2018 – In het kader van contrast tussen Randstad en Twente

maxresdefault
Foto: Herman Finkers. Screenshot via Youtube

In mei van 2018 ben ik begonnen met mijn baantje bij De Dagelijkse Standaard. Met een crash course werd ik klaargestoomd als opinieblogger en losgelaten op de wijde wereld van het internet, met de opdracht overal wat van te vinden. Op een gegeven moment beginnen je dan dingen op te vallen, met name het verschil in mentaliteit tussen de randstad en de provincie! Het leek mij wel leuk om dat eens wat meer te belichten.

Twente en Amsterdam
Waar de Zwarte Piet discussie duidelijk zichtbaar was in het westen van het land, leek het in Twente wel alsof het nog de jaren ’90 was. Geen demonstratie, geen discussie, gewoon verder zoals het altijd ging. Die hele discussie over genderdiversiteit waaide ook over. Enschede trok nog wel eventjes een Pegida-demonstratie aan en bleek, voorafgaand aan die demonstratie, dat de prullenbakken en containers overal waren beklad met de uitnodiging: ‘kom ook op [datum] nazi’s meppen’. Dat liep met een sisser af. Al met al een redelijk stabiele situatie dus, wat ik beschouw als een kracht van de Twentse mentaliteit.

Het contrast tussen Twente en Amsterdam valt misschien nog wel het beste uit te leggen aan de hand van de horeca. In Amsterdam is de aankleding chiquer, maar het personeel vaak onpersoonlijk. Je bent daar al snel een nummertje en praktisch gezichtloos. Er is mij verteld, en ik weet niet of het waar is maar het leek mij volkomen logisch, dat Twents horecapersoneel flink in trek is bij de horeca in de randstad. Dit zou komen doordat Twents personeel veel meer persoonlijk contact maakt en sneller geneigd is iets extra’s te doen voor de gast. De horeca in Twente moet het namelijk vaak hebben van lokale klandizie. Je kunt je als restaurant in Twente maar weinig fouten permitteren want ieder foutje wordt uitvergroot. Binnen de kortste keren wordt een klacht een overdreven gerucht en wordt je als restaurant zo gepasseerd. In Amsterdam zijn er voor jou tien anderen en wordt je klacht toch niet gehoord.

In sociale situaties viel mij eenzelfde soort patroon op. Het lijkt er sterk op dat mensen uit grote steden geneigd zijn zo snel mogelijk een indruk op iemand te willen maken. Kijk je de kat uit de boom dan word je gepasseerd, staat iemand je niet aan dan vind je snel genoeg een ander. In Twente ben je eerder op elkaar aangewezen. Je hoeft niet direct een indruk te maken want je ziet elkaar toch snel weer. Val je op dan gaat dat als een lopend vuurtje en als je iemand niet mag dan zul je moeten afwegen hoe erg je dit daadwerkelijk vind. Contact in Amsterdam gaat voor mijn gevoel een stuk vlotter en oppervlakkiger. Men praat eerder door elkaar heen en probeert de ander nogal eens af te troeven met een ‘beter’ verhaal. Twentenaren nemen doorgaans de tijd voor een verhaal en haken eerder in op een ‘mooi verhaal’ zonder dit af te willen troeven, maar komen eerder met iets vergelijkbaars.

Apathie?
Ook op andere terreinen viel mij een duidelijk verschil in mentaliteit op en was dit, eerlijk is eerlijk, niet alleen maar positief. Ergens in juli kwamen Thierry Baudet en Theo Hiddema naar Enschede om zich te profileren in deze hoek van het land. Zij werden lovend ontvangen in een volle zaal en kregen behoorlijke steun van de Syrische gemeenschap, die behoorlijk sterk vertegenwoordigd is in de Twentse steden. Reden voor die steunbetuiging was, gek genoeg, de opmerking van Baudet eerder die maand, over dat Assad moest winnen om de stabiliteit terug te krijgen in die regio.

Zoals het duo altijd doet, zoeken ze actief het gesprek op. Zo doken her en der in de zaal wat Syriërs op die de microfoon kregen. Ook Twentenaren kregen vaak de microfoon en al snel kwam de vraag hoe zij de partij wilden uitbouwen en wat zij voor Twente konden betekenen. Hier raakte Thierry op een gegeven moment een belangrijke snaar. Hij gaf aan niet zo goed te weten wat er hier écht speelde en waar behoefte aan was. Dat werd hem niet kwalijk genomen want het was volkomen begrijpelijk. Hij stelde direct erop de vraag waar ‘wij’ behoefte aan hadden en wat we graag wilden zien. Zo’n beetje de hele zaal stond met z’n bek vol tanden! Je voelde haast bij iedereen de vraag opkomen: ‘Hoe kan het dat politiek hier niet zo leeft?’ Baudet zei iets in de strekking van: ‘Misschien moeten jullie eerst zelf maar eens in actie komen.’ En ja, geef hem eens ongelijk?

De Twentse mentaliteit
Terwijl men hier opgroeit komt men ergens een keer in aanraking met het hardnekkige gerucht dat hier een soort minderwaardigheidscomplex zou heersen. Voor de een betekent dat dat Twente wordt vergeten door Den Haag. Een ander denkt dat ‘de grote steden op ons neerkijken’. Weer een ander meent dat Twente wordt misbruikt door bedrijven om afvalwater in de grond te kunnen pompen en weer een ander zegt dat ‘de kansen nu eenmaal in het westen liggen’. We zouden de aandacht van Den Haag niet op ons weten te vestigen en willen sommige vormen van aandacht ook niet op ons gevestigd hebben.

Er weerklinkt een soort slachtofferschap en fatalisme in zulke opvattingen. De zwakte die men soms ervaart zit hem volgens mij in de combinatie van die twee.

Fatalisme
Onder fatalisme wordt doorgaans een houding verstaan die samen valt te vatten in de zin: ‘nou ja, dat is nou eenmaal zo.’ Daar zit een ontzettende kracht in die acceptatie van een situatie met zich meebrengt, vergelijkbaar met een haast boeddhistische of stoïcijnse houding: je niet bezighouden met zaken die je toch niet kunt veranderen. Het slachtofferschap vindt er echter ook een voedingsbodem, want als je iets is overkomen, dan ‘is dat nu eenmaal zo’.

Slachtofferrol
Dat is een begrijpelijke houding voor iemand die te horen heeft gekregen dat hij kanker heeft en er geen behandeling meer mogelijk is. Breng dat eens in contrast met iemand die hetzelfde nieuws hoort maar geen acceptatie vindt of toe wil laten, vervolgens álles aangrijpt om beter te worden en zelfs z’n laatste uren nog spendeert aan kwakzalvers op internet met homeopathische kruiden. Dat is natuurlijk een schrijnende houding die je recht door je ziel snijdt wanneer je dat meemaakt. De crux van deze houding zit hem in de vraag ‘wanneer is iets zinloos en is acceptatie nog de enige optie?’ En dat is juist het rare aan, voor zover die bestaat, ‘de Twentenaar’. Die aangemeten slachtofferrol van de domme boer (lees: in culturele zin, zoveel boeren zijn hier niet meer) wiens lot wordt bepaald door ‘graaiers in maatpakken uit het westen’.

De Twentenaar
Dit terwijl op allerlei andere terreinen diezelfde ‘domme boer’ een enorme kracht uitstraalt. Ik generaliseer en schets maar wat, maar het komt denk ik neer op het volgende: Hij is doorgaans weliswaar lomp en misschien nog wel directer als een Rotterdammer maar heeft het hart op de goeie plaats en is behulpzaam richting zijn buren, doch erg gesteld op zijn vrijheid en privacy. Je klopt niet bij hem aan voor je gemak maar alleen wanneer het je zelf écht niet is gelukt. Hij verwacht dan ook bij jou aan te kunnen kloppen want hij heeft wat van je tegoed. Hij is inventief en gehaaid, maar ook zo koppig als wat. Hij heeft een hekel aan luiheid en van werk ‘word je hard’. Hij is wie die is en de ander is al snel raar, maar zal eerlijk zijn waardering uitspreken als ‘die rare’ zich bewijst. Hij bezit een delicate mix van individualiteit en groepsgevoel, met een sterke nadruk op die eerste. De groep is pas een geldig instrument als het hem zelf niet lukt, de groep val je namelijk verder nergens mee lastig.

Politiek
CDA’er Pieter Omzigt wist dankbaar gebruik te maken van dit ‘minderwaardigheidscomplex’ en profileerde zichzelf als Twentenaar, de man werd van laag op de lijst zo de Tweede Kamer in geslingerd! Ik schat dat ruim driekwart van de Twentenaren die op hem stemden, zijn speerpunten niet eens heeft gelezen. Er ontstond een soort trots dat ‘het Twente was gelukt’ om ruimte op te eisen voor het eigen geluid in Den Haag. Toch blijft het vreemd dat de politiek als een ongrijpbare doorn in de zij wordt ervaren terwijl ‘het bouwmateriaal’ voor een politieke aanwezigheid, wel degelijk aanwezig is.

Dat is ook de reden dat de spiegel, die Baudet het zaaltje in Enschede voorhield, mij zo aansprak. Hij deed een beroep op de eigen verantwoordelijkheid, deed dat op een directe ‘zonder fluwelen handschoen’ manier, en deed dat ook nog eens als ‘elitair, stads mannetje uit Amsterdam’. Nu was de zaal natuurlijk FVD gezind en had Baudet volgens mij helemaal niet door hoe verkeerd dat had kunnen vallen bij het bredere Twentse publiek. Volgens mij is er iets waardoor hij er tóch mee weg weet te komen en denk ik dat als hij dit ook bij een breder publiek had aangekaart, het wel eens had kunnen resoneren. Want ja, hij zit wél in de Tweede Kamer, krijgt ook een hoop gal over zich heen. Meent, ondanks alles, dat waar hij voor staat het allemaal waard is om voor te blijven strijden. Dat slachtofferschap waar de Twentenaar zichzelf soms van bedient, had Baudet ook gepast. Maar hij weigert dat pertinent en houdt stug vol. Daar kan Twente nog wat van leren!

 


Waardeer jij de artikelen op DagelijkseStandaard.nl? Volg ons dan op Twitter!

In dit artikel

Wie op onze website reageert, gaat akkoord met ons huisreglement.

Reageer

4 reacties

  1.   

    Ik weet niet of het iets met Twente en de provinciale afkomst te maken heeft maar dit artikel ritselt van de taalfouten, om over de belabberde stijl maar te zwijgen.

    Ik bepleit een goede eindredacteur voor DDS, bij voorkeur iemand uit de Randstad.

    1.   

      En toch blijf je een topklasse sukkel Ernst. Ook deze slaat weer als een ansterdammer op een hol vat. Galmend geleuter dus.
      Dag Ernst

    2.   

      Moeten we jou waslijst aan fouten weer presenteren droplul .

  2.   

    Als uitwisseling student heb ik enkele jaren in Amsterdam en Den Haag gewoond. Later zijn wij naar Enschede verhuisd. Wat een verschil! Terwijl het mentaliteit in het westen is vaak “ikke, ikke, ikke, en de rest mag stikken”, met ook oneerlijke praktijken om op te klimmen of een concurrent aan te vallen, was het mentaliteit in Twente veel eerlijker en minder opgejaagd. Heel vriendelijk, hulpvolle mensen. Die ook heel mooi Nederlands spreken; werkwoorden waarbij de “en” wordt altijd gesprokeN. In Amsterdam gaat het steeds achteruit met het uitspraak. Er is een nieuwe Amsterdamse omroeper op radio 4 die het heeft over: Beethovah!
    Jammer was er jaren geleden te weinig werk te vinden in provincie Twente. Anders gingen wij niet verhuizen. Ik mis nog steeds de prachtige tuin van Graaf Unico van Wassenaer in Delden, en ook de midwinter hoornen. En omdat ik altijd zelf mijn concert jurken ging maken, heb ik altijd het mooie textiel van Twente bewonderd.
    Waarschijnlijk zijn de vriendelijkste mensen van Nederland in dit mooie oude provincie
    nog steeds te vinden.

Like nu onze nieuwe pagina voor nieuws en opinie!