Als de overheid een wet de “Wet betaalbare huur” noemt, weet de verstandige Nederlander inmiddels dat hij zijn portemonnee beter stevig kan vasthouden. Twee jaar na de invoering is de huurmarkt niet betaalbaarder geworden. Het aanbod is verder gekrompen, verhuurders verkopen woningen en nieuwe huurders moeten voor een gemiddelde vrije-sectorwoning bijna €5.650 bruto per maand verdienen. Forum voor Democratie-Kamerlid Tom Russcher eist antwoorden van het kabinet. Volkomen terecht. De huurmarkt is niet ingestort ondanks overheidsbemoeienis, maar juist mede dóór de opeenstapeling van regulering, belastingen en verboden.
Den Haag heeft opnieuw geprobeerd de economische werkelijkheid met een wettekst af te schaffen. En opnieuw betaalt de gewone burger de prijs.
Gemiddelde huur: €1.882 per maand
Uit de nieuwste
huurmarktcijfers van Pararius blijkt dat nieuwe huurders in het tweede kwartaal gemiddeld €1.882 per maand betaalden in de vrije sector. Verhuurders vragen doorgaans een bruto-inkomen van ongeveer driemaal de maandhuur. Daardoor komt de vereiste maandelijkse draagkracht uit op circa €5.648.
Twee jaar geleden bedroeg de gemiddelde huur nog €1.557. De stijging bedraagt sindsdien bijna 21 procent. De vierkantemeterprijs nam het afgelopen jaar met 4,7 procent toe en steeg daarmee harder dan zowel de inflatie als de koopprijzen.
Tegelijkertijd verdwijnen er meer
huurwoningen dan erbij komen. Verhuurders verkopen hun bezit zodra een huurder vertrekt. Dat zogenoemde uitponden is voor politici een vies woord geworden, maar voor veel kleine verhuurders is het de enige rationele reactie op een overheid die verhuren steeds onaantrekkelijker maakt.
De overheid vernielt de woningmarkt en verwacht vervolgens dat de pers haar mooie wetsnamen blijft herhalen. DDS doet daar niet aan mee. Steun ons via BackMe als u wilt dat wij dit economische bedrog hard blijven blootleggen. FVD legt de stapeling van beleid bloot
In zijn
uitgebreide Kamervragen wijst Russcher niet alleen naar de Wet betaalbare huur. Hij kijkt naar het complete pakket waarmee de particuliere huurmarkt de afgelopen jaren is gewurgd.
De overdrachtsbelasting voor beleggers ging fors omhoog. De belastingdruk in box 3 steeg. Tijdelijke huurcontracten werden grotendeels verboden en steeds meer woningen kwamen onder prijsregulering te vallen.
Iedere maatregel werd afzonderlijk verkocht als bescherming van huurders of starters. Maar in combinatie maakten ze het verhuren van woningen minder rendabel en riskanter. Het voorspelbare gevolg: eigenaren verkopen en het aanbod voor huurders neemt af.
De wet bepaalde welke prijs een verhuurder maximaal mocht vragen, maar zij kon niemand verplichten zijn
woning ook daadwerkelijk te blijven verhuren. Dat elementaire inzicht ontbrak bij de Haagse socialistische tekentafelpolitiek.
Vaste contracten maken instappen duurder
Ook het verbod op tijdelijke huurcontracten heeft een prijs. Als een verhuurder weet dat hij mogelijk tientallen jaren aan een contract vastzit en de huur daarna alleen beperkt mag verhogen, zal hij toekomstige risico’s verwerken in de aanvangshuur.
Onderhoudskosten, inflatie, nieuwe klimaatregels, belastingen en het risico van een problematische huurder worden vooraf ingeprijsd. Het resultaat is precies het tegenovergestelde van wat de politiek beloofde: hogere drempels, strengere inkomenseisen en minder kansen voor jonge huurders.
Daar komt een bizarre tegenstelling bij. Wie iedere maand €1.800 of €1.900 huur betaalt, laat zien dat hij forse woonlasten kan dragen. Toch krijgt diezelfde persoon vaak geen hypotheek met vergelijkbare maandlasten omdat banken uitsluitend naar gestandaardiseerde inkomensnormen kijken.
Russcher wil daarom dat een bewezen huurgeschiedenis zwaarder kan meewegen bij hypotheekaanvragen. Dat is een verstandig voorstel. Iemand die jarenlang zonder problemen een hoge huur heeft betaald, mag niet worden behandeld alsof zijn werkelijke betaalgedrag niet bestaat.
Ook immigratie verhoogt de vraag
FVD stelt bovendien de vraag die andere partijen liever ontwijken: hoeveel extra huishoudens doen jaarlijks door immigratie een beroep op de Nederlandse woningmarkt?
Dat is geen bijzaak. Nederland kan niet honderdduizenden mensen laten binnenkomen en tegelijkertijd doen alsof die bevolkingsgroei geen effect heeft op huren, koopprijzen en wachtlijsten. Iedere nieuwkomer heeft een woning nodig. Als het aanbod achterblijft, stijgen de prijzen.
Toch wordt in Haagse analyses meestal uitsluitend gesproken over bouwen, reguleren en verdelen. De vraagkant wordt buiten beeld gehouden omdat immigratie politiek heilig is verklaard.
Wie de
wooncrisis serieus wil oplossen, moet zowel meer bouwen als de bevolkingsgroei door immigratie drastisch verminderen. Anders blijft Nederland dweilen met open grenzen.
Steun DDS ook rechtstreeks via Rabobank: NL95 RABO 0159 0983 27, ten name van Liberty Media. Met uw steun blijven wij de verbinding tussen overheidsregulering, immigratie en woningnood benoemen. Trek de wet in
DDS schreef eerder over de ineenstorting van het huuraanbod. De nieuwe kwartaalcijfers en Russchers nieuwe vragen laten zien dat het probleem niet tijdelijk is. De politiek heeft geen markt gerepareerd, maar verder ontwricht.
De oplossing is niet nóg een regeling bovenop alle andere regelingen. Trek de Wet betaalbare huur in, herstel de ruimte voor tijdelijke contracten, verlaag de fiscale druk en maak bouwen en verhuren weer aantrekkelijk.
Dat zal niet van de ene op de andere dag alle problemen oplossen. Jarenlang wanbeleid laat diepe sporen na. Maar doorgaan op dezelfde weg garandeert dat de middenhuur verder verdwijnt en de vrije sector alleen nog toegankelijk blijft voor de hoogste inkomens.
De wet heet “betaalbare huur”. De werkelijkheid heet €5.650 bruto per maand verdienen. FVD heeft groot gelijk dat het kabinet met die vernederende tegenstelling wordt geconfronteerd.