"Afvallige": eigenlijk gewoon een heel goed boek, geschreven door een man die zijn zoektocht serieus nam

"Afvallige": eigenlijk gewoon een heel goed boek, geschreven door een man die zijn zoektocht serieus nam

Hij zou 'de islam witwassen.' Nou, dat valt wel mee. Hij heeft gewoon op eerlijke wijze onderzoek gedaan en is tot andere conclusies gekomen dan islamhaters willen.

Nou, zo! De afgelopen dagen is er erg veel debat geweest over het nieuwe boek van Joram van Klaveren, Afvallige: van christendom naar islam in tijden van secularisatie en terreur. Toen hij aan dat boek begon was hij van plan om een islam-kritisch werk te schrijven. Langzamerhand werd hem echter duidelijk dat hij zich al die jaren vergist had in die religie. Ja, er zijn veel problemen in islamitische kringen, maar het viel hem op dat die problemen grotendeels moderne problemen zijn en gevolgen van moderne maar radicale interpretaties van de koran en de hadith. Als je naar de geschiedenis van de islam kijkt en naar de documenten waarvan aangenomen kan worden dat ze betrouwbaar zijn kom je tot de conclusie dat de islam vanaf dag één veel gematigder, liefdevoller, en toleranter was dan extremisten én islamofoben tegenwoordig geloven.

Het gevolg? Langzaam maar zeker kroop van Klaveren de kant op van de islam, ook al omdat hij zijn bedenkingen had bij belangrijke (maar logisch niet altijd houdbare) onderdelen van het christendom, zoals de drie-eenheid en de noodzaak voor een bloedoffer ('als God wil vergeven, kan hij dat, daar heeft hij geen bloedoffer voor nodig, ook niet van Zijn Zoon'). De islam, redeneerde Van Klaveren, is als verhaal gewoon logischer en rationeler, wat voor hem belangrijk is omdat hij zich graag door de rede laat leiden.

Uiteindelijk besloot Van Klaveren dan ook om de islam te omarmen. In Afvallige legt hij uit waarom, wat zijn redenering is -- over waarom de islam logischer is, en waarom de radicale interpretaties feitelijk innovaties van een stel mafketels zijn -- en welke impact dit gehad heeft op hem.

Hoewel Van Klaveren uit islamitische hoek bijzonder vriendelijk bejegend werd na zijn bekering, kreeg hij ook flink wat kritiek te verduren, bijvoorbeeld van zijn voormalige fractieleider, Geert Wilders. Die ging zelfs zo ver om te stellen dat als Van Klaveren nog lid was van de PVV, hij de partij nu zou moeten verlaten. Het was een bijzonder eerlijke, maar ook zorgelijke en ronduit schokkende uitspraak. Dit betekent immers dat de PVV a) discrimineert en b) eenvoudigweg extremistisch is.

Ook uit andere hoek kreeg Van Klaveren flink wat kritiek. Dominees waren het niet met zijn redenering eens en vonden dat hij de islam hoegenaamd aan het 'witwassen' was. Zie dit verhaal bijvoorbeeld (dat overigens niet sterk is, maar dat terzijde):

Anders dan veel critici die vanaf dag één losgingen op Van Klaveren heb ik zijn boek gelezen... en ik kan alleen maar concluderen dat het een heel sterk verhaal is. Het is weinig emotioneel -- dat klopt, en dat is ironisch genoeg waardoor sommige mensen hem ervan beschuldigen een rol te spelen, wat ik absoluut niet geloof -- maar daardoor is het juist zo krachtig. Voor Van Klaveren is het geloof tot op grote hoogte een rationele oefening. En dus legt hij het ook op rationele en wetenschappelijke wijze uit.

Het boek begint met een uitleg van wat de klassieke godsbewijzen genoemd worden. Met andere woorden: logische redeneringen waardoor het aannemelijk wordt gemaakt dat er een God bestaat. Het gaat hierbij om het kosmologische, het teleologische en het morele godsbewijs. Die bewijsvoeringen hoeven hier verder niet uitgelegd te worden, maar het is interessant dat Van Klaveren daarmee begint, omdat het aantoont dat hij a) echt zoekend was, maar b) wel al geloofde dat er een God was.

