Naar inhoud springen
Afbeelding gemaakt met ChatGPT van OpenAI

AOW'er van wie de partner overlijdt, krijgt €497,42 netto per maand meer AOW en één maand AOW ineens

Economie•

Wilt u DDS vaker zien?

Stel DDS in als voorkeursbron op Google.

Voeg DDS toe op Google
Volg ons op Google Nieuws
Overlijdt je partner en heb je zelf AOW, dan krijg je vanaf de maand van overlijden het AOW-bedrag voor iemand die alleen woont. Met loonheffingskorting is dat €1.581,55 netto per maand in plaats van €1.084,13: €497,42 meer. Daarnaast betaalt de SVB één maand AOW van je partner, met het vakantiegeld over die maand, in één keer uit: de overlijdensuitkering. Daarvoor hoef je niets aan te vragen.
Samen gaan jullie er wel op achteruit. Hadden jullie allebei een volledige AOW, dan kwam er 2 keer €1.084,13 binnen: €2.168,26 netto per maand. Na het overlijden is dat €1.581,55, dus €586,71 minder. De AOW van je partner stopt op de dag na het overlijden en gaat niet op jou over.
De groep AOW'ers die alleen woont, wordt groter. Eind september 2026 kregen 1.424.560 mensen een AOW voor alleenstaanden, 2,4 procent meer dan een jaar eerder, meldde de SVB op 2 november. De SVB verwacht dat die groep de komende jaren verder groeit.

Het alleenstaandenbedrag gaat vanzelf in

Woonde je partner in Nederland en overleed hij of zij daar ook, dan hoef je het overlijden niet aan de SVB door te geven. De gemeente doet dat. Daarna krijg je van de SVB een brief over de AOW, waarin staat wat je kunt verwachten. Overleed je partner in het buitenland terwijl jullie in Nederland woonden, dan moet je het wel zelf melden, in elk geval binnen 4 weken.
Je hogere AOW gaat in vanaf de maand waarin je partner overlijdt. Bruto stijgt je uitkering van €1.139,39 naar €1.662,16 per maand, €522,77 meer. Ook je vakantiegeld gaat omhoog. Wie alleen woont, bouwt €104,78 bruto per maand op, tegen €74,85 voor wie samenwoont. Dat vakantiegeld krijg je in mei.
De nettobedragen gelden als de SVB de loonheffingskorting toepast. Laat je die korting bij je pensioenfonds toepassen, dan houdt de SVB meer loonheffing in en krijg je als alleenstaande €1.285,22 netto van de SVB.
Stel: jullie hadden allebei een volledige AOW en je partner overlijdt in november. Over november krijg je dan €1.581,55 netto in plaats van €1.084,13. Over twaalf maanden is dat €5.969,04 netto meer, volgens een berekening van DDS, als de bedragen gelijk blijven. Dat doen ze niet precies: de SVB past de bedragen elk halfjaar aan.

Eén maand AOW ineens voor de partner

De overlijdensuitkering staat in artikel 18 van de AOW. Ze is gelijk aan één maand AOW van je partner, naar het bedrag in de maand van overlijden en zonder een eventuele toeslag. Volgens artikel 32 geldt dat ook voor het vakantiegeld. De SVB betaalt haar in één bedrag uit, met ingang van de dag na het overlijden. Er kan geen beslag op worden gelegd.
Had je partner een volledige AOW, dan gaat het om €1.139,39 plus €74,85 vakantiegeld over die maand: €1.214,24 bruto, volgens een berekening van DDS. Is de AOW van je partner al voor de hele maand betaald, dan trekt de SVB het deel over de dagen na het overlijden af van de overlijdensuitkering en van het vakantiegeld. Over de overlijdensuitkering betaal je geen belasting: de SVB betaalt haar volgens haar beleidsregels belastingvrij uit.
Ook het vakantiegeld dat je partner had opgebouwd, van mei tot en met de dag van overlijden, betaalt de SVB uit. Bij een volledige AOW voor samenwonenden is dat over mei tot en met oktober al ongeveer €449 bruto, volgens een berekening van DDS.
Dit geldt ook als jullie niet getrouwd waren, maar samenwoonden. De AOW ziet twee ongehuwde volwassenen die een gezamenlijke huishouding voeren als echtgenoten. Leefden jullie duurzaam gescheiden, dan is er geen overlijdensuitkering. Is er geen partner, dan kan ze naar kinderen jonger dan 18 gaan, en anders naar wie in gezinsverband met de overledene in één huis woonde. Kreeg je niets terwijl je het wel verwachtte, neem dan binnen 1 jaar na het overlijden contact op met de SVB.

