Afbeelding gemaakt met ChatGPT van OpenAI
Tot ruim €8.900 extra erfbelasting: zo kan plan Klaver een kind met een vordering van €100.000 raken
Wilt u DDS vaker zien?
Stel DDS in als voorkeursbron op Google.
Voeg DDS toe op GoogleEen kind dat na het eerste overlijden €100.000 erft als vordering op de andere ouder, kan bij een afgesproken samengestelde rente van 6 procent later extra erfbelasting betalen. In een eigen rekenvoorbeeld van DDS loopt dat na tien jaar op tot afgerond €8.939. Daarvoor moet het voorstel van Klaver en Dassen worden aangenomen, de eerste ouder vanaf 2028 overlijden en de fiscale rekenrente op dat moment 3 procent zijn.
Ook het belastingtarief maakt verschil. De €8.939 geldt alleen als het hele extra belaste rentebedrag tegen 20 procent wordt belast. Bij volledig 10 procent gaat het om €4.469. Dit zijn berekeningen met de tarieven van 2026, geen vaststaande aanslagen voor een toekomstig overlijden.
De aanleiding is het amendement van Klaver en Dassen, Kamerstuk 37 022, nr. 35, ontvangen op 4 november 2026. Zij stellen voor de fiscale rekenrente in de Successiewet vanaf 1 januari 2028 te verlagen van 6 naar voorlopig 3 procent. Het werkelijke percentage voor 2028 moet nog met een formule worden vastgesteld. De indieners willen zo onder meer schenken op papier minder rendabel maken, maar hetzelfde percentage bepaalt ook hoeveel rente op een erfdeel onbelast blijft.
Een erfdeel dat nog niet op je rekening staat
Bij de wettelijke verdeling krijgt de langstlevende echtgenoot de bezittingen en schulden. Kinderen krijgen hun erfdeel als een geldvordering op die ouder. Zij hebben daarmee een recht op geld, maar krijgen het erfdeel doorgaans pas uitbetaald als ook de langstlevende ouder overlijdt.
Over zo'n vordering kan rente worden afgesproken. Bij samengestelde rente groeit ook de eerder opgebouwde rente weer mee. Een afspraak over 6 procent per jaar kan daardoor na tien jaar een aanzienlijk bedrag opleveren.
De voorgestelde wijziging raakt de fiscale behandeling van die rente. Artikel 9, tweede lid, van de Successiewet laat rente boven de fiscale grens meetellen als een extra verkrijging wanneer de vordering opeisbaar wordt of wordt afgelost. Wordt de vordering opeisbaar door het overlijden van de langstlevende ouder, dan telt dat deel mee voor de erfbelasting. Die grens is nu gebaseerd op 6 procent samengestelde rente. Met een lagere grens kan een deel van een afgesproken rente van 6 procent dus alsnog worden belast.
Zo ontstaat het verschil van €44.693
DDS rekent met een vordering van €100.000, een afgesproken samengestelde rente van 6 procent per jaar en precies tien jaar tussen de twee overlijdens. Gedurende die periode wordt niets afgelost of aan rente uitbetaald. Voor de vergelijking met de huidige grens van 6 procent nemen we aan dat bij het eerste overlijden onder de nieuwe regels een fiscale rekenrente van 3 procent geldt.
Bij 6 procent samengestelde rente groeit de rente op €100.000 in tien jaar tot afgerond €79.085. Bij 3 procent is dat €34.392. Het verschil van €44.693 telt dan extra mee als verkrijging.
De rente is berekend met €100.000 × (1,06 tot de macht 10 min 1), en dezelfde formule met 1,03. Het onafgeronde verschil is €44.693,13. Daarover is 10 procent afgerond €4.469 en 20 procent afgerond €8.939. Bij de wettelijke verdeling moet de langstlevende ouder de erfbelasting van het kind voorschieten, en die wordt verrekend met de vordering. Is €100.000 het erfdeel vóór die verrekening, dan wordt de vordering lager en vallen deze bedragen ook lager uit: bij €7.377 erfbelasting volgens de tarieven van 2026 gaat het om afgerond €4.140 en €8.279.
De afgesproken rente van 6 procent wordt door deze fiscale wijziging niet automatisch verlaagd. Het gaat om het deel van die rente dat voor de erfbelasting extra wordt meegeteld. Zonder de afspraak over 6 procent samengestelde rente volgt deze uitkomst niet.
Sluit de renteafspraak aan bij het percentage dat gold bij het eerste overlijden, dan ontstaat volgens de toelichting op het amendement geen extra verkrijging. De schuld van de langstlevende ouder groeit dan wel minder hard, zodat er bij het tweede overlijden meer in de gewone nalatenschap kan overblijven. Ook daarover kan erfbelasting vallen, dus een lagere renteafspraak hoeft de rekening niet te verlagen.
Lees ook
Wanneer betaal je 10 of 20 procent?
Volgens de tarieven voor de erfbelasting in 2026 betalen kinderen 10 procent over de eerste €158.669 van hun belaste verkrijging en 20 procent over het deel daarboven.
Eerst gaat de vrijstelling eraf. De gewone vrijstelling voor een kind in 2026 is €26.230.
Hoe de extra rente wordt belast, hangt dus ook af van wat het kind verder bij het tweede overlijden verkrijgt. Is de vrijstelling al benut en valt het hele verschil in de eerste schijf, dan volgt €4.469 extra belasting. Valt alles in de tweede schijf, dan is het €8.939. Loopt het bedrag door beide schijven, dan ligt de uitkomst daartussen. Een nog beschikbare vrijstelling kan de extra belasting verder verlagen.
Een vordering van €100.000 betekent op zichzelf dus niet dat het kind 20 procent betaalt. Bovendien kunnen de tarieven, schijfgrens en vrijstelling veranderen voordat de tweede ouder overlijdt. De berekening is uitsluitend bedoeld om het rente-effect zichtbaar te maken; zij berekent niet de totale erfbelasting over beide overlijdens.
Eerste ouder vóór 2028 overleden? Dan blijft 6 procent bepalend
Een belangrijke bepaling in het voorstel voorkomt dat de nieuwe rekenrente ook op eerder ontstane erfdelen wordt toegepast. Voor deze rentetoets zou het percentage gelden van het moment waarop de eerste ouder overlijdt en de vordering ontstaat.
Overlijdt de eerste ouder vóór 1 januari 2028, dan blijft volgens het voorstel de oude grens van 6 procent van toepassing op die vordering. Ook als de tweede ouder pas na 2028 overlijdt.
Dat is precies waarom voorbeeld 1 in de toelichting op het amendement geen extra heffing laat zien. Daar overlijdt de eerste ouder in 2026. Een nalatenschap van €300.000 wordt verdeeld in drie gelijke erfdelen van €100.000, voor de partner en twee kinderen. De partner en de kinderen spreken 6 procent samengestelde rente af en de kinderen merken volgens die toelichting geen gevolgen van een latere verlaging van de rekenrente.
De bedragen van €4.469 en €8.939 hierboven zijn daarom een eigen berekening van DDS voor een andere situatie: een eerste overlijden vanaf 2028, met de genoemde aannames. Ze staan niet in dat Kamer-voorbeeld.
Ook de voorgestelde 3 procent staat nog niet vast
Het amendement voorziet in een jaarlijks aangepaste rekenrente op basis van een formule met rentegegevens van De Nederlandsche Bank. Vóór de beoogde invoering wordt daarmee het percentage voor 2028 bepaald. Komt dat percentage anders uit dan 3 procent, dan verandert ook deze berekening. Voor de latere rentetoets blijft vervolgens het percentage bij het eerste overlijden bepalend.
Lees ook
DDS schreef eerder over de voorstellen rond schenken op papier en het overgangsrecht voor notariële aktes. Voor het erfdeel als vordering zijn vooral de datum van het eerste overlijden, de renteafspraak en het dan geldende fiscale percentage van belang. Pas als het voorstel wet wordt, staat vast welke nieuwe regels families daadwerkelijk moeten toepassen.
Denk je al na over wat je later nalaat? Schenk je bij leven, dan kunnen je kinderen later minder erfbelasting betalen. In de gratis schenk-checklist 2026 van Schenk Slim, de schenksite van DDS, staan de tien dingen die je vóór 31 december regelt.
Ga verder met lezen
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten
Lees ook
Loading






