Dr. Gert Jan Mulder vergelijkt in zijn column de Nederlandse rechtse partijen met gevangenen in het beroemde Prisoner’s Dilemma: samenwerken levert collectief winst op, maar individueel eigenbelang zorgt voor verlies. PVV, BBB, JA21, FVD en BVNL jagen allemaal op dezelfde kiezers, waardoor versnippering optreedt en hun gezamenlijke potentie nooit wordt benut. Hoewel de politieke werkelijkheid complexer is dan het klassieke model, blijft het patroon hetzelfde: korte-termijn winst gaat voor lange-termijn macht. Alleen vertrouwen en bindende afspraken rond kernpunten als immigratie, koopkracht en landbouw kunnen dit doorbreken en leiden tot een machtig blok. Zolang dat uitblijft, blijven de partijen veroordeeld tot machteloosheid en domineren anderen het politieke speelveld. 1. Het klassieke model
Het Prisoner’s Dilemma uit de speltheorie is beroemd om zijn eenvoud. Twee gevangenen krijgen elk de keuze: zwijgen (samenwerken) of bekennen (verraden).
• Als beiden zwijgen, krijgen ze een lichte straf: de beste gezamenlijke uitkomst.
• Als beiden bekennen, wacht hen een zware straf: de slechtste gezamenlijke uitkomst.
• Bekent er één terwijl de ander zwijgt, dan gaat de verrader vrijuit en krijgt de ander de zwaarste straf.
De les: wie rationeel en individueel eigenbelang volgt, komt collectief slechter uit. Alleen samenwerking levert winst op.
2. De Nederlandse rechtse partijen als gevangenen
Zet dit model over naar de Nederlandse politiek. De “gevangenen” zijn de rechtse partijen: PVV, BBB, JA21, FVD en BVNL.
• Samenwerken betekent: één gezamenlijke lijst, lijstverbinding of in elk geval duidelijke afspraken.
• Niet samenwerken betekent: ieder trekt zijn eigen lijst, jaagt op dezelfde kiezers, en hoopt zelf het grootst te worden.
Het resultaat laat zich raden: versnippering. Zetels verdwijnen in restzetels, stemmen gaan verloren, en de gezamenlijke kracht die theoretisch boven de vijftig zetels zou kunnen uitkomen, wordt nooit benut.
3. Waarom het geen zuiver Prisoner’s Dilemma is
Critici hebben gelijk dat de vergelijking niet één-op-één klopt. In de politiek zijn de opties niet binair, maar gelaagd:
• Partijen kunnen afspraken maken over een gezamenlijke lijst, maar ook over een verkiezingsakkoord, of pas na de verkiezingen samenwerken.
• Het spel wordt herhaald: reputaties, vertrouwen en electorale historie spelen mee.
• Er is onzekerheid: misschien wint een partij wel onverwacht veel met solospel (denk aan de opkomst van BBB).
In die zin is de situatie eerder een meerspeler Prisoner’s Dilemma of zelfs een variant van de tragedy of the commons: ieder graast zijn eigen stukje electorale weide leeg, met als gevolg dat het geheel uitgeput raakt.
4. Het patroon in de praktijk
• PVV blijft dominant, maar vaak geïsoleerd.
• BBB verdedigt de agrarische basis en wil zich niet laten opslokken.
• JA21 profileert zich als “redelijk
rechts” en mikt op respectabiliteit.
• FVD kiest voor ideologische zuiverheid, zelfs ten koste van brede steun.
• BVNL mikt op ondernemers en zelfstandigen, maar blijft marginaal.
Iedereen kiest voor korte-termijn eigenbelang. Niemand investeert in het vertrouwen dat nodig is voor collectieve winst.
5. De les uit de speltheorie
De speltheorie laat zien dat alleen vertrouwen en bindende afspraken de negatieve spiraal kunnen doorbreken. Als de rechtse partijen hun verschillen parkeren en focussen op kernpunten — immigratie, soevereiniteit, koopkracht, landbouw — dan kan er een blok ontstaan dat het politieke landschap fundamenteel verandert.
6. De paradox
Het wrange is dat dit besef breed aanwezig is, maar de praktijk steeds het tegendeel laat zien. Net als de gevangenen die elkaar verraden en daardoor beiden slechter af zijn, blijven de rechtse partijen hun krachten versnipperen.
👉 De conclusie is pijnlijk helder: zolang PVV, BBB, JA21, FVD en BVNL niet bereid zijn hun onderlinge verschillen te overstijgen, zijn zij veroordeeld tot machteloosheid. Samen zouden ze de meerderheid kunnen vormen. Los van elkaar blijven ze figuranten in een spel dat door anderen wordt gedomineerd.