De Rijn en Maas voeren uitzonderlijk weinig water aan voor de maand juli. Binnenvaartschepen kunnen daardoor minder diep worden beladen, moeten vaker varen en zijn meer tijd kwijt bij ondiepe delen en sluizen. Voor
consumenten zijn de gevolgen niet onmiddellijk zichtbaar. Als de droogte echter lang aanhoudt, kunnen hogere transport- en productiekosten uiteindelijk in verkoopprijzen terechtkomen.
Honderden tonnen minder vracht
Bij Lobith, waar de Rijn Nederland binnenkomt, wordt een afvoer van ongeveer 700 kubieke meter water per seconde verwacht. Dat is ongebruikelijk laag voor deze tijd van het jaar.
Voor iedere tien centimeter minder beschikbare diepgang kan een binnenvaartschip ongeveer 100 tot 120 ton minder vracht vervoeren. Dat komt ruwweg overeen met drie volle vrachtwagens.
Een schip dat normaal in één vaart een grote hoeveelheid containers, zand, kolen, ertsen of andere grondstoffen vervoert, moet bij laagwater meer reizen maken om dezelfde hoeveelheid te verplaatsen.
Die extra vaarten kosten brandstof, personeel en tijd.
Bedrijven betalen eerst de rekening
Op korte termijn nemen bedrijven de hogere vervoerskosten meestal zelf voor hun rekening. Contracten en concurrentie maken het niet altijd mogelijk om een prijsverhoging onmiddellijk door te berekenen.
Hoe langer het lage water aanhoudt, hoe groter de kans dat bedrijven hun tarieven aanpassen. Producenten die afhankelijk zijn van grote hoeveelheden grondstoffen kunnen bovendien te maken krijgen met vertragingen of tijdelijke productievermindering.
Volgens een analyse van
RTL Nieuws kostte extreem laagwater Nederlandse bedrijven in 2018 ongeveer €300 miljoen. Een belangrijk deel daarvan bestond uit hogere transportkosten.
Welke producten zijn kwetsbaar?
Niet ieder product wordt even snel duurder. De grootste risico’s liggen bij sectoren die zware of omvangrijke goederen per schip vervoeren, zoals:
-
zand, grind en andere bouwmaterialen;
-
staal en industriële grondstoffen;
-
brandstoffen en chemische producten;
-
containers met ingevoerde goederen;
-
en producten van bedrijven die voor hun productie afhankelijk zijn van vervoer over de Rijn.
Bij bouwmaterialen kunnen hogere kosten bijvoorbeeld doorwerken in renovaties en woningbouw. Bij brandstoffen en industriële producten kan het effect verderop in de productieketen zichtbaar worden.
Dat betekent niet dat de prijs van iedere boodschap direct omhooggaat. Veel hangt af van voorraden, contracten, alternatieve routes en de hoeveelheid regen die de komende weken valt.
Alternatieven zijn vaak duurder
Bedrijven kunnen vracht verplaatsen naar treinen of vrachtwagens, maar die vervoersvormen hebben niet onbeperkt capaciteit. Bovendien zijn per binnenschip honderden vrachtwagens nodig om dezelfde hoeveelheid goederen te vervoeren.
Een overstap naar wegtransport kan daardoor nog hogere kosten veroorzaken. Ook zorgt het voor meer drukte en uitstoot.
De actuele waterstanden en verwachtingen zijn te volgen via
Waterinfo van Rijkswaterstaat. Zolang voldoende regen valt in het stroomgebied van de Rijn, kan de situatie relatief snel verbeteren.
Nog geen reden voor paniekaankopen
Voor consumenten is er op dit moment geen reden om massaal voorraden aan te leggen. De gevolgen zijn afhankelijk van de duur van de droogte en van de sector.
Wel is het lage water een vroege waarschuwing. Wanneer het waterpeil nu al ongewoon laag is en de traditioneel droge maanden nog moeten komen, wordt de kans groter dat bedrijven later in de zomer hun hogere kosten gaan doorberekenen.
De portemonnee voelt de lage Rijn dus niet vandaag of morgen. Maar als de regen langdurig uitblijft, kan een probleem op de rivier uiteindelijk wel op het prijskaartje in de winkel belanden.