De landelijke asielmachine heeft opnieuw een Nederlandse gemeente in het vizier. Ditmaal gaat het om Son en Breugel, waar wordt gekeken naar de opvang van maar liefst 150 tot 200 asielzoekers op bedrijventerrein Ekkersrijt. Over essentiële zaken zoals de duur van de opvang en de samenstelling van de groep bestaat vooralsnog grote onduidelijkheid. En toch moet het proces blijkbaar alweer in beweging worden gezet.
Het is het inmiddels bekende asieldraaiboek. Eerst wordt er bestuurlijk gesproken over een ‘mogelijke locatie’. Daarna volgt een ‘onderzoek’. Vervolgens krijgen inwoners te horen dat er nog niets definitief is besloten. En voordat zij goed en wel begrijpen wat er gebeurt, ligt er een voldongen feit waar alleen nog over de kleur van het hekwerk mag worden meegepraat.
Nederlanders hebben dit kunstje ondertussen vaak genoeg gezien om te weten hoe het afloopt.
Een bedrijventerrein is geen bestuurlijke afvalbak
Volgens de eerdere
berichtgeving van Omroep Brabant wordt gekeken naar een locatie op Ekkersrijt. Dat is niet zomaar een vergeten hoekje grond. De
gemeente Son en Breugel beschrijft Ekkersrijt zelf als een belangrijk bedrijventerrein met ongeveer 350 bedrijven en ruim 11.000 werknemers.
Dat is dus een economisch gebied waar ondernemers investeren, werknemers dagelijks hun brood verdienen en duizenden bezoekers komen. Maar in het huidige Nederland wordt ieder beschikbaar gebouw, bedrijventerrein, hotel of leegstaand kantoor onmiddellijk bekeken als mogelijke opvanglocatie voor de eindeloze asielinstroom.
Ruimte voor ondernemerschap is blijkbaar ondergeschikt aan ruimte voor de gevolgen van jarenlang mislukt immigratiebeleid.
Als bestuurders werkelijk nadenken over opvang van maximaal 200 mensen op zo’n locatie, moeten zij vooraf glashelder uitleggen wat dit betekent voor veiligheid, toezicht, verkeer, ondernemers, werknemers en omliggende wijken. Niet nadat de contracten zijn getekend, maar voordat er ook maar één handtekening wordt gezet.
DDS blijft als een van de weinige media schrijven wat bestuurders liever verbergen: de rekening van het asielbeleid wordt telkens bij gewone Nederlanders neergelegd. Steun ons via BackMe of doneer via Rabobank: NL95 RABO 0159 0983 27 t.n.v. Liberty Media. ‘Tijdelijke opvang’ betekent in asiel-Nederland bitter weinig
Een van de belangrijkste vragen is hoelang de opvang moet blijven bestaan. Zolang daar geen keihard, juridisch afdwingbaar antwoord op ligt, moeten inwoners ieder verhaal over ‘tijdelijkheid’ met een vrachtwagen zout nemen.
Nederland zit vol locaties die tijdelijk zouden zijn. Tijdelijk werd een jaar. Een jaar werd meerdere jaren. Vervolgens bleek sluiting onmogelijk omdat de instroom ‘onverwacht hoog’ bleef. Dat de instroom al tientallen jaren structureel hoog is, mag blijkbaar niet tot het Haagse en lokale bestuur doordringen.
Ook de samenstelling van de groep doet ertoe. Gaat het om gezinnen, alleenreizende mannen, statushouders of mensen die nog midden in een asielprocedure zitten? Hoe wordt overlast aangepakt? Is er permanent toezicht? Wie betaalt de beveiliging? Wat gebeurt er wanneer bewoners van de opvang zich misdragen? En kan de burgemeester garanderen dat ondernemers en omwonenden niet worden afgescheept met een meldpunt en vriendelijke woorden?
Dat zijn geen ‘onderbuikvragen’. Het zijn volkomen normale vragen die een verantwoordelijk gemeentebestuur uit zichzelf zou moeten beantwoorden.
Inwoners mogen niet als hinderlijke figuranten worden behandeld
Te vaak worden inwoners pas geraadpleegd als de fundamentele beslissing feitelijk al is genomen. Zij mogen dan naar een informatieavond, krijgen koffie uit een kartonnen bekertje en worden toegesproken door communicatieadviseurs die precies uitleggen waarom hun zorgen eigenlijk op misverstanden berusten.
Wie kritisch is, zou onvoldoende geïnformeerd zijn. Wie bang is voor overlast, zou zich laten leiden door incidenten. Wie vraagt waarom Nederland de instroom niet gewoon stopt, krijgt te horen dat de gemeente daar niet over gaat.
Zo wordt verantwoordelijkheid eindeloos doorgeschoven. Den Haag wijst naar Brussel en internationale verdragen. Gemeenten wijzen naar Den Haag. Het COA wijst naar capaciteitsproblemen. En onderaan de keten staat de Nederlandse burger, die wel mag betalen maar nergens daadwerkelijk ‘nee’ tegen mag zeggen.
Dat is geen democratisch bestuur. Dat is bestuurlijke intimidatie met een glimlach.
Niet meer opvang, maar minder instroom
Het fundamentele probleem is niet dat Nederland te weinig opvangplekken heeft. Het probleem is dat onze politieke elite weigert de instroom daadwerkelijk te stoppen.
Zolang iedere nieuwkomer uiteindelijk ergens moet worden ondergebracht, blijft de asielmachine nieuwe gemeenten, hotels, recreatieparken en bedrijventerreinen opslokken. Er is geen hoeveelheid opvangcapaciteit waarmee een permanente, nauwelijks begrensde instroom kan worden opgelost.
Daarom moeten rechtse partijen in Son en Breugel zich niet laten reduceren tot vragen over parkeerplaatsen en beveiligingscamera’s. Zij moeten de politieke kern benoemen: deze opvang is het lokale gevolg van een landelijk beleid waarvoor steeds minder draagvlak bestaat.
De inwoners van Son en Breugel hebben recht op volledige openheid, een echte stem en de mogelijkheid om het plan tegen te houden. Geen schijnparticipatie. Geen voldongen feiten. Geen tijdelijke locatie die stilletjes permanent wordt.
Het college moet dus eerst alle kaarten op tafel leggen. Wie worden er opgevangen? Hoelang? Tegen welke kosten? Met welk veiligheidsplan? Welke contractuele einddatum geldt? En wat gebeurt er als die datum wordt overschreden?
Zonder harde antwoorden moet het antwoord van de gemeenteraad simpel zijn: nee.
Wilt u dat DDS de lokale gevolgen van de massa-immigratie hard en zonder meel in de mond blijft benoemen? Help ons onafhankelijk te blijven via BackMe, of via Rabobank: NL95 RABO 0159 0983 27 t.n.v. Liberty Media.