Bunq moet zeven privérekeningen en een jongerenrekening opnieuw beschikbaar stellen aan een klant. De bank had de rekeningen gesloten na vragen over zijn geldstromen, maar legde onvoldoende uit waarom beëindiging noodzakelijk was. Een algemene verwijzing naar witwasregels en een veranderd risicoprofiel was in deze zaak niet genoeg.
Dat blijkt uit een bindende uitspraak van klachteninstituut Kifid van 23 september. Bunq moet de rekeningen binnen vier weken na verzending van de beslissing herstellen, onder de voorwaarden die vóór de beëindiging golden.
Voor klanten die vragen krijgen over hun geld is vooral de onderbouwing van belang. Een bank mag onderzoek doen. Maar als zij vervolgens een rekening sluit, moet zij de aangevoerde reden wel voldoende concreet kunnen maken.
Loonstrook verklaarde volgens bunq niet alle transacties
De klant had op verzoek van bunq een loonstrook verstrekt. Volgens de bank verklaarde het inkomen op die strook niet het maandelijkse transactievolume.
Daarom kon zij naar eigen zeggen de herkomst van het geld onvoldoende controleren. Bunq beriep zich op de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, meestal afgekort tot Wwft. Die wet zou haar in deze situatie verplichten de bankrelatie te beëindigen.
De klant wilde dat zijn situatie opnieuw werd beoordeeld. Hij was bereid aanvullende financiële informatie te geven. Volgens hem bestond zijn financiële positie bovendien uit meer dan loon alleen: ook ondernemingsactiviteiten en vastgoed speelden mee.
Juist daar bleef de uitleg van de bank volgens de
uitspraak van Kifid te algemeen.
Welke geldstromen waren eigenlijk onduidelijk?
Bunq maakte onvoldoende duidelijk welk transactievolume zij had onderzocht, over welke periode dat ging en welke concrete geldstromen onverklaard waren gebleven.
Ook lichtte de bank niet toe welke aanvullende informatie nodig was om die onzekerheid weg te nemen. Uit het dossier bleek onvoldoende dat gericht om stukken over de andere inkomsten of het vermogen was gevraagd.
Tijdens de klachtenprocedure kreeg bunq bovendien uitdrukkelijk de vraag welke informatie zij had opgevraagd en waarom het antwoord van de klant niet volstond. De bank bleef in wezen verwijzen naar de loonstrook en het onverklaarde transactievolume. De onderliggende documenten werden niet aan de commissie verstrekt.
Dat verschil is voor andere klanten praktisch belangrijk. Een verzoek om informatie is pas goed te beantwoorden wanneer duidelijk is welke transactie, periode of inkomstenbron moet worden toegelicht.
Bewaar daarom de oorspronkelijke vragen van de bank naast je antwoorden en de stukken die je hebt ingediend. Bij een meningsverschil kan zo worden nagegaan wat er precies gevraagd en aangeleverd is.
Geheimhouding maakt iedere toelichting niet onmogelijk
Bunq voerde ook aan dat zij vanwege het wettelijke verbod op bepaalde mededelingen over witwasonderzoek niet alle onderzoeksinformatie kon delen.
Kifid erkende dat een bank sommige informatie niet mag verstrekken. Maar dat betekende volgens de commissie niet dat bunq helemaal niet kon uitleggen waarom het cliëntenonderzoek vastliep.
De bank had bijvoorbeeld nader kunnen toelichten waarom de loonstrook een bepaald transactievolume niet verklaarde. Daarvoor hoefde zij volgens Kifid geen vertrouwelijke meldingen of interne onderzoeksgegevens prijs te geven.
De uitspraak verplicht
banken dus niet om hun volledige onderzoek openbaar te maken. Wel moet voldoende inzichtelijk worden waarom de aangevoerde beëindigingsgrond in het concrete geval geldt.
Ook het veranderde risicoprofiel bleef te vaag
Bunq beriep zich daarnaast op een gewijzigd risicoprofiel. De klant zou daardoor niet meer binnen het acceptatiebeleid passen.
Ook die reden was onvoldoende uitgewerkt. Welke feiten hadden het profiel veranderd? Waarom rechtvaardigde dat het sluiten van de rekeningen? Een algemene verwijzing gaf daarop geen antwoord.
De commissie vond het gebruik van de beëindigingsbevoegdheid onder deze omstandigheden onaanvaardbaar. De beëindiging van de particuliere bankrelatie kon daarom niet in stand blijven.
Zakelijke rekeningen kregen een andere behandeling
In hetzelfde persoonlijke account zaten ook twee zakelijke rekeningen. Over de beëindiging daarvan gaf Kifid geen inhoudelijk oordeel.
Die rekeningen werden voor ondernemingen gebruikt. Dat ze technisch onder hetzelfde account vielen als de privérekeningen, maakte het gebruik niet overwegend privé. De klacht was voor dat deel niet behandelbaar.
De herstelopdracht geldt voor de zeven privérekeningen en de jongerenrekening. Uit de uitspraak volgt niet dat ook de zakelijke rekeningen moeten terugkeren, of dat het herstel inmiddels al is uitgevoerd.
Wie zelf met beëindiging wordt geconfronteerd, doet er goed aan de beslissing per rekening te bekijken. Vraag welke contractuele grond de bank gebruikt, welke informatie ontbreekt en of aanvullende stukken nog kunnen worden beoordeeld. Reageer inhoudelijk op concrete vragen en bewaar de bevestigingen. Juist de ontbrekende uitleg over die stappen gaf in deze zaak de doorslag.