Een paar avonden werken in de supermarkt, extra diensten in de horeca of een vakantiebaan die doorloopt in het schooljaar. Voor een thuiswonend kind betekent dat eigen geld. Voor ouders met huurtoeslag kan hetzelfde loon ook invloed hebben op hun maandelijkse tegemoetkoming.
Niet al het inkomen telt meteen mee. Voor
kinderen jonger dan 23 jaar geldt in 2026 een vrijstelling van €6.218. Ook in het kalenderjaar waarin het kind 23 wordt, blijft die vrijstelling nog gelden.
Dat bedrag is geen algemene bijverdiengrens voor jongeren. Het gaat specifiek om de berekening van de huurtoeslag. Wie verschillende regelingen door elkaar haalt, kan zowel onnodig schrikken als een belangrijke wijziging missen.
Boven de vrijstelling verdwijnt niet alles
Dienst Toeslagen geeft een helder voorbeeld. Verdient een thuiswonend kind dat onder de vrijstelling valt €12.000 in een jaar, dan telt na aftrek van €6.218 nog €5.782 mee bij de berekening.
Dat betekent niet dat het
gezin €5.782 minder huurtoeslag krijgt. Het is het deel van het inkomen dat wordt meegenomen, geen bedrag dat rechtstreeks van de toeslag wordt afgetrokken.
De officiële uitleg bevat de vrijstelling en voorbeelden.Hoeveel de huurtoeslag verandert, hangt af van de volledige situatie. De huur, leeftijd, huishoudsamenstelling en andere inkomsten spelen mee.
Een losse vergelijking tussen het loon en de vrijstelling vertelt daarom nog niet hoeveel er uiteindelijk op de rekening van de ouder wordt gestort. Daarvoor is een berekening met alle relevante gegevens nodig.
Geef niet alleen het bedrag boven €6.218 door
Een begrijpelijke fout is om de vrijstelling alvast zelf van het inkomen af te halen. De ouder voert dan alleen het restant in.
Dat is niet de bedoeling. Dienst Toeslagen vraagt om het volledige jaarinkomen en past de vrijstelling zelf toe. Studiefinanciering hoeft daarbij niet als inkomen te worden opgegeven.
Wie de vrijstelling zelf aftrekt, kan een te laag bedrag doorgeven. Juist een poging om zorgvuldig te rekenen kan dan leiden tot een verkeerde schatting.
Gebruik daarom het inkomen zoals het voor toeslagen moet worden vastgesteld. Dat is niet simpelweg het nettobedrag dat op de bankrekening van het kind is aangekomen. Het toetsingsinkomen sluit aan op fiscale gegevens, zoals het verzamelinkomen of het belastbare loon.
Bij wisselende werkuren vraagt dat om een schatting. Kijk naar wat al is verdiend en wat voor de rest van het jaar redelijkerwijs wordt verwacht.
Een verjaardag verandert de berekening niet altijd onmiddellijk
De vrijstelling loopt nog door in het jaar waarin een kind 23 wordt. Zij vervalt pas vanaf het volgende kalenderjaar.
Voor gezinnen is dat een reden om rond de jaarwisseling opnieuw te kijken. Hetzelfde werk en hetzelfde loon kunnen dan anders in de berekening terechtkomen, zonder dat het kind een nieuwe baan heeft gekregen.
Bij pleegkinderen en stiefkinderen kan bovendien contact met Dienst Toeslagen nodig zijn om de vrijstelling goed te laten verwerken. Ga er bij een afwijkende gezinssituatie dus niet zonder controle van uit dat alles automatisch gebeurt.
Noteer bij een telefoongesprek welke informatie is gegeven en welke vervolgstap is afgesproken. Dat is vooral handig wanneer meerdere gezinsleden de administratie helpen regelen.
Kijk naar het huishouden als geheel
Voor huurtoeslag telt meestal ook het inkomen van medebewoners mee. Hoe hoog het inkomen mag zijn, hangt af van meer dan één vast grensbedrag.
Dienst Toeslagen beschrijft hoe het huishoudinkomen wordt beoordeeld.Een extra dienst van het kind moet daarom niet automatisch worden gezien als financieel ongunstig voor het gezin. Tegenover een eventuele daling van de toeslag staat extra loon. Het uiteindelijke effect blijkt uit beide bedragen samen.
Een praktische vergelijking is om twee berekeningen naast elkaar te leggen: één met de huidige inkomensschatting en één met het verwachte hogere inkomen. Gebruik in beide gevallen dezelfde overige gegevens.
Zo wordt zichtbaar waar het werkelijk om gaat. Niet om de vraag of werken “mag”, maar om de vraag hoeveel inkomen het huishouden na de verandering overhoudt.
Voorkom dat de administratie achterloopt
Bespreek thuis wie wijzigingen doorgeeft. Ouders weten niet altijd hoeveel een kind in drukke maanden extra heeft gewerkt. Het kind weet op zijn beurt mogelijk niet dat de huurtoeslag van de ouder daarmee samenhangt.
Een loonstrook hoeft geen aanleiding te worden voor een ingewikkeld familieoverleg. Een paar vaste controlemomenten kunnen al helpen, bijvoorbeeld na een nieuwe baan, een uitbreiding van uren of het einde van vakantiewerk.
Bewaar de gebruikte schatting en pas die aan wanneer de werkelijkheid verandert. Daarmee verklein je de kans dat een goedbedoelde bijbaan maanden later onverwacht terugkomt in een brief over de huurtoeslag.