 procent van de bijstandsnorm als kosten van bestaan en eisen 80 procent van de ruimte daarboven op. De Belastingdienst trof in 2024 regelingen met 192.000 natuurlijke personen, onder wie 146.000 particulieren (gemiddelde schuld van particulieren €1.610, mediaan €440, in beginsel maximaal 12 maanden). Dienst Toeslagen laat een terugvordering standaard in maximaal 24 maanden aflossen, met minimaal €20 per maand. Wie dat niet kan opbrengen, kan een persoonlijke regeling aanvragen.
  • UWV en SVB: rekenen met de beslagvrije voet van 95 procent van de bijstandsnorm. Het UWV telde in 2024 circa 63.000 regelingen bij 46.000 personen (gemiddelde schuld €2.944). Bij de SVB was in 2023 zo'n 56 procent van de schulden lager dan €300: vorderingen tot €300 worden automatisch verrekend met maximaal €25 per maand, en bij een persoonlijke regeling moet je minstens 50 procent van je afloscapaciteit aflossen.
  • CAK en RVO: gebruiken bij maatwerk het vrij te laten bedrag (vtlb), dat boven op de beslagvrije voet correcties kent, zoals circa €48 arbeidstoeslag, circa €32 voor het eigen risico en €140 tot €160 voor gepensioneerden.
  • CJIB en DUO: kijken elk met een eigen methode naar de werkelijke vaste lasten plus Nibud-bedragen. Het CJIB rekent €90 per week voor een alleenstaande (plus €12,50 per week per extra gezinslid) en €80 per maand voor onvoorziene uitgaven.
De onderzoekers adviseren drie varianten voor één gezamenlijke norm verder uit te werken, met als eerste keus een geautomatiseerde versie van de CJIB-methode. De incassodiensten zoeken nu uit wat die varianten betekenen. Pas daarna valt een besluit, en een datum daarvoor noemt Vijlbrief niet.
Wil je vaker zulke uitleg over je geld in je tijdlijn? Like en volg DDS op Facebook.
Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading