Je werkgever mag je niet zomaar per brief ontslaan als je werk wegvalt. Daarvoor is vooraf toestemming van het
UWV nodig, tenzij je zelf schriftelijk met de opzegging instemt. Een werkgever die die stap oversloeg, moet van de
kantonrechter in Den Haag in totaal €28.382 bruto betalen aan een oud-medewerker.
De werknemer, geboren in 1971, werkte sinds 15 december 2017 voor een stichting achter een gemeenteraadsfractie. Ze verdiende €3.750 bruto per maand, plus 8 procent vakantietoeslag en een jaarlijkse bonus van één bruto maandsalaris. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2026 haalde de partij geen enkele zetel. Op 26 maart 2026 zegde de stichting het contract op, per 1 mei 2026.
De kantonrechter deed op 31 augustus 2026 uitspraak; sinds 21 september is die openbaar. De zaak laat zien wat het een werkgever kan kosten als hij bij een
ontslag de vaste stappen overslaat, en waar je zelf op kunt letten.
Twee fouten in één opzegging
Een werkgever mag een contract opzeggen als daar een redelijke grond voor is en herplaatsing niet in de rede ligt, bijvoorbeeld om bedrijfseconomische redenen. Daarvoor is wel eerst toestemming van het UWV nodig. Volgens de kantonrechter was niet gebleken dat de stichting die had aangevraagd of gekregen. Ze kon het contract dus niet opzeggen.
Daarnaast hield de stichting een opzegtermijn van één maand aan, terwijl dat twee maanden had moeten zijn. De werknemer was op het moment van opzeggen ruim acht jaar in dienst. De stichting voerde in de procedure geen verweer. Sinds 1 juni 2026 krijgt de werknemer een WW-uitkering.
Zo komt het totaal op €28.382
De werknemer vroeg de rechter niet om de opzegging te vernietigen, maar om geld. De kantonrechter wees alle drie de bedragen toe, allemaal bruto:
- €12.150 billijke vergoeding: drie maanden brutoloon inclusief vakantietoeslag (3 x €4.050). De rechter vond het aannemelijk dat het contract nog drie maanden langer had geduurd als de stichting eerst toestemming van het UWV had gevraagd en daarna de juiste opzegtermijn had aangehouden.
- €4.050 vergoeding wegens onregelmatige opzegging: het brutoloon plus vakantietoeslag over de ene maand die aan de opzegtermijn ontbrak.
- €12.182 transitievergoeding: de wettelijke vergoeding die een werkgever betaalt als hij het contract opzegt.
Daar komen de wettelijke rente en €814 aan proceskosten bij. De billijke vergoeding kwam er omdat de opzegging niet rechtsgeldig was. De rechter merkte daarbij op dat een ongeldige opzegging geldt als ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever.
De transitievergoeding kun je zelf narekenen. Je krijgt
een derde maandsalaris per heel dienstjaar, plus een evenredig deel voor de resterende maanden. Bij dat maandsalaris tellen onder meer het vakantiegeld en een twaalfde deel van een vaste eindejaarsuitkering mee. Hier is dat €3.750 + €300 vakantietoeslag + €312,50 (een twaalfde van de bonus) = €4.362,50. Over ruim acht jaar en vier maanden dienst kom je dan vrijwel precies uit op de €12.182 die de rechter toekende.
Wanneer je werkgever zonder jouw handtekening mag opzeggen
De basisregel staat in
artikel 7:671 van het Burgerlijk Wetboek: je werkgever kan je contract niet rechtsgeldig opzeggen zonder jouw schriftelijke instemming. Er zijn uitzonderingen, onder meer als het UWV vooraf toestemming heeft gegeven, als je nog in je proeftijd zit of bij ontslag op staande voet wegens een dringende reden.
De route via het UWV is er voor
ontslag om bedrijfseconomische redenen of wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. Valt je werk weg, dan hoort je werkgever dus eerst bij het UWV aan te kloppen. Voor andere ontslagredenen loopt het via de kantonrechter.
Wees daarom voorzichtig met een brief waarin je werkgever vraagt of je akkoord gaat met de opzegging. Met jouw schriftelijke instemming is toestemming van het UWV niet meer nodig.
Welke opzegtermijn bij jouw dienstjaren hoort
Ook als het ontslag wel goed is geregeld, moet je werkgever een
opzegtermijn aanhouden die afhangt van hoe lang je in dienst bent:
- korter dan 5 jaar in dienst: 1 maand
- 5 tot 10 jaar: 2 maanden
- 10 tot 15 jaar: 3 maanden
- 15 jaar of langer: 4 maanden
Opzeggen gebeurt in principe tegen het einde van de maand. Een cao kan een kortere termijn regelen. Heeft het UWV toestemming gegeven, dan mag je werkgever de duur van die procedure van de opzegtermijn aftrekken, maar er blijft altijd minstens een maand over. Houdt je werkgever een te korte termijn aan, dan kun je een vergoeding vragen over de ontbrekende periode, zoals de €4.050 in deze zaak.
Vernietigen of een vergoeding: je kiest zelf
Is je ontslag in strijd met de regels, dan kan de kantonrechter
op jouw verzoek de opzegging vernietigen of je een billijke vergoeding toekennen. Bij vernietiging loopt je contract door. Kies je voor een vergoeding, dan blijft het ontslag staan en krijg je geld. De werknemer in deze zaak koos voor het laatste.
Wacht niet te lang met die keuze, want voor zo'n verzoek gelden strikte termijnen. In deze zaak diende haar gemachtigde het verzoek op 25 juni 2026 in, minder dan twee maanden na het einde van het contract. Laat je snel adviseren, bijvoorbeeld door je vakbond, je rechtsbijstandsverzekering of het Juridisch Loket.
Heb je een ontslagbrief gekregen omdat je werk wegvalt? Kijk dan of erin staat dat het UWV toestemming heeft gegeven, reken na hoeveel jaar je in dienst bent en welke opzegtermijn daarbij hoort, en zet nergens je handtekening onder voordat je advies hebt gevraagd.