Vervolgens analyseert Van Klaveren het godsconcept in het christendom. Als theoloog weet hij daar natuurlijk het één en ander vanaf. Zeker voor mensen die niet op de hoogte zijn van de ontwikkeling van het christendom is dit hoofdstuk een eye opener. De drie-eenheid, Jezus als Zoon van God (en God zelf)... het zijn allemaal ontwikkelingen geweest, die zeker niet vanaf de eerste dag van het 'christendom' gezien werden als vaststaande feiten. En, zoals Van Klaveren uitlegt, valt er op logische wijze nogal wat aan te merken op die ontwikkelingen.

Als gevolg van de zwaktes in deze redeneringen kwam Van Klaveren tot de conclusie dat deze belangrijke concepten van het christendom (zoals wij het christendom tegenwoordig kennen, in ieder geval) niet langer houdbaar zijn. Daarom was hij aangetrokken tot de twee andere grotere monotheïstische religies. En kwam hij uiteindelijk dus terecht bij de islam.

Na het godsconcept van het christendom geanalyseerd te hebben doet Van Klaveren hetzelfde met het godsconcept in de islam. En dat is waar het meteen interessant wordt. Hoewel westerlingen vaak doen alsof de islam leert dat er nauwelijks iets van een persoonlijke band kan zijn tussen mens en God, toont Van Klaveren aan dat dit anders is. Ja, aan de ene kant is God ver en groots, maar aan de andere kant is Hij "dichter bij de mens dan diens eigen halsslagader" (Soera 50:16). Van Klaveren gaat verder:

Het islamitische concept van God is door de abstractie en logische consistentie in zichzelf, een idee dat paradoxaal genoeg veel dichterbij de opdracht lijkt te komen die Jezus on geeft in het Bijbelboek Marcus (12:30), dan de christelijke leer der Drievuldigheid: 'Gij zult de Here, uw God, liefhebben uit geheel uw hart en uit geheel uw ziel en uit geheel uw verstand en uit geheel uw kracht'.

"Het is geen ondoorgrondelijk mysterie maar als enkelvoudige Waarheid een concept dat behapbaar en navolgbaar is voor het menselijk verstand," aldus Van Klaveren. "Hiermee lijkt het ook recht te doen aan het wezen van de mens, dat behalve op emotie ook vaart op de ratio, en deze laatste (zeker in onze tijd van postmodern kritisch denken) nodig heeft om God te begrijpen, om Hem te delen en -- naar de woorden van Christus -- ook lief te hebben."

"Door de leerstelling dat er eveneens niets is dat dichter bij de individuele mens staat dan God," gaat hij verder, "wordt ook de intrinsieke menselijke behoefte om persoonlijk contact te kunnen maken met het Hoogste (zoals de befaamde godsdienstwetenschapper Eliade het noemde) vervuld."

In dit hoofdstuk gaat Van Klaveren ook in op de stelling dat 'Allah' een heidense maangod geweest zou zijn, genaamd Hubal. Dat is, aldus Van Klaveren, aperte onzin. Hij weerlegt die interpretatie wederom op rustige en wetenschappelijke wijze, maar laat er geen spaan van heel. Voor de goede orde voegt hij daar nog even aan toe dat de maan als symbool op islamitische vlaggen kwam nadat de Ottomanen Constantinopel / Istanbul veroverden. De wassende maan en de sterren werden namelijk gebruikt door het Byzantijnse Rijk, en de veroveraars namen die symboliek gewoon over.

Al met al concludeert Van Klaveren dat er "van een Arabische cultus omtrent een mangod, die zich later ontwikkelde tot de islam, dus geen sprake [is]."

Daarna richt Van Klaveren zich op de islamitische heilsleer, die in zijn ogen logischer is dan de christelijke. Zo is er geen erfzonde in de islam, en kan de zonde van de mens niet worden overgenomen door een ander. "Primair hangt de islamitische verlossing, zoals boven kort aangestipt werd, samen met de erkenning van de getuigenis die de ziel aflegt in een voor-sterfelijk bestaan. Een testimonium van het leven in een universele realiteit waarin God het absolute centrum vormt," aldus de auteur. "De mens kent binnen dit paradigma dus de existentiële Waarheid van de schepping en de Schepper. Hij wordt dan ook beschouwd als van nature gelovig. 'Zonde' is in essentie het (in brede zin) niet leven naar (en dus persoonlijk geloven in) de realiteit van God. Anders gezegd, het (persoonlijk) loochenen ervan."

Tot slot, schrijft hij over dit onderwerp:

"Verder zien we dat binnen de islamitische heilsleer, en dat staat in schril contrast met het christendom, elke ziel zijn eigen vertegenwoordiger is en alleen het individu verantwoording kan afleggen voor God. Men wordt ook niet gerechtvaardigd voor God door geloof alleen. De noodzaak van de juiste praxis, het verrichten van goede daden / het juiste handelen, is minstens zo wezenlijk...

"Tot slot manifesteert het goddelijke zich ook niet tot één ultieme interventie (de kruisdood van Christus op Golgotha) inzake de redding van de mensheid, maar is Gods genade voortdurend, niet beperkt en van alle tijden."

Tot zover het godsconcept in de islam -- een concept dat inhoudelijk logischer is dan datzelfde concept in het christendom.

Na deze godsconcepten besproken te hebben richt Van Klaveren zich op Mohammed, de islamitische profeet / grondlegger van de islam. Ook dit is bijzonder interessant, niet in de laatste plaats omdat hij in dit hoofdstuk ook uitlegt waarom hij in zijn PVV-tijd fout zat. Toen hij nog in de Tweede Kamer zat zei Van Klaveren de meest negatieve dingen over Mohammed. Bij nadere bestudering blijkt Mohammed echter wel degelijk een goed rolmodel te zijn geweest, aldus Van Klaveren.

Mohammed past, en dit was een verrassing voor Van Klaveren zelf, wel degelijk een 'Bijbelse profeet' of een profeet die in het Bijbelse beeld van profeten past. Uit verschillende versen, die door de theoloog Van Klaveren geciteerd worden, blijkt de Bijbel te zinspelen op een toekomstige profeet die van grote betekenis zal zijn. Deze toekomstige profeet zou herkend kunnen worden door gelovigen. Het eerste kenmerk? Hij zou op Mozes lijken. Het behoeft weinig uitleg dat Jezus bepaald niet veel op Mozes leek. Mozes was feitelijk een staatsman. Jezus niet. Mozes presenteerde de Wet. Jezus niet. Maar Mohammed wel -- op beide punten.

Het tweede kenmerk? Het zou moeten gaan om een nakomeling van 'de broederen van de Israëlieten.' Dat kan betekenen alleen van de Israëlieten, maar ook prima van de Ismaëlieten, feitelijk het broedervolk van de Israëlieten. "Dit zijn de nakomelingen van de oudste zoon van Abram, en broer van Isaak," aldus Van Klaveren. Het moge duidelijk zijn dat Mohammed een Arabier was.

"Ook het derde kenmerk, dat deze profeet de woorden zou spreken van de God van Mozes, lijkt duidelijk toepasbaar op Mohammed," gaat Van Klaveren de opsomming verder. "Zoals eerder beschreven, wordt in het islamitische narratief gesteld dat Mohammed door de engel Gabriël werd geboden om Gods woord letterlijk te reciteren. Gezien de wijze waarop dit gebeurde mag het duidelijk zijn dat het geen eigen keuze betrof. Noch de openbaring als ervaring, noch de inhoud ervan. Voorts is de overeenkomst tussen de boodschap die Mozes bracht met dat wat Mohammed proclameerde, onmiskenbaar."

Vervolgens behandelt Van Klaveren "de boodschap van Mohammed." Hij legt uit dat het beeld van Mohammed als veroveraar en dergelijke eeuwenlang al gecreëerd werd door christenen die de islam als een gevaarlijke concurrent zagen voor de zielen van de mensen. Ook nu wordt Mohammed nog steeds zo neergezet in de Westerse pers en media. "Toch waren het," gaat hij verder, "onder meer volgens hindoeleider Mahatma Gandhi -- de toewijding, trouw, eenvoud en het geloof in de juistheid en het goede van zijn boodschap, die er voor zorgden dat Mohammeds verkondiging massaal weerklank vond." Zo zei Gandhi:

"Ik wilde alles weten over het leven van die ene persoon, die vandaag de dag de harten van miljoenen mensen raakt en in beroering brengt. Ik raakte er meer dan ooit van overtuigd dat het niet het zwaard was dat destijds een plaats voor de islam veroverde in deze wereld. Het was de heldere eenvoud, de uiterste bescheidenheid van de profeet, de nauwgezette aandacht voor beloften, zijn intense toewijding aan zijn vrienden en volgelingen, zijn onverschrokkenheid, zijn onbevreesdheid, zijn absolute vertrouwen in God en zijn eigen missie."

Die vriendelijkheid en zachtheid van Mohammed, die tegenwoordig ontkend wordt door islamofoben én extremisten, komt tot uiting in verschillende overgeleverde tradities. Zou liet Mohammed een stel christenen bidden in zijn moskee, vertelde hij zijn vrouw Aïsha dat ze haar kameel niet moest slaan toen die niet luisterde, en ga zo maar door. "Wees zachtaardig. Voorwaar, zachtmoedigheid is niets anders dan hetgeen iets mooier maakt, en het wordt niet van iets verwijderd, zonder het aan te tasten," is bijvoorbeeld een citaat van Mohammed.

Na de uitleg van het godsconcept in islam en het leven van Mohammed en diens boodschap richt Van Klaveren zich op enkele "heikele kwesties": kwesties die hij persoonlijk belangrijk vond en vindt. In zijn PVV-tijd ging hij ervan uit dat de islam inherent gewelddadig was. Nou, schrijft hij nu, dat blijkt toch niet te kloppen. Extremisten en islamofoben kunnen dat alleen zo presenteren door koranverzen die over gewelddadigenheden gaan uit hun verband te rukken. En ja, het is best ironisch dat islamhaters én islamextremisten elkaar daarin vinden, maar soit.

Ook zijn er 'handelingen van de profeet,' bijeengebracht door ene Ibn Ishaaq, die gewelddadig zijn. Maar er is een probleem met die handelingen: zoals Van Klaveren uitlegt zijn die 'handelingen' totaal onbetrouwbaar. En hij is niet de enige die dat vindt: er is een lange, eeuwenlange!, geschiedenis van islamitische experts die de verhalen van Ibn Ishaaq niet serieus namen omdat hij niet betrouwbaar was.

Dan is er nog de behandeling van vrouwen. Werden die werkelijk zo achtergesteld door Mohammed? En is de Koran werkelijk anti-vrouw? Het antwoord verraste Van Klaveren, maar hij kon alleen maar concluderen dat dit niet zo is. Sterker nog, als je naar "het persoonlijke voorbeeld van Mohammed" kijkt kun je het tegengestelde stellen: hij vertelde zijn volgelingen dat ze hun vrouw niet mochten slaan of "beschimpen," en zijn vroege volgelingen vertelden dat hij nooit zelfs maar schreeuwde tegen zijn vrouw(en). De vrouwonvriendelijkheid lijkt dan ook eerst en vooral een cultureel probleem te zijn.

Daarna kijkt Van Klaveren naar een ander probleem: de ogenschijnlijke eis voor de doodstraf voor 'afvalligen.' Historisch onderzoek wijst echter uit dat de extremisten ook op dit punt zwak staan en dat er meer dan genoeg ruimte is om afvalligheid op een tolerante manier te behandelen in de islam. De enige reden dat dit niet gebeurt is, lijkt het, dat huidige machtshebbers bang zijn om hun macht te verliezen. Maar dat is niet per definitie een probleem inherent aan deze religie.

Ook wat jodenhaat betreft -- een ander belangrijk onderwerp voor Van Klaveren -- blijkt het allemaal niet zo zwart-wit te liggen. Sterker nog, historisch gezien was 'de islam' toleranter ten opzichte van het jodendom dan de christelijke wereld. En dat was met reden: vanaf dag één van de islam werden joden gezien als volk van het boek. En later werden ze opgevangen in het Ottomaanse Rijk toen ze hun leven niet meer zeker waren in Europa. Dat zijn onderdelen van de geschiedenis die wij in het Westen liever vergeten, maar feit is dat jodenhaat een relatief nieuw fenomeen is in de islamitische wereld.

Het hoofdstuk De Koran is ook bijzonder interessant. In dat hoofdstuk legt Van Klaveren uit wat de belangrijkste verschillen zijn tussen de Bijbel en de Koran... en hij gebruikt de mogelijkheid meteen even om te laten zien dat hij toch echt een afgestudeerd theoloog is. Hij legt namelijk op rustige wijze uit hoe de Bijbel is ontstaan, wat de problemen ermee zijn, wat er zoal aan gesleuteld is, en komt tot de conclusie dat de Koran -- in zijn ogen tenminste -- betrouwbaarder is. Verder:

"Wat mij verder bij het onderwerp 'de koran' opviel ten opzichte van wat ik uit de Bijbel gewend was, is de totale betrokkenheid van God op de mens. Op iedere pagina wordt de lezer aangesproken en wordt de test teruggebracht tot God. Er is geen Soera waar God niet wordt genoemd."

Tenslotte pakt Van Klaveren de Wahhabieten aan die net doen alsof hun versie de enige juiste versie van 'de islam' is. Dat is, legt Van Klaveren uit, de grootst mogelijke onzin. Sterker nog:

"Ik stuitte tijdens mijn zoektocht op het werk van professor Algar, waarin hij tot mijn verbazing, wijst op het feit dat de beweging van Mohammed ib 'Abd al-Wahhab namelijk al vanaf de begintijd werd afgewezen door de leidende soennitische geleerden, daar deze (hoe ironisch) veel van de traditionele overtuigingen en praktijken van de soennitische islam juist verwierp. Ook de toenmalige oorlogsretoriek en praktijk tegen moslism die de leringen van Mohammed ibn 'Abd al-Wahhab betwistten, kreeg forse kritiek als zijnde een gevaarlijke dwaling/afwijking."

Het is in dat opzicht opvallend, aldus Van Klaveren, dat de grootste tegenstanders van meneer de fundamentalist... zijn eigen vader en broer waren.

Kortom, het extremisme staat, legt de auteur uit, feitelijk "haaks op de mores van de traditionele islam... Dat is niet, zoals ook lang door mij verkondigd, de kern van de islam. Zeggen dat het er helemaal niets mee te maken heeft lijkt mij echter ook niet zinvol, zeker zolang de daders hun legitimatie zoeken in deze religie. Maar feitelijk is het een aberratie, een (wahhabitische) afwijking van de historische brede 'middle road'."

Al met al komt Van Klaveren door dit onderzoek, legt hij uit in het resterende hoofdstuk, tot de conclusie dat de islam -- de echte islam, niet het schrikbeeld gecreëerd door islamo-extremisten én islamofoben -- beter bij hem past dan het christendom:

"Inhoudelijk kende ik geen bezwaren (meer) tegen de boodschap dat er maar één God is, die in het Arabisch met Allah wordt aangeduid. Mijns inziens is die boodschap helder en vult het de hiaten op die ik in het christendom ervoer. Wat Mohammed betreft zijn de woorden van de befaamde katholieke theoloog Hans Küng voor mij meer dan toepasselijk: 'Ik ben ervan overtuigd dat we op basis van Mohammeds plek in de wereldgeschiedenis, onze visie ten aanzien van de islam moeten herzien. Mohammed handelde immers als een profeet...' Mijn persoonlijke zoektocht wil ik hier beëindigen met het aanvullen van de bovenstaande constatering van Küng. Mohammed handelde inderdaad als een profeet, omdat hij een profeet is."

Zodoende heeft hij de overstap gemaakt... en ja, zonder dat dit hem het gevoel geeft dat hij opeens niet meer voor een seculiere staat en de vrije markt kan zijn. Van Klaveren heeft dit op rustige, kalme, maar vooral ook goed doordachte wijze uiteengezet. Nee, niet iedereen hoeft het eens te zijn met zijn uitleg, maar de idee dat dit boek het product is van een 'labiele man' (zoals ik elders las de afgelopen dagen) of van een man die verblind is, is volstrekt onzinnig. Sterker nog, ik heb de afgelopen jaren zelden zo'n goed doorwrocht spiritueel boek gelezen.

Voor geïnteresseerden: je kunt Afvallige: van christendom naar islam in tijden van secularisatie en terreur, hier bestellen.

Een oproep van de redactie: door de coronacrisis heeft DDS het, net als veel andere websites, ontzettend lastig. Wij willen alles gratis leesbaar houden voor iedereen, waardoor we voor onze inkomsten afhankelijk zijn van reclame. Maar bedrijven hebben financiële zorgen, en hebben dus niet veel te makken. Daar merken wij de gevolgen ook van. Vandaar onze oproep aan u, onze lezers: steun ons alsjeblieft! Via het betrouwbare Nederlandse BackMe-systeem kunt u maandelijks óf eenmalig doneren. Doe dat alstublieft, en help DDS in de lucht te blijven!

Plaats reactie

666

0 reacties

Laad meer reacties

Je bekijkt nu de reacties waarvoor je een notificatie hebt ontvangen, wil je alle reacties bij dit artikel zien, klik dan op onderstaande knop.

Bekijk alle reacties