Afbeelding gemaakt met Gemini AI van Google
Zoon waakt 25 nachten bij moeder vanaf de camping, maar rechter schrapt €435,50 uit de erfenis
Wilt u DDS vaker zien?
Stel DDS in als voorkeursbron op Google.
Voeg DDS toe op GoogleWanneer de langstlevende ouder overlijdt en één van de kinderen de bankrekeningen beheerde, kan tussen broers en zussen strijd ontstaan over elke afschrijving rond het sterfbed en de begrafenis. In een op 5 november 2026 gepubliceerd vonnis heeft de Rechtbank Gelderland de knoop doorgehakt in een slepend conflict tussen drie broers over de nalatenschap van hun moeder, die in 1927 werd geboren en in 2019 werd begraven. De broer die vanaf 2015 haar bewindvoerder was, had €435,50 voor 25 nachten op een camping tijdens de waakperiode en de uitvaart van haar rekening betaald. Die post komt voor zijn eigen rekening, terwijl een betwist etentje van €46,20 op de sterfdag wél ten laste van de erfenis mag blijven.
De drie broers waren ieder voor een derde deel erfgenaam van hun moeder en hadden de nalatenschap beneficiair aanvaard. Daarnaast hadden zij door het eerdere overlijden van hun vader en een notariële akte uit 1990 alle drie nog een vordering van €24.469,74 (destijds 53.924,20 gulden) op hun moeder, met 8 procent enkelvoudige rente per jaar en opeisbaar bij haar overlijden. Op de sterfdag van moeder stond er op haar drie rekeningen bij ING en ABN AMRO in totaal €29.246,18, naast sieraden ter waarde van €9.760, inboedel en zilveren bestek. Omdat de vorderingen voor alle drie de broers gelijk waren en er niet genoeg was om ze volledig uit te betalen, bepaalde de rechtbank dat ieder een derde van de nalatenschap krijgt.
Waarom €435,50 voor de camping geen schuld van de erfenis is
Het conflict draaide onder meer om €3.074,39 aan kosten die de bewindvoerende broer na het overlijden van de rekening van moeder had betaald, bovenop de factuur van de uitvaartondernemer van €6.705,20. De meeste posten, zoals €228,50 voor bloemen bij de begrafenis, €270,33 voor de huur van een busje om de kamer van moeder te ontruimen en €640,36 aan notariskosten, keurde de rechtbank goed als noodzakelijke kosten van de nalatenschap.
Voor de €435,50 aan campingkosten trok de rechter echter een rode streep. De broer voerde aan dat een verpleegarts dagelijkse aanwezigheid bij zijn moeder noodzakelijk vond en dat hij van 27 april tot en met de begrafenis op 23 mei gedurende 25 nachten op de dichtstbijzijnde camping had gestaan voor €17,42 per nacht. Volgens hem vergoedde moeder bij leven altijd reiskosten voor mantelzorg en kostte dagelijks heen en weer rijden (2 keer 75 kilometer tegen €0,19 per kilometer) €28,50 per dag, terwijl andere mantelzorgers, onder wie een van zijn broers, niet of nauwelijks aanwezig waren. De rechtbank gaat ervan uit dat iemand bij de moeder moest zijn, of dat dat in elk geval heel belangrijk was. Toch vallen die verblijfskosten niet onder de kosten van de nalatenschap in artikel 4:7 van het Burgerlijk Wetboek Boek 4. Dat moeder gewoonlijk reiskosten vergoedde, betekent nog niet dat zij dat moest en dat er bij haar overlijden een schuld bestond. Na haar overlijden was er bovendien geen sprake meer van mantelzorg.
Lees ook
Etentje op de sterfdag en €1.815 voor opslag van de inboedel
Een andere broer maakte bezwaar tegen de kosten van een etentje met de schoonfamilie. Het ging om twee afschrijvingen van €10,05 en €36,15 (samen €46,20) op de sterfdag van moeder. Hoewel de andere twee broers niet bij dat overleg betrokken waren en het waarschijnlijk niet om de catering van de begrafenis ging, wijst de rechtbank dit bezwaar af. Volgens de lijn in de rechtspraak kan een overleg op de sterfdag horen bij de handelingen om de overledene een passende uitvaart te bezorgen, en kunnen redelijke kosten van een daarbij genuttigde maaltijd uit de nalatenschap worden betaald.
Ook over het graf en de spullen van moeder stonden de broers lijnrecht tegenover elkaar. De bewindvoerende broer wilde het grafonderhoud afkopen en dat van de ervenrekening betalen, maar de rechtbank besliste dat dit niet op de nalatenschap kan worden verhaald als de andere erfgenamen daar niet mee instemmen. Anders lag dat bij de €1.815 aan opslagkosten voor de inboedel, waartoe de rechtbank ook het zilveren bestek rekent. Omdat de woning van moeder leeg moest en de andere twee broers niet met een inhoudelijk voorstel voor de verdeling kwamen, mocht hij de spullen op kosten van de nalatenschap opslaan.
Zilveren bestek moet worden getaxeerd
Tot slot moest de rechtbank beslissen over het zilveren bestek van moeder. De bewindvoerende broer dacht dat het €300 of €400 waard is, terwijl de eisende broer op ongeveer €7.500 uitkwam. De rechtbank bepaalt dat het bestek op kosten van de nalatenschap wordt getaxeerd. Daarna mag eerst de eisende broer het tegen de taxatiewaarde overnemen door de andere twee ieder een derde te vergoeden. Ziet hij daarvan af, dan komen de andere broers aan de beurt; wil niemand het, dan wordt het verkocht. Voor de overige inboedel krijgen de broers twee maanden om de spullen te bekijken en daarna twee weken om aan te geven wat zij willen. Wat niemand wil hebben of via Marktplaats wil verkopen, mag naar de kringloop of de stort.
Lees ook
Maak je als kind kosten voor een zieke ouder en wil je die later terugkrijgen, leg dan bij leven vast wat je vergoed krijgt en bewaar de bonnen. Wat een ouder gewoonlijk vergoedde, is na het overlijden nog geen schuld van de erfenis.
Schenken in 2026. De gratis schenk-checklist 2026 van Schenk Slim, de schenksite van DDS, zet tien punten op een rij voor wie dit jaar nog wil schenken.
Ga verder met lezen
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten
Lees ook
Loading





