Een klant van BeFrank zag zijn pensioenkapitaal in de jaren vóór zijn pensionering teruglopen en stelde €67.285 te hebben verloren. Hij wilde op zijn minst de ingelegde premies over de laatste vier jaar terug. Kifid wees dat verzoek af: een dalend pensioenvermogen bewijst op zichzelf niet dat de uitvoerder verkeerd heeft belegd. De bindende uitspraak van 15 september 2026 raakt een herkenbare vraag. Hoe kan je pensioenpot dalen terwijl je juist minder risico denkt te nemen? Het antwoord zit in het verschil tussen het bedrag dat wordt belegd en het maandelijkse
pensioen dat je daarmee later kunt kopen.
Defensief betekent geen gegarandeerde inleg
De klant was in april 2023 overgestapt van een neutraal naar een defensief beleggingsprofiel. Daardoor kwam een groter deel van zijn geld in zogenoemde matchingfondsen terecht. Die zijn bedoeld om de invloed van renteveranderingen op de toekomstige uitkering te beperken.
Volgens
de uitspraak over BeFrank was geen schending van de beleggingszorgplicht aangetoond. Ook bestond in deze regeling geen verplichting om de ingelegde premies te garanderen. De informatieklacht strandde eveneens: de klant was na zijn overstap geïnformeerd en had zijn keuze kunnen aanpassen.
Waarom de rente twee kanten op werkt
Bij een beschikbare premieregeling bouw je met belegde premies kapitaal op. Rond de pensioendatum wordt daarmee pensioen ingekocht. De prijs van die uitkering hangt mede af van de rente.
Bij een hogere rente kan hetzelfde kapitaal meer pensioen opleveren. Bij een lagere rente is doorgaans juist meer kapitaal nodig voor dezelfde uitkering.
Matchingfondsen bewegen bewust tegengesteld aan die rente. Hun waarde kan dalen wanneer de rente stijgt, terwijl het inkopen van pensioen gunstiger wordt.
BeFrank legt deze werking van matchingfondsen uit. Het doel is minder schommeling in het pensioeninkomen. Dat is iets anders dan een spaarrekening waarop de nominale inleg behouden blijft.
Een kleinere pot kan toch ongeveer hetzelfde inkomen geven
Een fictief rekenvoorbeeld maakt dat verschil zichtbaar. Stel dat iemand €200.000 heeft. Kost iedere euro jaarlijks pensioen op dat moment €20 aan kapitaal, dan kan daarmee €10.000 bruto pensioen per jaar worden gekocht.
Daalt het kapitaal naar €180.000, maar daalt de prijs naar €18 per euro jaarlijks pensioen, dan blijft de uitkomst €10.000 per jaar. Het vermogen is in dat voorbeeld met tien procent gedaald; het mogelijke jaarlijkse pensioen niet.
Dit zijn verzonnen rekencijfers om het mechanisme uit te leggen, geen actuele offertes of voorspelling. In werkelijkheid bewegen meerdere factoren tegelijk. Een waardedaling hoeft daardoor niet precies te worden gecompenseerd door gunstigere aankooptarieven.
Alleen het verschil tussen twee kapitaalstanden uitrekenen, vertelt dus nog niet wat er met het verwachte maandinkomen is gebeurd.
Vergelijk dezelfde uitkering en dezelfde keuzes
Leg bij een opvallende daling twee overzichten naast elkaar. Noteer eerst de datum, het pensioenkapitaal en de verwachte uitkering. Controleer vervolgens of beide berekeningen uitgaan van dezelfde pensioenleeftijd en dezelfde keuze voor partnerpensioen.
Kijk ook of het bedrag bruto of netto is en per maand of per jaar wordt getoond. Anders vergelijk je mogelijk bedragen die iets anders voorstellen.
Ook bij het
persoonlijke pensioenvermogen van KPN moeten lezers kapitaal en uitkering uit elkaar houden. De inrichting van die regeling verschilt van deze BeFrank-regeling; de uitkomst van deze klacht kan niet op ieder pensioen worden geplakt.
Geld stilzetten neemt niet ieder risico weg
Wie van een dalend saldo schrikt, kan geneigd zijn onmiddellijk alle beleggingen te willen verkopen. Daarmee verdwijnt echter niet automatisch het risico dat pensioen inkopen later duurder wordt.
BeFrank noemt in zijn
uitleg over keuzes vlak vóór pensionering ook de gevolgen van niet beleggen: renterisico, gemiste koersstijgingen en doorlopende beheerkosten. Daarnaast zijn een vaste of variabele uitkering verschillende keuzes, met andere onzekerheden.
Vraag je uitvoerder daarom om een uitsplitsing: welk deel van de verandering komt door beleggingen, welk deel door rente en welke aannames zijn aangepast? Vraag vervolgens wat dit betekent voor jouw beoogde pensioendatum en maandbedrag.
Bewaar het antwoord voordat je een profiel wijzigt. Dan weet je welk risico je met die wijziging vermindert en welk risico ervoor terugkomt.