
Gemaakt met Canva
Alleenstaande met €50.000 spaargeld betaalt in 2027 geen box 3: kabinet wil grens €30.846 schrappen
Wilt u DDS vaker zien?
Stel DDS in als voorkeursbron op Google.
Voeg DDS toe op GoogleHet kabinet wil het heffingsvrij vermogen in box 3 in 2027 toch niet verlagen naar €30.846 per persoon. Die bijna-halvering wordt geschrapt, staat in een Kamerbrief van 3 november. De grens blijft dan ongeveer op het huidige niveau: volgens het Belastingplan €60.098 per persoon in 2027, of €120.196 als je een fiscale partner hebt.
Voor spaarders scheelt dat geld. Een alleenstaande met €50.000 op de spaarrekening zou door het eerdere plan in 2027 box 3 gaan betalen, maar blijft met het nieuwe voorstel onder de grens. Heb je als alleenstaande meer dan €60.098, dan scheelt het in een rekenvoorbeeld met de percentages van 2026 zo'n €135 per jaar. Voor een stel met samen meer dan €120.196 is dat zo'n €270.
Het blijft een voorstel van het kabinet, nog geen wet. De Tweede Kamer debatteert vanaf 4 november over het Belastingplan en stemt op 12 november. Daarna moet de Eerste Kamer er nog mee instemmen.
Wat het kabinet laat vallen
Op 29 september stelde het kabinet voor om het heffingsvrij vermogen per 2027 terug te brengen naar het niveau van 2020: €30.846 per persoon en €61.692 voor fiscale partners. Het hoorde bij de dekking van de box 3-voorstellen uit die brief.
Door dat plan zouden volgens het kabinet ongeveer 1,2 miljoen mensen extra box 3 gaan betalen, gemiddeld €90 per jaar.
Die verlaging gaat er nu uit. In 2026 is het heffingsvrij vermogen €59.357 per persoon. Heb je het hele jaar een fiscale partner, dan geldt het dubbele: €118.714.
Voor 2027 rekent het ministerie van Financiën in de fiscale sleuteltabel bij het Belastingplan met een heffingsvrij vermogen van €60.098. Het tarief in box 3 blijft daarin 36 procent.
Zoveel scheelt het per spaarsaldo
Stel: je hebt alleen spaargeld, geen beleggingen en geen schulden. De tabel laat zien wat je dan over 2027 aan box 3 zou betalen met de grens uit het eerdere plan en met de grens uit het Belastingplan. Het is een rekenvoorbeeld met de percentages van 2026: de Belastingdienst gaat voor spaargeld voorlopig uit van 1,28 procent rendement, en het tarief is 36 procent. Het percentage voor 2027 staat nog niet vast.
| Spaargeld | Alleenstaand, eerder plan (€30.846) | Alleenstaand, Belastingplan (€60.098) | Stel, eerder plan (€61.692) | Stel, Belastingplan (€120.196) |
| €50.000 | €88 | €0 | €0 | €0 |
| €75.000 | €203 | €69 | €61 | €0 |
| €100.000 | €319 | €184 | €177 | €0 |
| €130.000 | €457 | €322 | €315 | €45 |
| €150.000 | €549 | €414 | €407 | €137 |
| €200.000 | €779 | €645 | €637 | €368 |
Bij een stel gaat het om fiscale partners met samen dit spaargeld. De bedragen zijn afgerond op hele euro's. Omdat de Belastingdienst tussenstappen afrondt, kan een echte aanslag een paar euro afwijken.
Zit je als alleenstaande tussen €30.846 en €60.098, dan betaal je in dit voorbeeld over 2027 geen box 3, terwijl het eerdere plan je tot zo'n €135 zou kosten. Boven €60.098 blijft het verschil steeds zo'n €135. Een stel met €130.000 komt uit op €45 in plaats van €315.
Lees ook
Waarom het bedrag voor 2027 nog kan schuiven
Het bedrag van €60.098 komt uit het Belastingplan 2027. Daarin wil het kabinet de jaarlijkse inflatiecorrectie in 2027 maar voor 48 procent toepassen, ook op het heffingsvrij vermogen. Zonder die beperking zou de correctie 2,6 procent zijn.
In de brief van 3 november schrijft het kabinet dat het extra geld voor koopkracht wil invullen met het toepassen van die inflatiecorrectie. De definitieve invulling kan bij de behandeling van het Belastingplan samen met de Kamer worden gekozen. Of het heffingsvrij vermogen daardoor nog verandert, staat niet in de brief.
Ook het rendement ligt nog niet vast. De 1,28 procent voor 2026 is voorlopig en wordt begin 2027 vastgesteld. Welk percentage voor 2027 geldt, is nog niet bekend. Box 3 kijkt naar wat je op 1 januari hebt, voor 2027 dus naar je saldo op 1 januari 2027.
Na 2027: het nieuwe stelsel en tegenbewijs
De belasting op vermogenswinst in box 3 wil het kabinet uiterlijk per 2029 uitbreiden naar meer soorten vermogen. Blijkt het uit de gesprekken met de banken mogelijk, dan al per 2028. De novelle, de aanpassing van het wetsvoorstel voor het nieuwe box 3-stelsel, wordt daarop aangepast. In dat stelsel betaal je belasting over je werkelijke inkomsten uit vermogen, als spaarder dus over de rente die je krijgt.
Ook de eerder voorgestelde verlaging van het heffingsvrij rendement in dat nieuwe stelsel gaat van tafel. Op 29 september wilde het kabinet vanaf 2028 nog maar €1.000 rendement vrijstellen.
Was je werkelijke rendement lager dan het rendement waarmee de Belastingdienst rekent, dan kun je dat met de tegenbewijsregeling laten zien. Voor wie alleen spaart, helpt dat alleen bij een erg lage rente. Bij het werkelijke rendement telt het heffingsvrij vermogen namelijk niet mee.
Lees ook
Wil je weten waar je staat, tel dan op wat je op 1 januari 2027 aan spaargeld hebt en zoek je bedrag op in de tabel. Heb je een fiscale partner, neem dan jullie spaargeld samen. Heb je ook beleggingen of een tweede huis, dan tellen die mee en rekent de Belastingdienst daarover met een hoger percentage: in 2026 is dat 6 procent. Houd daarnaast de stemming van 12 november in de gaten.
Wat betaal jij zelf straks over je spaargeld? Reken je box 3 over 2026 uit en vergelijk die met 2027 en 2028 met de box 3-calculator van Box3Wacht, de rekensite van DDS.
Ga verder met lezen
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten
Lees ook
Loading





