Defensiemedewerkers krijgen in oktober een eenmalige uitkering van maximaal €1.100 bruto. Ook oud-medewerkers met een wachtgeld-, UGM- of FLO-uitkering vallen onder de afspraak. Het bedrag hangt af van de salarisschaal of militaire rang. Voor deeltijdwerkers en reservisten gelden aanvullende rekenregels.
De betaling komt boven op de loonsverhoging die in september inging. Wie zijn salaris of uitkering vorige maand al zag stijgen, kan deze maand dus opnieuw een hoger bedrag op de specificatie aantreffen. Het gaat om twee verschillende onderdelen van het arbeidsvoorwaardenakkoord.
Drie bedragen, afhankelijk van rang of schaal
Volgens de
afspraken die Defensie en de bonden op 17 juli ondertekenden gelden deze bruto bedragen bij een aanstelling van 38 uur:
| Groep | Eenmalige uitkering |
| Burgermedewerkers tot en met schaal 6; militairen tot en met sergeant-majoor of de equivalente rang | €1.100 |
| Burgermedewerkers in schaal 7 tot en met 11; militairen van adjudant-onderofficier tot en met majoor of equivalent | €900 |
| Burgermedewerkers vanaf schaal 12; militairen vanaf luitenant-kolonel of equivalent | €800 |
Bij de Koninklijke Marine kunnen rangnamen anders zijn. Kijk daarom naar de indeling die voor jouw rang geldt, in plaats van alleen de benaming uit een andere krijgsmachttak te vergelijken.
De lagere schalen ontvangen het hoogste bedrag. Het is dus geen percentage van het salaris: iemand met een hoger
loon krijgt bij deze betaling niet automatisch meer.
De situatie op 1 oktober telt
Voor de categorie-indeling is de eerste dag van de uitkeringsmaand bepalend. Bij deze betaling gaat het om 1 oktober 2026. Dat is bijvoorbeeld van belang wanneer je rond die datum bent bevorderd of naar een andere salarisschaal bent gegaan.
In het
arbeidsvoorwaardenakkoord met de voorwaarden voor de uitkering staat ook hoe deeltijd en bijzondere situaties worden behandeld. Wie minder dan 38 uur werkt, krijgt het bedrag naar rato van de deeltijdfactor.
Een eenvoudig voorbeeld: bij een aanstelling van 19 uur en een volledig bedrag van €1.100 komt de berekening uit op €550 bruto. Bij dezelfde deeltijdfactor en een categoriebedrag van €900 is dat €450. Het zijn rekenvoorbeelden, geen netto bedragen.
Voor reservisten tellen de gewerkte uren in de twaalf maanden vóór de uitkeringsmaand mee. Alleen kijken naar een gemiddelde werkweek is voor hen daarom onvoldoende. Voor medewerkers met onbezoldigd verlof wordt maatwerk toegepast. Ook kun je door meerdere aanstellingen of uitkeringen niet onbeperkt bedragen stapelen: er geldt een maximum per persoon.
Ook geld voor bepaalde oud-medewerkers
De afspraak noemt uitdrukkelijk gewezen defensiepersoneel met wachtgeld, UGM of FLO. Bij hen wordt de categorie vastgesteld aan de hand van de laatst geldende salarisschaal of rang.
Dat betekent niet dat iedere oud-militair of iedere gepensioneerde met een ABP-pensioen deze betaling krijgt. De soort uitkering is bepalend. Wie alleen op het woord ‘oud-medewerker’ afgaat, kan daardoor ten onrechte op extra geld rekenen.
ABP bevestigt voor ontvangers van UGM zowel de verhoging van 6,5 procent in september als de eenmalige betaling in oktober. ABP verzorgt die uitbetaling namens
Defensie. Daarom kan ABP als afzender op je bankafschrift staan, terwijl de betaling voortkomt uit een defensieregeling.
Oktober is niet de laatste betaalmaand
In het akkoord staan nog twee eenmalige betalingen: januari 2027 en januari 2028. Daarbij gelden opnieuw de afgesproken categorieën en voorwaarden. De oktoberbetaling moet dus niet worden verward met het totaal van alle drie de momenten.
Voor de huishoudbegroting blijft het verschil tussen eenmalig en structureel belangrijk. Een hoger bedrag in oktober betekent niet dat hetzelfde bedrag iedere volgende maand wordt overgemaakt. De verhoging van het reguliere salaris of de UGM-uitkering werkt anders.
Kijk naar de specificatie, niet alleen naar de bankrekening
Het aangekondigde bedrag is bruto. Hoeveel je netto ontvangt, blijkt uit de salaris- of uitkeringsspecificatie. Vergelijk daarop de categorie, de deeltijdfactor en de afzonderlijke betaling. Alleen het verschil tussen twee bankstortingen geeft geen volledige verklaring, omdat ook andere loononderdelen kunnen veranderen.
Ontvang je toeslagen, neem de extra inkomsten dan mee bij het controleren van je geschatte jaarinkomen. ABP wijst erop dat een hogere UGM-uitkering gevolgen kan hebben voor de hoogte van toeslagen.
Komt daarnaast je AOW-leeftijd in zicht, houd dan ook de
afzonderlijke aanvraag van AOW in de gaten. Een betaling door ABP neemt die stap niet over. Voor vragen over de oktoberuitkering is vooral je eigen specificatie van belang: daarop moet zichtbaar worden welke afspraak op jouw situatie is toegepast.