Een oudere werknemer na een werkdienst.
Afbeelding gemaakt met ChatGPT van OpenAI

Extra inkomsten na de AOW-leeftijd: zo verschilt de berekening voor jou en je jongere partner

Economie23 sep , 17:30

Wilt u DDS vaker zien?

Stel DDS in als voorkeursbron op Google.

Voeg DDS toe op Google
Volg ons op Google Nieuws
Een paar uur werk per week kan voor iemand met een AIO-aanvulling veel betekenen. Het levert geld op, maar ook de vraag hoeveel van die inkomsten van de aanvulling afgaat. De SVB rekent loon mee, maar laat volgens haar huidige uitleg 25 procent van het arbeidsinkomen tot maximaal €289 per maand buiten beschouwing. Bij een partner die de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt, geldt die vrijlating voor maximaal zes maanden.
Dat zijn twee regels die gemakkelijk in één zin op één hoop belanden. Ze lijken op elkaar, maar de termijn voor de jongere partner is een belangrijk verschil. Wie een nieuwe baan aanneemt of meer uren gaat werken, doet er goed aan eerst naar de eigen huishoudsituatie te kijken.

AIO vult een tekort aan

De Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen is bedoeld voor mensen op AOW-leeftijd die met hun inkomen en vermogen onder de toepasselijke grens blijven. Zij krijgen geen vast extra bedrag bovenop hun AOW. De SVB vult het inkomen aan tot de norm die bij de persoonlijke situatie hoort.
DDS legde eerder uit wie een AIO-aanvulling kan krijgen. De vraag hier is wat er gebeurt ná toekenning, als iemand betaald werk vindt. De SVB noemt zowel werk in loondienst als inkomsten als zelfstandige. Zulke inkomsten kunnen de maandelijkse aanvulling verlagen.
Een vrijlating betekent dat een deel van het arbeidsinkomen voor deze berekening niet wordt meegeteld. Het is geen afzonderlijke bonus die de SVB uitbetaalt. Ook is €289 niet het bedrag dat iedereen automatisch mag bijverdienen zonder gevolgen: het is het maximum van het vrijgelaten deel.

Een rekensom laat het verschil zien

Neem als eenvoudig voorbeeld iemand die in een maand €400 aan voor de AIO relevant arbeidsinkomen heeft. Een kwart daarvan is €100. Dat ligt onder het maximum van €289. Bij de AIO-berekening zou de SVB dat vrijgelaten deel dus buiten beschouwing laten; de overige inkomsten tellen volgens de toepasselijke regels mee.
Bij hogere inkomsten komt het plafond in beeld. Een kwart van €1.600 is €400, maar de genoemde vrijlating is maximaal €289 per maand. De uiteindelijke AIO-betaling kun je daarmee nog niet precies uitrekenen. Andere inkomsten, de huishoudnorm en de manier waarop bedragen over de maand worden vastgesteld, tellen eveneens mee. Gebruik het voorbeeld dus om de werking van de vrijlating te begrijpen, niet als persoonlijke uitkeringsspecificatie.
Ook een ander pensioen, inkomsten uit verhuur of een buitenlandse uitkering kunnen invloed hebben. Huurtoeslag en zorgtoeslag trekt de SVB volgens haar uitleg niet van de AIO af. Het soort geld dat binnenkomt doet ertoe.

Jongere partner: let op de zes maanden

Heeft de AIO-ontvanger een partner die nog niet de AOW-leeftijd heeft bereikt en werkt die partner? Dan noemt de SVB dezelfde grens van 25 procent, maximaal €289 per maand, maar voor maximaal zes maanden. Wie alleen het bedrag onthoudt en die periode mist, kan later onaangenaam worden verrast door een lagere aanvulling.
Dat vraagt om een concrete berekening vóór een wijziging van werkuren. Zet op een rij wie het loon ontvangt, vanaf wanneer, of het inkomen wisselt en of de zesmaandentermijn voor de partner speelt. Vraag de SVB hoe de wijziging doorwerkt in de aanvulling. Bewaar de beslissing en controleer daarna de eerste nieuwe betaalspecificatie.
Werk kan nog steeds financieel voordeel opleveren wanneer de AIO daalt. De fout is om aan te nemen dat ieder verdiend bedrag volledig bovenop de bestaande aanvulling komt, of juist dat werken helemaal niets oplevert. De persoonlijke berekening geeft uitsluitsel.
Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading