Een huurverhoging die destijds op je hogere inkomen was gebaseerd, verdwijnt niet vanzelf als dat inkomen daalt. Toch kunnen huurders in de sociale sector onder voorwaarden een huurverlaging voorstellen. Dat geldt als zij in de afgelopen drie jaar een inkomensafhankelijke huurverhoging kregen en hun huishoudinkomen daarna onder de relevante grens zakte. De gewone jaarlijkse huurverhoging wordt daarmee niet automatisch ongedaan gemaakt.
Dat verschil is belangrijk voor iemand die met pensioen is gegaan, uren heeft verloren of na het vertrek van een huisgenoot met minder inkomen in de woning achterblijft. Het gaat om het extra deel van de huurverhoging dat samenhing met het toenmalige hogere huishoudinkomen.
Kijk eerst naar de oude huurbrieven
Een inkomensafhankelijke huurverhoging is hoger dan de standaardverhoging en wordt toegepast op basis van het huishoudinkomen. In de brief van de verhuurder moet zichtbaar zijn welk soort verhoging destijds is opgelegd. Een huurder die alleen gewone jaarlijkse verhogingen kreeg, kan deze specifieke route niet gebruiken omdat het inkomen inmiddels lager is.
De
Huurcommissie noemt als voorwaarde dat de inkomensafhankelijke verhoging in de afgelopen drie jaar plaatsvond. Zoek daarom de huurbrieven van die jaren op. Een bedrag dat ooit, veel langer geleden, wegens hoger inkomen is vastgesteld, valt niet zonder meer onder dezelfde terugdraaimogelijkheid.
Er gelden bovendien inkomensgrenzen, die verschillen naar huishoudsituatie en de inkomenscategorie waarin de huurder eerder viel. Een inkomensdaling op zichzelf is niet genoeg. De huidige huishoudsituatie telt mee: woont iemand inmiddels alleen, of staan er nog andere bewoners op het adres?
Wat kan er van de huur af?
Het uitgangspunt is de kale huur die je nu zou betalen als in de relevante jaren met het lagere inkomen was gerekend. De Huurcommissie geeft een voorbeeld: een huur van €400 werd door een inkomensafhankelijke verhoging €500. Als bij het lagere inkomen destijds maar €50 extra passend was geweest, kan een voorstel uitkomen op €450.
Dat is een voorbeeld van de instantie, geen vast bedrag dat voor iedere huurder geldt. Bij meerdere verhogingen of wisselende inkomens wordt de berekening ingewikkelder. Neem daarom het oude huurverhogingsvoorstel als vertrekpunt, niet alleen het bedrag dat je nu maandelijks overmaakt.
Een succesvolle verlaging kan ook invloed hebben op de huurtoeslag. De lagere kale huur is prettig, maar de uiteindelijke verandering in het huishoudbudget kan anders zijn dan het verschil tussen twee huurprijzen. Controleer beide bedragen.
Eerst een voorstel aan de verhuurder
De huurder moet de verlaging schriftelijk voorstellen. Vermeld de huidige kale huur, de gewenste nieuwe kale huur en de datum waarop de wijziging moet ingaan. Die datum ligt minstens twee maanden na verzending van het voorstel en moet de eerste dag van een maand zijn. Deze route werkt volgens de Huurcommissie niet met terugwerkende kracht.
Bij de stukken horen onder meer inkomensverklaringen van de bewoners en een uittreksel uit de Basisregistratie Personen. Reageert de verhuurder afwijzend of helemaal niet, dan kan de Huurcommissie worden ingeschakeld.
Daar zit een praktische beperking. Als de inkomensdaling pas dit lopende jaar plaatsvond, is het jaarinkomen vaak nog niet definitief door de Belastingdienst vastgesteld. De Huurcommissie zegt dan nog geen bindende beoordeling op basis van losse maandlonen te kunnen doen. Een verzoek aan de verhuurder kan wel duidelijk maken wat je wilt, maar voor een procedure kan het nodig zijn op de inkomensverklaring te wachten.
Blijf tot er overeenstemming of een uitspraak is de bestaande huur betalen. Krijg je later gelijk en is er vanaf de vastgestelde ingangsdatum te veel betaald, dan moet je de terugbetaling zelf bij de verhuurder vragen.