Een belasting die officieel wordt opgelegd aan producenten, importeurs of afvalbedrijven kan uiteindelijk gewoon op het kassabonnetje van de consument verschijnen. Precies daarvoor waarschuwt Verpact nu het kabinet nieuwe belastingen op plastic verpakkingen onderzoekt.
Op de achtergrond speelt een aanzienlijk financieel probleem. Het kabinet rekende eerder op een structurele opbrengst van €567 miljoen uit een polymerenheffing. Die oorspronkelijke heffing ging niet door, onder meer uit vrees dat productie en werkgelegenheid naar het buitenland zouden verdwijnen.
Het gat van €567 miljoen in de overheidsbegroting bleef echter bestaan. Er moeten daarom andere belastingen of maatregelen worden gevonden die voldoende geld opleveren.
Een van de onderzochte mogelijkheden is een nieuwe belasting op kunststofverpakkingen voor eenmalig gebruik. Ook wordt gekeken naar een afzonderlijke inzamelbelasting op plastic drankflessen en blikjes.
Waarom ontbreekt er €567 miljoen?
In het Hoofdlijnenakkoord was afgesproken dat vanaf 2028 een circulaire polymerenheffing zou worden ingevoerd. Bedrijven die plastics en polymeren verwerken, zouden daar belasting over gaan betalen.
Onderzoek liet vervolgens zien dat zo’n nationale heffing grote economische nadelen kon veroorzaken. Buitenlandse bedrijven zouden niet met dezelfde kosten worden geconfronteerd, waardoor Nederlandse productie duurder en minder aantrekkelijk kon worden.
Het kabinet besloot de polymerenheffing daarom niet in de oorspronkelijke vorm door te zetten. Dat voorkwam mogelijk schade aan de industrie, maar creëerde boekhoudkundig een nieuw probleem. De verwachte opbrengst van €567 miljoen was al in de meerjarenbegroting verwerkt.
Wanneer een geplande belasting wordt geschrapt, verdwijnt het bedrag aan de uitgavenkant niet automatisch mee. De overheid moet de inkomsten ergens anders vinden, minder uitgeven of het tekort laten oplopen.
Hogere afval- en CO₂-belastingen als noodoplossing
Als technische dekking stelde het kabinet eerder voor de afvalstoffenbelasting en de CO₂-heffing voor afvalverbrandingsinstallaties te verhogen.
Afval verwerken en verbranden wordt daardoor duurder. Afvalbedrijven kunnen deze kosten doorberekenen aan gemeenten. Gemeenten verwerken ze vervolgens mogelijk in de afvalstoffenheffing die huishoudens jaarlijks betalen.
In de officiële berekeningen loopt de gemiddelde totale lastenstijging voor huishoudens richting 2030 op tot ongeveer €40 per jaar.
Dat is een landelijk gemiddelde. De werkelijke rekening kan per gemeente sterk verschillen. Een gemeente die veel afval laat verbranden en weinig andere inkomsten heeft, kan meer moeten doorberekenen dan een gemeente met een andere afvalverwerking.
Het bedrag van €40 hoort bovendien bij de doorgerekende afval- en CO₂-maatregelen. Het mag niet zonder uitleg worden gepresenteerd als het exacte bedrag dat een nieuwe verpakkingenbelasting ieder huishouden gaat kosten.
Kabinet onderzoekt belasting op verpakkingen
De overheid kijkt ondertussen naar alternatieven. Onderzoeksbureau CE Delft heeft twee mogelijke belastingen op verpakkingen onderzocht.
De eerste is een kunststofverpakkingenbelasting. Producenten zouden daarbij belasting betalen over plastic verpakkingen voor eenmalig gebruik. De vormgeving kan bedrijven stimuleren om meer gerecycled kunststof te gebruiken.
De tweede mogelijkheid is een inzamelbelasting voor plastic drankflessen en blikjes. Zo’n belasting moet ervoor zorgen dat producenten een grotere financiële prikkel krijgen om de wettelijke inzameldoelen te halen.
Op papier kunnen beide maatregelen bijdragen aan recycling. De vraag is hoeveel milieuwinst ze werkelijk opleveren, hoeveel geld ze opbrengen en welk deel van de kosten uiteindelijk door consumenten wordt betaald.
Opbrengst blijft mogelijk ver onder €567 miljoen
Uit de berekeningen blijkt dat de onderzochte verpakkingenbelastingen het begrotingsgat niet zomaar volledig vullen.
Voor de kunststofverpakkingenbelasting raamt CE Delft een jaarlijkse belastingopbrengst van nul tot €150 miljoen. Die grote bandbreedte ontstaat doordat de opbrengst sterk afhangt van het gedrag van producenten.
Als bedrijven veel meer gerecycled kunststof gebruiken, betalen zij minder belasting. Dat is gunstig voor het milieudoel, maar vermindert de opbrengst voor de schatkist.
Voor de inzamelbelasting op plastic flessen en blikjes wordt een opbrengst van nul tot €65 miljoen per jaar geschat. Ook daar is veel onzekerheid. Wanneer het inzamelpercentage zonder extra belasting al verbetert, levert de maatregel minder extra resultaat op.
Zelfs aan de bovenkant van beide ramingen komt de gezamenlijke opbrengst uit op ongeveer €215 miljoen. Dat ligt ver onder de gezochte €567 miljoen.
Er zouden dus aanvullende maatregelen nodig zijn, tenzij het kabinet genoegen neemt met minder belastinginkomsten of elders geld vindt.
Bedrijven kunnen rekening doorgeven
De belasting wordt formeel mogelijk betaald door producenten en importeurs. Dat betekent niet dat zij de kosten uit hun bestaande winst zullen betalen.
Bedrijven kunnen proberen de extra lasten door te berekenen in de verkoopprijs. Supermarkten, drogisterijen en andere winkels betalen dan meer voor verpakte producten en verwerken dat vervolgens in hun prijzen.
Plastic verpakkingen zitten bij veel meer producten dan alleen frisdrank of snoep. Denk aan:
-
schoonmaakmiddelen;
-
shampoo en douchegel;
-
zuivel;
-
vleeswaren;
-
kant-en-klaarmaaltijden;
-
sauzen;
-
diepvriesproducten;
-
wasmiddelen;
-
verzorgingsproducten;
-
dierenvoeding.
Zelfs een kleine prijsverhoging per verpakking kan op jaarbasis aantikken wanneer een huishouden iedere week tientallen verpakte producten koopt.
CE Delft houdt in het onderzoek rekening met financiële lasten voor zowel bedrijven als consumenten. De precieze verdeling hangt af van de uiteindelijke belastingvorm en van de vraag hoeveel kosten bedrijven op hun klanten kunnen afwentelen.
Verpact heeft zelf een duidelijk belang
De nieuwste waarschuwing komt van Verpact, de organisatie die namens producenten en importeurs verantwoordelijk is voor de inzameling en recycling van verpakkingen.
Verpact stelt dat een groot deel van de belasting via hogere productprijzen bij consumenten terechtkomt. De organisatie wijst er ook op dat de opbrengst naar de algemene middelen gaat en dus niet automatisch wordt gebruikt voor recycling.
Volgens Verpact werd in 2024 ongeveer €627 miljoen geïnvesteerd in de inzameling en recycling van alle soorten verpakkingen. Voor de plasticverpakkingsketen zou jaarlijks ongeveer €450 miljoen beschikbaar zijn.
De organisatie vindt een nieuwe heffing van honderden miljoenen daarom buitenproportioneel. Volgens Verpact wordt geld weggehaald bij bedrijven die juist in nieuwe recyclingcapaciteit en gerecyclede grondstoffen moeten investeren.
Die argumenten verdienen aandacht, maar Verpact is geen neutrale buitenstaander. De organisatie vertegenwoordigt de sector die de belasting direct zou voelen. Haar voorspellingen moeten daarom als waarschuwing en belangenstandpunt worden beschreven, niet als vaststaand feit.
Milieuwinst is niet gegarandeerd
Een belasting op plastic kan ervoor zorgen dat producenten minder nieuw kunststof gebruiken. CE Delft schat dat de inzet van gerecycled materiaal in 2035 met ongeveer 5 tot 20 procent kan toenemen.
De mogelijke vermindering van de CO₂-uitstoot wordt voor de kunststofverpakkingenbelasting geraamd op 100.000 tot 500.000 ton per jaar.
Bij de inzamelbelasting is het effect veel onzekerder. De geschatte vermeden uitstoot ligt tussen nul en 9.000 ton per jaar. Het resultaat hangt vooral af van de ontwikkeling van de inzameling zonder nieuwe belasting.
Daarmee ontstaat een ingewikkelde afweging. Een succesvolle milieubelasting kan bedrijven aanzetten hun gedrag te veranderen. Wanneer dat gebeurt, nemen de belastinginkomsten af. Een belasting die vooral veel geld oplevert, kan juist betekenen dat producenten hun gedrag nauwelijks aanpassen.
Het kabinet probeert met één maatregel zowel een milieudoel als een begrotingsdoel te bereiken. Die twee belangen lopen niet altijd gelijk.
De consument betaalt vaak als laatste schakel
Het staat nog niet vast welke nieuwe belasting wordt ingevoerd. Evenmin is besloten dat de twee onderzochte verpakkingenbelastingen samen of in hun huidige vorm doorgaan.
Wel staat vast dat de overheid structureel €567 miljoen zoekt. De bestaande technische oplossing maakt afvalverwerking duurder en kan via gemeenten bij huishoudens belanden. Een belasting op verpakkingen kan via producenten en winkels worden doorberekend in productprijzen.
Daarom is het onjuist om te zeggen dat alleen grote plasticbedrijven de rekening krijgen. Belastingen bewegen door de economische keten. Een producent betaalt meer, verhoogt zijn prijs en laat uiteindelijk de klant aan de kassa een deel van het verschil opvangen.
Een paar cent op een fles shampoo of verpakking vlees lijkt beperkt. Vermenigvuldigd met alle verpakte producten en miljoenen huishoudens gaat het om grote bedragen.
Het etiket op de rekening kan ‘plasticheffing’, ‘afvalstoffenbelasting’ of ‘CO₂-heffing’ luiden. Voor de consument maakt die naam uiteindelijk weinig verschil. Zodra de kosten in gemeentelijke heffingen of winkelprijzen worden verwerkt, komt hetzelfde bedrag gewoon uit de huishoudportemonnee.