Een werkloze vrouw hoorde eind december 2024 van het
UWV dat ze maar drie maanden
WW kreeg, tot 1 april 2025. Dat is de kortste WW-duur die er bestaat. Ze voerde aan dat ze 41 jaar had gewerkt, maar in 2020, 2021 en 2022 had ze volgens het UWV te weinig betaald werk. De rechtbank Rotterdam geeft het UWV gelijk in een
uitspraak van 28 oktober.
Vrijwilligerswerk dat ze met toestemming van het UWV deed, telde niet mee. En dat het in de coronajaren moeilijk was om werk te vinden, is volgens de rechtbank geen reden om van de wet af te wijken.
De reden is de jareneis. Voor meer dan drie maanden WW moet je in vier van de vijf kalenderjaren voor het jaar waarin je werkloos wordt, genoeg loon hebben gehad. Een lang arbeidsverleden telt pas mee als je die drempel haalt.
Twee drempels bepalen hoe lang je WW krijgt
De eerste drempel is de wekeneis. Je moet in minstens 26 van de 36 weken voor je
werkloosheid hebben gewerkt, zo staat in
artikel 17 van de Werkloosheidswet. Haal je die, dan krijg je drie maanden WW. Aan die eis voldeed de vrouw.
De tweede drempel is de jareneis uit
artikel 42. Een kalenderjaar vanaf 2013 telt mee als je er over minstens 208 uur loon kreeg. Heb je in vier van de vijf jaren voor je werkloosheid zo'n jaar, dan bepaalt je hele arbeidsverleden hoe lang je WW krijgt, tot een
maximum van 24 maanden.
Volgens het
UWV krijg je dan voor de eerste tien jaar een maand WW per gewerkt jaar. Daarboven telt een jaar tot en met 2015 voor een maand en een jaar vanaf 2016 voor een halve maand.
Vrijwilligerswerk en een korte baan telden niet
Van november 2019 tot en met maart 2020 deed de vrouw vrijwilligerswerk, met toestemming van het UWV. Daar stond geen loon tegenover. In april 2020 werkte ze kort bij een bedrijf, maar die periode was volgens de rechtbank te kort om mee te tellen. In de coronajaren solliciteerde ze veel, maar ze werd nooit uitgenodigd, vertelde ze.
Volgens de rechtbank volgt uit de wet dat "alleen dagen waarop loon wordt ontvangen" kunnen meetellen. Op de toestemming van het UWV voor het vrijwilligerswerk gaat de rechtbank niet apart in. Wat telt, is dat er geen loon tegenover stond.
Corona geldt niet als overmacht
De regels voor de WW-duur zijn dwingend, schrijft de rechtbank. Het UWV mag er alleen van afwijken bij bijzondere omstandigheden waar de wetgever geen rekening mee hield, en dat kan "slechts bij hoge uitzondering".
Dat de pandemie niet te voorzien was, erkende het UWV op de zitting. Maar volgens de rechtbank stonden er in die tijd "wel vacatures open en wisselden mensen nog steeds van baan". Dat de vrouw geen werk vond, kan ook met haar soort werk, haar ervaring of haar leeftijd te maken hebben gehad. Haar griffierecht krijgt ze niet terug.
De zaak was voor haar nog wel van belang. Ze meldde zich in februari 2025 ziek en kreeg vanaf 1 april 2025 een
Ziektewet-uitkering. Meldt ze zich beter voordat de wachttijd voor de WIA voorbij is, dan maakt een langere WW volgens de rechtbank wel verschil.
Deze perioden tellen wel mee
Vrijwilligerswerk staat niet in de wet, maar een paar andere perioden zonder loon wel. Volgens
artikel 42a van de Werkloosheidswet tellen deze mee:
- dagen met een WIA-uitkering bij een arbeidsongeschiktheid van minstens 80 procent;
- elk jaar waarin je kinderbijslag kreeg voor een kind dat aan het begin van dat jaar jonger was dan vijf, voor de helft;
- elk jaar waarin je betaald werd voor zorg uit een persoonsgebonden budget, voor de helft;
- onbetaald verlof, tot maximaal 18 maanden.
Een WW-uitkering zelf telt niet als loon. Haal je de jareneis niet, dan kan je WW soms nog worden verlengd met wat er over was van een eerdere WW-uitkering.
Krijg je minder maanden WW dan je had verwacht, kijk dan in het besluit welke jaren het UWV heeft meegeteld. Klopt een jaar niet, bijvoorbeeld omdat je wel meer dan 208 uur betaald werkte, dan kun je binnen zes weken bezwaar maken.
Wil je vaker zulke uitleg over je geld op je telefoon? Volg DDS op ons nieuwe
WhatsApp-kanaal.