Vrouw loopt met een verhuisdoos met boeken en een plant over een leeg schoolplein weg van een schoolgebouw
Gemaakt met Gemini

Vaststellingsovereenkomst legde de schuld bij de werkgever, toch halveert UWV de WW 26 weken lang: Centrale Raad houdt de korting in stand

Economie•

Wilt u DDS vaker zien?

Stel DDS in als voorkeursbron op Google.

Voeg DDS toe op Google
Volg ons op Google Nieuws
Wat jij en je werkgever in een vaststellingsovereenkomst afspreken over de schuldvraag, bindt UWV niet. Een leerkracht die bij zijn vertrek €20.548 bruto meekreeg en met zijn werkgever vastlegde dat die het grootste aandeel in het conflict had, kreeg toch een maatregel: zijn WW-uitkering werd 26 weken lang met 50 procent verlaagd. De Centrale Raad van Beroep liet die korting op 13 augustus 2026 in stand; de uitspraak is deze week gepubliceerd.
De Raad is er duidelijk over: "Het Uwv heeft een eigen onderzoeksplicht en verantwoordelijkheid ter zake van de vaststelling van de mate waarin de werkloosheid appellant kan worden verweten." Een civiele afspraak tussen werknemer en werkgever verandert daar niets aan. Voor iedereen die met een vaststellingsovereenkomst vertrekt, is dat het punt om te onthouden: de tekst van de overeenkomst is belangrijk voor je WW, maar UWV kijkt zelf naar wat er echt is gebeurd.

Hoe de zaak liep

De man werkte sinds 2006 als leerkracht. In augustus 2017 schorste de school hem na een melding van ouders over zijn contact met een (oud-)leerling. De strafrechter sprak hem in oktober 2018 vrij. Per 1 januari 2019 eindigde zijn dienstverband en hij vroeg WW aan.
UWV weigerde de uitkering in april 2020 omdat hij verwijtbaar werkloos zou zijn. Volgens de bestuursrechter stond vast dat hij een nauwe band met de leerling had opgebouwd, haar buiten school ontmoette en thuis ontving, en de school en de ouders daarover niet informeerde. Het niet bewaren van professionele afstand en het gebrek aan transparantie woog het zwaarst.
In mei 2021 sloten de leerkracht en zijn oude werkgever alsnog een vaststellingsovereenkomst. De ontslaggrond werd gewijzigd van plichtsverzuim naar 'overige gewichtige redenen' uit de cao, hij kreeg €20.548 bruto en in de berekening van dat bedrag zat een correctiefactor van 0,75. Volgens de leerkracht erkende de werkgever daarmee een aandeel van 65 tot 80 procent in de verstoorde relatie.

Waarom de korting bleef

De rechtbank oordeelde in november 2022 dat de leerkracht wel verwijtbaar werkloos was, maar dat de werkloosheid hem niet in overwegende mate te verwijten viel. In dat geval schrijft de Werkloosheidswet geen volledige weigering voor, maar een vaste maatregel. UWV legde die in februari 2023 op: 50 procent korting gedurende 26 weken.
De leerkracht vond dat UWV met de correctiefactor uit zijn overeenkomst had moeten rekenen en dus minder had moeten korten. De Centrale Raad ging daar niet in mee. "De wetgever heeft bedoeld en voorzien dat indien een werknemer de werkloosheid niet in overwegende mate valt te verwijten een maatregel wordt opgelegd waarbij op de WW-uitkering 50% in mindering wordt gebracht gedurende ten hoogste 26 weken", schrijft de Raad. Van die vaste maatregel kan UWV niet afwijken op grond van een afspraak tussen werknemer en werkgever. Zijn hoger beroep was ongegrond; hij kreeg geen proceskosten of griffierecht vergoed.

Wat UWV in een vaststellingsovereenkomst wil zien

Bij ontslag met wederzijds goedvinden heb je volgens UWV meestal recht op WW, als uit de overeenkomst blijkt dat de werkgever het voorstel voor het ontslag heeft gedaan en dat jij niets verkeerd hebt gedaan. Ook moet de einddatum rekening houden met de opzegtermijn die de werkgever had moeten aanhouden; anders krijg je over die periode geen uitkering.
Deze uitspraak laat de grens van die regel zien. Zo'n zin in de overeenkomst is het uitgangspunt, maar als UWV al weet dat er een dringende reden speelde, bijvoorbeeld door een eerdere weigering, een schorsing of een melding, mag het de feiten zelf beoordelen. Een werkgever die in de overeenkomst de schuld op zich neemt, kan de uitkering van zijn vertrekkende werknemer dus niet veiligstellen.

Twee soorten gevolgen

De wet maakt onderscheid. Is de werkloosheid je in overwegende mate te verwijten, bijvoorbeeld omdat je zelf ontslag nam zonder goede reden of omdat er een dringende reden was waar jij volledig voor verantwoordelijk bent, dan weigert UWV de uitkering volledig. Is er wel een verwijt, maar niet in overwegende mate, dan volgt de maatregel uit deze zaak: de helft van de uitkering gedurende maximaal 26 weken.
Over die 26 weken loopt je WW-recht gewoon door; je raakt dus de helft van een half jaar uitkering kwijt. Bij een WW-uitkering van bijvoorbeeld €2.400 bruto per maand gaat het om ongeveer €7.200 bruto. De ontslagvergoeding die je van je werkgever krijgt, verandert daar niets aan: UWV verrekent die niet met de maatregel, maar compenseert de korting ook niet.
Krijg je een vaststellingsovereenkomst voorgelegd, laat dan vóór het tekenen controleren of de reden van het ontslag en de einddatum kloppen met wat er werkelijk speelde. Is er een incident geweest dat de werkgever als dringende reden zou kunnen aanmerken, houd er dan rekening mee dat UWV daar zelf naar kijkt, wat er ook in de overeenkomst staat.
Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading