Echtpaar van begin zeventig staat voor een rijtjeshuis waar hun zoon met zijn dochtertje in de deuropening staat.
Gemaakt met ChatGPT

Kabinet wil geld dat je aan je kind leende zwaarder belasten: bij €200.000 mogelijk €1.755 meer

Economie•

Wilt u DDS vaker zien?

Stel DDS in als voorkeursbron op Google.

Voeg DDS toe op Google
Volg ons op Google Nieuws
Heb je je zoon of dochter geld geleend voor een huis, dan telt die lening bij jou mee in box 3. In 2027 kan dat een stuk duurder worden. Bij een lening van €200.000 gaat het in een rekenvoorbeeld om €1.755 extra belasting per jaar.
De oorzaak is een voorstel van het kabinet dat twee knoppen tegelijk omzet. In een brief aan de Tweede Kamer van 29 september staat dat het heffingsvrij vermogen in 2027 teruggaat naar €30.846 en dat het forfait voor overige bezittingen met 1,5 procentpunt omhooggaat. Voor spaargeld speelt alleen het eerste. Voor uitgeleend geld spelen beide.
Het is nog geen wet. Het kabinet wil het regelen via een aanvulling op een lopend wetsvoorstel, die vóór 31 december door de Eerste Kamer moet zijn aangenomen.

Geen spaargeld, maar een 'overige bezitting'

De Belastingdienst kijkt in box 3 niet naar de rente die je werkelijk ontvangt, maar rekent met een vast percentage. Voor spaargeld is dat laag: voorlopig 1,28 procent. Geld dat je hebt uitgeleend, valt in de groep beleggingen en andere bezittingen, waarvoor in 2026 6,00 procent geldt. Alleen leningen tussen fiscale partners en tussen ouders en minderjarige kinderen zijn uitgezonderd. Een lening aan je volwassen kind telt dus volledig mee.
Op welk percentage het forfait in 2027 precies uitkomt, staat niet in de brief. Fiscalisten van advocatenkantoor Dirkzwager rekenen met 7,87 procent.

Rekenvoorbeeld: €200.000 tegen 3 procent rente

Stel: je bent alleenstaand en hebt je dochter €200.000 geleend tegen 3 procent rente. Je ontvangt €6.000 per jaar en hebt verder geen vermogen in box 3.
In 2026 gaat van de €200.000 eerst het heffingsvrij vermogen van €59.357 af. Over de resterende €140.643 rekent de Belastingdienst 6,00 procent rendement, afgerond €8.439. Daarover betaal je 36 procent: €3.038.
In 2027 blijft volgens het voorstel €169.154 over na aftrek van €30.846. Met 7,87 procent is het rendement €13.312 en de belasting €4.792. Dat is €1.755 meer dan dit jaar. Van elke euro rente die je dochter betaalt, gaat dan ongeveer 80 cent naar de Belastingdienst.
Heb je een fiscale partner, dan is de vrijstelling dubbel zo hoog. De aanslag stijgt in hetzelfde voorbeeld dan van €1.756 naar €3.919, een verschil van €2.163.

Je werkelijke rente kan de aanslag verlagen

Een detail verandert de uitkomst. Is je werkelijke rendement lager dan het vaste percentage, dan mag je dat laten zien met een opgaaf werkelijk rendement. De Belastingdienst gaat dan uit van de uitkomst die voor jou het gunstigst is. Sinds belastingjaar 2025 loopt die opgaaf via de aangifte inkomstenbelasting.
Bij het werkelijke rendement geldt geen heffingsvrij vermogen. In het voorbeeld is het werkelijke rendement de ontvangen rente van €6.000. Daarover 36 procent is €2.160. Dat is lager dan de €4.792 uit het voorstel voor 2027, en ook lager dan de €3.038 van dit jaar.
Let op één ding: de Belastingdienst kijkt bij het werkelijke rendement naar je hele vermogen. Heb je naast de lening ook aandelen die flink in waarde zijn gestegen of een tweede woning, dan telt die winst mee en kan het voordeel verdwijnen. De regeling blijft bestaan tot er een nieuw stelsel is. Het kabinet mikt daarvoor op 2028.

Drie dingen om dit najaar na te lopen

De stand op 1 januari is bepalend. Lost je kind vóór die datum extra af, dan telt in 2027 een lagere lening mee. Het afgeloste geld staat dan wel als spaargeld op je rekening, maar daarvoor geldt het veel lagere percentage.
Bewaar de bewijzen van de rente die je ontvangt, zoals bankafschriften en de leningovereenkomst. Die heb je nodig als je je werkelijke rendement opgeeft.
Reken het voorbeeld na met je eigen bedragen. De vrijstelling van €30.846 geldt per persoon. Met een fiscale partner is dat samen €61.692.
Of het voorstel doorgaat, wordt duidelijk bij de behandeling van het Belastingplan in de Tweede en Eerste Kamer. Reken tot die tijd met beide uitkomsten: het vaste percentage en je echte rente. Bij veel leningen binnen de familie valt de tweede lager uit.
Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading