EenVandaag ondervroeg in samenwerking met het Nederlands Genootschap van
Burgemeesters 113 van de 344 burgemeesters over ervaringen in hun gemeente. De uitkomsten zijn zo schrikbarend eenzijdig dat er haast niet anders kan worden geconcludeerd dat drugscriminelen hun tentakels steeds verder in de maatschappij hebben gewurmd (en/of dat steeds vaker proberen).
Bijna alle
burgemeesters hebben wel eens een drugspand moeten sluiten en acht op de tien burgemeesters heeft wel eens een drugslab laten oprollen. Maar de onderwereld komt ook op andere terreinen steeds vaker bovendrijven, namelijk in het gemeentehuis zelf. Het gaat dan bijvoorbeeld om het onder druk zetten van ambtenaren, raadsleden en wethouders. Ook worden zij (inclusief burgemeesters) steeds vaker met de dood bedreigd.
Burgemeesters geven aan dat er een schrijnend tekort is aan ambtelijke capaciteit, vooral als het gaat om de aanpak van
drugscriminaliteit. Een ander probleem is dat overheidsdiensten te weinig samenwerken. Plat gezegd doet de politie te weinig omdat ze de mensen niet hebben en werken ambtenaren (vooral in kleine
gemeenten) langs elkaar heen, waardoor er nog minder gebeurt.
De kabinetten onder Rutte hebben
drugscriminaliteit eigenlijk al die tijd gewoon grof onderschat. En net zoals op andere terreinen (de zorg bijvoorbeeld) komt nu langzaam aan het licht dat het misschien toch niet zo'n goed idee was om de boel uit te kleden. Drugscriminaliteit is niet zomaar aan te pakken door er meer
technologie en mankracht tegenaan te gooien. Als
burgemeesters het kabinet zover krijgen om hier wel in te investeren, dan zal er ook meer geïnvesteerd moeten worden in de logische tegenreactie die er vanuit de onderwereld zal komen. Hierdoor wordt het natuurlijk alleen maar duurder én gevaarlijker om dit probleem nog de kop in te drukken, als dat überhaupt nog een mogelijkheid is.