Bij je kind wonen telt niet als samenwonen

Ga je bij een volwassen kind wonen, of trekt je kind bij jou in, dan blijf je alleenstaand voor de AOW. Een gezamenlijke huishouding met een bloedverwant in de eerste graad telt volgens artikel 1 van de AOW niet mee. Daaronder valt volgens de wet ook een meerderjarig stiefkind of een voormalig pleegkind.
Bij anderen ligt dat anders, bijvoorbeeld een broer, zus, kleinkind of nieuwe partner. Hebben jullie je hoofdverblijf in dezelfde woning en zorgen jullie voor elkaar, bijvoorbeeld door samen de kosten van het huishouden te betalen, dan is er volgens de wet een gezamenlijke huishouding. Dan krijg je weer het lagere bedrag voor samenwonenden.
Woon je met iemand in één pand, maar heeft ieder een eigen woning, dan gelden daarvoor aparte regels. Je inschrijving bij de gemeente moet dan kloppen met waar je echt woont.

Zorgtoeslag en huurtoeslag veranderen

Kregen jullie samen toeslag en staat die op jouw naam, dan hoort Dienst Toeslagen het overlijden van de gemeente. Omdat je huishouden is veranderd, krijg je binnen 5 weken een brief met een nieuwe voorlopige berekening. Binnen 8 weken na het overlijden krijg je het nieuwe bedrag.
Dat bedrag klopt niet altijd. Toeslagen weet bijvoorbeeld nog niet of je nabestaandenpensioen krijgt. Controleer je inkomen en geef veranderingen zelf door. Het inkomen van je partner kun je ook aanpassen voor de toeslag die jullie samen kregen. Hadden jullie samen spaargeld, kijk dan ook naar de vermogensgrens voor jou alleen.
Dat hoeft niet meteen. Je kunt het ook over een paar maanden regelen, of als de definitieve berekening komt. Te veel ontvangen toeslag moet je wel terugbetalen. Kregen jullie geen toeslag, dan kan dat nu anders zijn: zorgtoeslag en huurtoeslag over 2026 kun je nog aanvragen tot en met 31 december 2027.

Nog geen AOW, of pensioen van je partner

Was jij jonger en heb je de AOW-leeftijd nog niet, dan krijg je zelf nog geen AOW. De overlijdensuitkering krijg je wel, als je partner AOW had. Daarnaast kun je een nabestaandenuitkering uit de Anw krijgen als je zorgt voor een kind jonger dan 18, of als je minstens 45 procent arbeidsongeschikt bent.
Had je partner aanvullend pensioen opgebouwd, vraag dan bij het pensioenfonds na of er een partnerpensioen is. Dat staat los van de SVB. Krijg je het, geef het dan ook door voor je toeslagen.
Bewaar de brief die je van de SVB krijgt: daarin zit ook de jaaropgave van je partner, en die kan de SVB niet digitaal sturen. In Mijn SVB zie je bij Betalingen welk bedrag je krijgt. Staat daar na de maand van overlijden nog het bedrag voor samenwonenden, neem dan contact op met de SVB.
Nieuws over je AOW en pensioen. Dat staat elke week in de gratis AOW-brief.
Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading