Afbeelding gemaakt met Gemini AI van Google
Radeloze moeder moet €3.896 huurtoeslag terugbetalen door schadevergoeding van dochter
Wilt u DDS vaker zien?
Stel DDS in als voorkeursbron op Google.
Voeg DDS toe op GoogleEen moeder met een bijstandsuitkering moet haar volledige huurtoeslag van €3.896 terugbetalen omdat haar thuiswonende, studerende dochter na een verkeersongeval een schadevergoeding van €100.700 had. Volgens de moeder woonde de dochter door haar medische klachten noodgedwongen thuis en kon ze niet naast haar studie werken. Toch oordeelt Rechtbank Den Haag dat Dienst Toeslagen het vermogen van de dochter terecht heeft meegeteld.
De uitspraak van Rechtbank Den Haag, gedaan op 21 oktober en gepubliceerd op 4 november 2026, laat zien hoe streng de vermogenstoets bij de huurtoeslag uitpakt voor ouders met een thuiswonend kind. De moeder woonde samen met haar zoon en dochter in een huurwoning en kreeg op 18 december 2022 een voorschot van €3.896 aan huurtoeslag voor het jaar 2023.
Op 6 september 2024 stelde Dienst Toeslagen de huurtoeslag definitief vast op €0, aan de hand van de beschikbare inkomens- en vermogensgegevens. De moeder moest daardoor de volledige €3.896 terugbetalen. De reden: haar dochter stond het hele jaar op hetzelfde adres ingeschreven in de Basisregistratie Personen en gold daarom op grond van artikel 2 lid 1 onderdeel e van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) als medebewoner. Op de peildatum van 1 januari 2023 had de dochter een vermogen van €100.700, afkomstig van een schadevergoeding na een verkeersongeval.
Waarom alleen €12.500 aan smartengeld werd vrijgesteld
De moeder maakte bezwaar tegen de terugvordering, waarna Dienst Toeslagen haar op 6 mei 2025 op één punt tegemoetkwam. Van de €100.700 was €12.500 immateriële schadevergoeding, oftewel smartengeld. Dat deel liet Dienst Toeslagen buiten beschouwing.
Volgens de regels over bijzonder vermogen dat niet meetelt voor de toeslagen telt een letselschade-uitkering waarvan de hoogte op of na 11 oktober 2010 is vastgesteld gewoon mee als vermogen, met uitzondering van het deel dat smartengeld is. Alleen voor oude uitkeringen die vóór 11 oktober 2010 zijn vastgesteld, geldt bij de zorgtoeslag en het kindgebonden budget een ruimere regel.
Bij de dochter bleef na aftrek van de €12.500 nog €88.200 over. Dat bedrag lag ver boven de vermogensgrens voor een medebewoner, die op 1 januari 2023 €33.748 was.
Lees ook
Rechter: kind met vermogen kan bijdragen aan de huur
Bij de bestuursrechter in Den Haag voerde de moeder aan dat het besluit onevenredig hard uitpakte. Zij leeft van een bijstandsuitkering, haar huur was verhoogd en haar dochter woont door de gevolgen van het ongeluk noodgedwongen thuis, terwijl die door haar klachten niet naast haar studie kan werken. Volgens de moeder is het onbillijk dat zij haar dochter zou moeten vragen om bij te dragen aan de huur.
De rechtbank gaat daar niet in mee en verklaart het beroep ongegrond. Volgens de Wet op de huurtoeslag telt het vermogen van de huurder, de partner en de medebewoners mee, en de regels van de Awir laten Dienst Toeslagen geen ruimte om daarvan af te wijken. De herkomst of bestemming van het geld is daarbij in beginsel niet van belang.
Het stelsel gaat ervan uit dat het vermogen van volwassenen binnen een huishouden kan worden gebruikt om kosten te dekken. Dat van een medebewoner met zo'n vermogen wordt verwacht dat zij bijdraagt aan de huur, hoefde Dienst Toeslagen volgens de rechtbank niet onredelijk te vinden. Dat de dochter noodgedwongen thuis woont, stelde de moeder bovendien pas op de zitting, en ze onderbouwde dat niet met stukken.
Ook een beroep op matiging van de terugvordering slaagt niet. Bij financiële problemen kan de moeder volgens de rechter om een persoonlijke betalingsregeling vragen. Tegen de uitspraak staat hoger beroep open bij de Raad van State.
Verschil tussen 23 jaar bij inkomen en 18 jaar bij vermogen
De Haagse uitspraak legt een valkuil bloot voor hurende ouders: het verschil tussen de leeftijdsgrens voor het inkomen en die voor het vermogen van een thuiswonend kind. Voor het inkomen van een thuiswonend kind geldt bij de huurtoeslag een grens van 23 jaar. Is je kind jonger dan 23, of wordt het dit kalenderjaar 23, dan is in 2026 de eerste €6.218 aan inkomen vrijgesteld en telt studiefinanciering niet mee. Pas vanaf 1 januari van het jaar nadat je kind 23 is geworden, telt het hele inkomen mee.
Voor de vermogenstoets op 1 januari bestaat zo'n vrijstelling tot 23 jaar niet. Bij het maximale vermogen voor de huurtoeslag in 2026 staat dat medebewoners op 1 januari 2026 niet meer dan €38.479 aan vermogen mogen hebben. Dat is hetzelfde bedrag als voor een alleenstaande huurder; samen met een toeslagpartner is de grens €76.958. Een thuiswonend kind van 18 jaar of ouder is medebewoner.
Is een thuiswonend kind jonger dan 18 jaar, dan telt het vermogen van het kind mee bij dat van de ouder. Je kunt Dienst Toeslagen wel vragen het niet mee te tellen als ouder en kind er niet bij kunnen, bijvoorbeeld door een BEM-clausule of een geblokkeerde rekening. Dat geef je door met het formulier Verzoek bijzonder vermogen toeslagen.
Lees ook
Heb je een volwassen kind thuis wonen met spaargeld of een schadevergoeding, kijk dan vóór 1 januari wat dat betekent voor je huurtoeslag. Staat je kind het hele jaar op je adres en zit het op 1 januari boven de grens, dan vervalt het recht over het hele jaar, ook als jij zelf weinig hebt. Woont je kind maar een deel van het jaar bij je, dan telt zijn vermogen niet mee.
Wil je vaker zulke uitleg over je geld op je telefoon? Volg DDS op ons WhatsApp-kanaal.
Ga verder met lezen
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten
Lees ook
Loading








