Afbeelding gemaakt met ChatGPT van OpenAI

Huizenprijzen, energiearmoede en je portemonnee: deze drie cijfers worden deze week bekend

Economie20 jul , 14:30

Wilt u DDS vaker zien?

Stel DDS in als voorkeursbron op Google.

Voeg DDS toe op Google
Voor Nederlandse huishoudens wordt dit een belangrijke cijferweek. Het Centraal Bureau voor de Statistiek publiceert woensdag en donderdag nieuwe informatie over de woningmarkt, energiearmoede en het vertrouwen van consumenten. De uitkomsten vertellen niet precies wat één individueel gezin volgende maand betaalt, maar geven wel aan of de financiële druk op huishoudens toe- of afneemt.
Woensdag 22 juli verschijnen nieuwe cijfers over bestaande koopwoningen, inclusief regionale verschillen en verschillen tussen woningtypen. Een dag later volgen gegevens over energiearmoede en het consumentenvertrouwen.
Voor huizenkopers, woningbezitters, huurders en gezinnen met hoge energiekosten kunnen de publicaties relevante informatie bevatten. Dit zijn de belangrijkste cijfers om op te letten — en dit weten we al uit de vorige metingen.

Woensdag: lopen huizenprijzen nog steeds op?

Bestaande koopwoningen waren in mei 2026 gemiddeld 4,4 procent duurder dan een jaar eerder. Ten opzichte van april stegen de prijzen met 0,6 procent. De gemiddelde verkoopprijs kwam uit op 487.383 euro.
Het Kadaster registreerde in mei 19.120 transacties. Dat waren er 2,5 procent minder dan in mei van het voorgaande jaar. Over de eerste vijf maanden van 2026 werden desondanks 5 procent meer bestaande woningen verkocht dan in dezelfde periode van 2025.
De laatste landelijke woningmarktcijfers lieten daarmee twee ontwikkelingen zien. Woningen werden nog steeds duurder, maar de prijsstijging was veel kleiner dan een jaar eerder. In mei 2025 bedroeg de stijging op jaarbasis nog 9,7 procent.
De woningmarkt koelt wat betreft het tempo dus af, maar van een landelijke prijsdaling was in mei geen sprake. Voor starters betekent een stijging van 4,4 procent nog steeds dat de afstand tot een betaalbare woning groter kan worden, zeker wanneer lonen en maximale hypotheekruimte minder snel stijgen.
Woensdag wordt ook gekeken naar regio en woningtype. In het eerste kwartaal van 2026 was Drenthe met een prijsstijging van 8,2 procent de sterkste provincie. Landelijk waren bestaande woningen in dat kwartaal gemiddeld 5,2 procent duurder dan een jaar eerder. De grote steden bleven bij die stijging achter.
De vraag is nu of die regionale verschillen in het tweede kwartaal kleiner zijn geworden. Ook is interessant of appartementen, tussenwoningen en vrijstaande huizen uiteenlopen. Juist voor starters is de ontwikkeling van appartementen en kleinere rijwoningen belangrijker dan het landelijke gemiddelde.

Donderdag: hoeveel huishoudens leven in energiearmoede?

Donderdag 23 juli worden nieuwe gegevens over energiearmoede gepubliceerd. De laatste uitgebreide meting liet een forse stijging zien. In 2024 leefden naar voorlopige schatting ongeveer 510.000 huishoudens in energiearmoede. Dat was 6,1 procent van alle huishoudens en bijna 180.000 meer dan een jaar eerder.
CBS en TNO spreken van energiearmoede wanneer een huishouden een laag inkomen combineert met hoge energiekosten en/of een woning met een slechte energetische kwaliteit. Denk aan een huis dat moeilijk warm te krijgen is door slechte isolatie, enkel glas of een verouderde installatie.
Het percentage steeg mede doordat landelijke financiële steunmaatregelen na de energiecrisis werden afgebouwd. In 2023 lag het gemeten aandeel nog op 4,8 procent. De vergelijking is echter niet uitsluitend een verhaal over gas- en stroomprijzen. Ook inkomens, woningisolatie, energieverbruik en de gebruikte compensatiemaatregelen spelen mee.
De nieuwe cijfers moeten duidelijk maken of de stijging is doorgezet. Let daarbij niet alleen op het landelijke percentage, maar ook op het absolute aantal huishoudens en de regionale verdeling. Energiearmoede kan relatief sterk voorkomen in gebieden met oudere woningen en lagere gemiddelde inkomens.
Ook de positie van lage middeninkomens verdient aandacht. Deze huishoudens vallen niet altijd binnen de klassieke definitie van energiearmoede, maar kunnen bij een slecht geïsoleerde woning en hoge maandlasten toch nauwelijks ruimte overhouden.

Donderdag: durven Nederlanders weer geld uit te geven?

Naast energiearmoede publiceert het CBS donderdag het consumentenvertrouwen over juli. In juni verbeterde dat vertrouwen van min 46 naar min 39. Dat was de grootste maandelijkse verbetering in ruim elf jaar.
Toch bleef het cijfer ver onder het gemiddelde van de afgelopen twintig jaar, dat op min 11 ligt. Een negatieve stand betekent dat meer consumenten pessimistisch dan optimistisch zijn.
De koopbereidheid verbeterde in juni van min 28 naar min 22. Mensen waren minder somber over hun eigen financiële situatie, maar vonden het nog altijd geen gunstig moment voor grote aankopen. De beoordeling van het algemene economische klimaat bleef eveneens sterk negatief.
De voorgaande CBS-meting was dus positief in de zin dat de stemming herstelde, maar niet positief in absolute zin. De cijfers van juli moeten uitwijzen of dat herstel doorzet of dat juni slechts een tijdelijke opleving was.
Voor winkeliers en andere bedrijven is vooral de koopbereidheid belangrijk. Wie weinig vertrouwen heeft in zijn toekomstige financiële positie, stelt de aankoop van een auto, keuken, meubelen of elektronica eerder uit. Een stijgende koopbereidheid kan daarom vooruitlopen op meer consumptie.

Eén cijfer vertelt nooit het hele verhaal

De drie publicaties meten verschillende onderdelen van de economie. Stijgende huizenprijzen zijn gunstig voor bestaande eigenaren die vermogen opbouwen, maar ongunstig voor starters. Minder energiearmoede is zonder meer positief, maar kan zowel komen door lagere energielasten als door hogere inkomens of overheidssteun.
Ook consumentenvertrouwen is geen directe meting van de hoeveelheid geld op een bankrekening. Het laat zien hoe mensen hun situatie en de economie beoordelen. Die stemming kan veranderen door nieuws, inflatie, baanzekerheid en politieke onzekerheid.
Daarom moeten de cijfers woensdag en donderdag afzonderlijk worden bekeken. Pas wanneer de nieuwe percentages bekend zijn, kan worden vastgesteld welke groepen erop vooruitgaan en waar de financiële druk juist verder toeneemt.
Redactioneel is dit vooruitblikartikel bruikbaar op maandag of dinsdag. Op woensdag maken we een afzonderlijk, volledig nieuw artikel over de landelijke én regionale huizenprijzen. Donderdag volgen aparte artikelen over energiearmoede en consumentenvertrouwen, telkens met de nieuwe cijfers centraal en met een vergelijking met de voorgaande meting.
Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading