Afbeelding gemaakt met ChatGPT van OpenAI

Belastingdruk op extra box 3-inkomen kan voor AOW'ers in 2026 oplopen tot ongeveer 54,2 procent

Economie•

Wilt u DDS vaker zien?

Stel DDS in als voorkeursbron op Google.

Voeg DDS toe op Google
Volg ons op Google Nieuws
Heb je heel 2026 de AOW-leeftijd en ligt je verzamelinkomen tussen €46.002 en €59.783? Dan kan de belastingdruk op extra box 3-inkomen oplopen tot ongeveer 54,2 procent. Van elke €1.000 extra box 3-inkomen houd je dan ongeveer €458 over. Dat komt doordat je naast 36 procent box 3-belasting ook een deel van je algemene heffingskorting en van je ouderenkorting kwijtraakt.
De rekensom komt van Peter Beets en Tjarko Denekamp, experts vermogensplanning bij ABN AMRO MeesPierson. Zij schrijven in een blog over box 3 dat het om de druk op extra inkomen gaat. Het is dus niet het gemiddelde percentage over je hele vermogen of je totale inkomen, maar wat er gebeurt met de euro's die erbij komen.
Ben je in 2026 het hele jaar jonger dan de AOW-leeftijd, dan is de druk lager. Bij een verzamelinkomen tussen €29.736 en €78.427 komt die volgens de auteurs uit op ongeveer 42,4 procent; daaronder en daarboven is het 36 procent.

Waarom box 3 meer kost dan 36 procent

Over je box 3-inkomen betaal je in 2026 een tarief van 36 procent. Dat is hetzelfde percentage als in 2024 en 2025. Toch zegt het tarief niet alles, omdat box 3-inkomen ook meetelt voor je heffingskortingen.
Die kortingen hangen af van je verzamelinkomen. Dat is je inkomen uit box 1, 2 en 3 samen, min je persoonsgebonden aftrek. Voor de algemene heffingskorting geldt dat sinds 2025. In de tabel voor 2024 rekende de Belastingdienst die korting nog uit over het belastbaar inkomen uit werk en woning, dus alleen over box 1.
Voor wie nog geen AOW-leeftijd heeft, is de algemene heffingskorting in 2026 maximaal €3.115. Boven een verzamelinkomen van €29.736 gaat daar 6,398 procent van elke extra euro af, tot de korting vanaf €78.427 op nul staat. Binnen dat traject kost €1.000 extra box 3-inkomen dus €360 belasting plus bijna €64 aan korting. Samen is dat bijna €424, ofwel 42,4 procent.

Twee kortingen die tegelijk krimpen

Voor AOW'ers liggen de bedragen anders. Heb je in 2026 het hele jaar de AOW-leeftijd, dan is je algemene heffingskorting maximaal €1.556. Boven een verzamelinkomen van €29.736 wordt die korting afgebouwd met 3,195 procent van elke extra euro.
Daar komt de ouderenkorting bij. Die bedraagt in 2026 €2.067 tot en met een verzamelinkomen van €46.002. Daarboven gaat er 15 procent van elke extra euro af, tot de korting vanaf €59.783 helemaal verdwenen is.
Tussen €46.002 en €59.783 lopen beide afbouwregels dus tegelijk. Tel je ze op bij het box 3-tarief, dan kom je uit op 36 plus 3,195 plus 15 procent. Dat is 54,195 procent, afgerond 54,2 procent. Ligt je verzamelinkomen tussen €29.736 en €46.002, of tussen €59.783 en €78.427, dan krimpt alleen de algemene heffingskorting. De druk op extra box 3-inkomen is daar ongeveer 39,2 procent. Voor 2027 stelt het kabinet in het Belastingplan andere grenzen voor: dan kan elke €1.000 renteaftrek een AOW'er boven €46.577 ook €150 extra ouderenkorting opleveren.

Rekenvoorbeeld: AOW'er met €50.000

Neem een AOW'er die heel 2026 de AOW-leeftijd heeft en een verzamelinkomen van €50.000, inclusief box 3-inkomen. Stel dat het box 3-inkomen €1.000 hoger uitvalt, zodat het verzamelinkomen op €51.000 uitkomt. Dan gebeurt dit:
  • De box 3-belasting stijgt met €360, namelijk 36 procent van €1.000.
  • De algemene heffingskorting daalt van €908,57 naar €876,62. Dat is €31,95 minder.
  • De ouderenkorting daalt van €1.467,30 naar €1.317,30. Dat is €150 minder.
In totaal kost die €1.000 extra dus €541,95, en er blijft ongeveer €458 over. Door afronding kan de korting op je aanslag een enkele euro afwijken van zo'n berekening. Bereik je pas in de loop van 2026 de AOW-leeftijd, dan gelden andere bedragen voor de algemene heffingskorting dan in dit voorbeeld. Ook in box 1 kan het tarief hoger uitvallen dan je verwacht: met AOW en pensioen van samen €45.000 kun je over 2026 €1.205 moeten bijbetalen.
Wat de box 3-plannen voor jou betekenen, reken je uit met de box 3-calculator.

Als je box 3-inkomen juist daalt

Dezelfde som werkt ook de andere kant op. Beets en Denekamp wijzen op de tegenbewijsregeling: geef je een werkelijk rendement door dat lager is dan het forfaitaire rendement, dan wordt dat lagere rendement gebruikt. Een lager box 3-inkomen verlaagt dan niet alleen de box 3-heffing, maar kan ook je algemene heffingskorting en mogelijk je toeslagen verhogen. Dat effect op de algemene heffingskorting geldt vanaf 2025. Had een behandelaar je toegezegd dat je opgaaf over 2022 of 2023 in de aanslag zou worden verwerkt, en is die aanslag van 16 oktober of later, dan ging daar onlangs iets mis. Dat lees je in ons stuk over de fout op aanslagen vanaf 16 oktober.
Hun voorbeeld rekent met de afbouw voor wie nog geen AOW-leeftijd heeft. Daalt het box 3-inkomen met €5.000 en blijft het verzamelinkomen helemaal binnen het afbouwtraject van de algemene heffingskorting, dan scheelt dat €1.800 box 3-belasting en ongeveer €320 aan korting. Samen is dat ongeveer €2.120. Reken je hetzelfde na voor een AOW'er bij wie die daling van €5.000 volledig tussen €46.002 en €59.783 valt, dan kom je op ongeveer €2.710.

Wat je kunt doen

Heb je een fiscale partner, dan kunnen jullie de gezamenlijke box 3-bestanddelen in de aangifte onderling verdelen, zolang de verdeling samen op 100 procent uitkomt. Volgens de auteurs kan die keuze ook doorwerken in de heffingskortingen van jullie allebei. Alleen vergelijken hoeveel box 3-belasting ieder apart betaalt, kan dan een onvolledig beeld geven. Zit de een wel in het afbouwtraject van de ouderenkorting en de ander niet, dan kan het uitmaken bij wie het box 3-inkomen terechtkomt.
Ook toeslagen kunnen meebewegen. Box 3-inkomen kan doorwerken in het toetsingsinkomen, en een hoger toetsingsinkomen kan bijvoorbeeld een lagere zorgtoeslag betekenen. Sommige toeslagen hebben daarnaast een eigen vermogensgrens. Het precieze effect verschilt per huishouden en per regeling, schrijven Beets en Denekamp.
Een praktische eerste stap: zoek in je laatste aangifte of aanslag inkomstenbelasting je verzamelinkomen op en schat in waar je in 2026 uitkomt. Ligt dat tussen €46.002 en €59.783 en heb je heel 2026 de AOW-leeftijd, dan valt extra box 3-inkomen in het zwaarste traject. Heb je een fiscale partner, beoordeel een verdeling van de box 3-bestanddelen dan op jullie gezamenlijke uitkomst in de aangifte.
Wil je weten wat er verandert aan je AOW, pensioen of box 3? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief van Box3Wacht, de rekensite van DDS.
Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading