Naar inhoud springen
Afbeelding gemaakt met Gemini AI van Google

Kinderen van overleden ex-man eisten helft van de huidige waarde van een appartement, maar rechter rekent met 1985: €10.870

Economie•

Wilt u DDS vaker zien?

Stel DDS in als voorkeursbron op Google.

Voeg DDS toe op Google
Volg ons op Google Nieuws
Wie een koopwoning erft van een ouder die tientallen jaren geleden is gescheiden, gaat ervan uit dat het huis volledig van die ouder was als het al die tijd op diens naam stond en de hypotheek netjes is afbetaald. Maar als na een echtscheiding in gemeenschap van goederen destijds nooit een formele verdelingsakte is opgemaakt, kunnen de erfgenamen van een ex-partner tientallen jaren later alsnog aanspraak maken op de helft van de woning. In een op 4 november 2026 gepubliceerde uitspraak van de Rechtbank Amsterdam eisten twee kinderen van een overleden ex-man de helft van de huidige marktwaarde van het ouderlijk appartement op, maar stak de rechter daar een stokje voor.
De voorgeschiedenis van het geschil ging bijna vijftig jaar terug. De moeder van de eiseres trouwde op 8 november 1976 in gemeenschap van goederen met haar toenmalige echtgenoot. Het huwelijk hield in de praktijk maar kort stand: op 3 december 1978 verliet de moeder de toenmalige echtelijke woning en sindsdien hebben de echtgenoten nooit meer samengewoond. Op 18 januari 1980, terwijl het huwelijk op papier nog niet was ontbonden, kocht de moeder voor zichzelf een appartement voor 48.500 gulden (de rechtbank rekent met afgerond 21.740 euro). Zij financierde die aankoop volledig zelf met twee hypotheken op haar eigen naam van 9.000 gulden en 38.000 gulden tegen 7,7 procent rente.

Waarom het huis toch in de oude huwelijksgemeenschap viel

Op 15 juni 1983 sprak de rechtbank de echtscheiding uit en op 19 januari 1984 werd het vonnis ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Vanaf 20 november 1986 woonde de dochter bij haar moeder in het appartement. Toen de moeder op 8 november 1993 zonder testament overleed, erfden de dochter en haar broer haar nalatenschap. De dochter bleef in het appartement wonen, betaalde alle lasten en loste in augustus 2000 het laatste deel van de hypotheek af. De ex-man van haar moeder hertrouwde in 2004 in gemeenschap van goederen en overleed op 30 december 2020 in Spanje, met achterlating van zijn tweede echtgenote en negen kinderen uit twee relaties.
Toen de dochter in 2025 de woning definitief op haar naam wilde zetten, bleek dat de huwelijksgemeenschap uit 1984 destijds nooit formeel was verdeeld. Omdat haar moeder het appartement op 18 januari 1980 had gekocht terwijl zij op papier nog in gemeenschap van goederen was getrouwd, viel het huis volgens de wet voor de helft toe aan de nalatenschap van de overleden ex-man. De dochter dagvaardde de erfgenamen van de ex-man. Twee kinderen van de ex-man, die onder bewind stonden, beriepen zich in die procedure op de wettelijke hoofdregel dat een onverdeeld goed wordt gewaardeerd op het moment van de feitelijke verdeling. Zij eisten dat het appartement in 2026 door een makelaar zou worden getaxeerd en dat zij hun aandeel in de helft van de huidige Amsterdamse marktwaarde zouden krijgen.

Rechtbank verlegt de waardepeildatum naar 1 januari 1985

De Rechtbank Amsterdam oordeelde dat het toepassen van de huidige woningwaarde uit 2026 in dit geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. De rechtbank wees erop dat de moeder en haar ex-man al sinds december 1978 uit elkaar waren toen zij het appartement in januari 1980 alleen voor zichzelf kocht. De hypotheek stond uitsluitend op naam van de moeder, de twee hebben nooit samen in de woning gewoond en de ex-man heeft er ook na de echtscheiding niets aan bijgedragen. Niet is gebleken dat hij van de woning wist. Alle kosten, het onderhoud en de volledige aflossing van de hypotheek zijn door de moeder en haar dochter gedragen.
Daarom prikte de rechtbank als waardepeildatum niet het jaar 2026, maar 1 januari 1985: kort na de inschrijving van de echtscheiding. Omdat de Nederlandse huizenprijzen tussen 1980 en 1985 met ruim veertig procent waren gedaald, stelde de rechtbank de waarde van het appartement per 1 januari 1985 vast op de oorspronkelijke aankoopprijs van 48.500 gulden, volgens de rechtbank afgerond 21.740 euro.
De rechtbank deelde het appartement toe aan de dochter en haar broer tegen betaling van de helft van die waarde uit 1985: precies 10.870 euro. Dat bedrag moet worden uitbetaald aan de weduwe van de ex-man, waarbij op grond van het huwelijksvermogensrecht 5.435 euro aan de weduwe toekomt en de negen kinderen ieder een vordering van een tiende deel op de andere helft krijgen. De eis van de dochter om de helft van de hypotheekaflossingen tot 1985 terug te krijgen, wees de rechtbank af: zo'n regresvordering verjaart volgens de wet na twintig jaar. Aan haar voorwaardelijke eis over 16.876,35 euro aan eigenaarslasten kwam de rechtbank niet toe, omdat de waarde op 1 januari 1985 werd gesteld.
Wil je dat je koophuis en spaargeld later zonder verrassingen bij je eigen kinderen terechtkomen? Schenk je bij leven, dan kunnen je kinderen later minder erfbelasting betalen. In de gratis schenk-checklist 2026 van Schenk Slim, de schenksite van DDS, staan de tien dingen die je vóór 31 december regelt.
Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading