Zzp'ers krijgen geen verplicht
pensioen. Dat staat in de toelichting bij het wetsvoorstel voor de Zelfstandigenwet, waarover iedereen tot en met 29 oktober kon reageren. Zelfstandigen moeten zelf kunnen kiezen of en hoe ze voor later sparen. Wel wil het kabinet dat straks meetelt of je geld uitgeeft aan pensioen, een arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) of andere voorzieningen, als wordt beoordeeld of je echt zelfstandige bent.
Het kabinet vindt dat zelfstandigen er zelf voor kunnen kiezen "geen of een andere" voorziening te treffen voor hun pensioen, staat in de
concepttoelichting. Er worden volgens de tekst "geen algemene eisen aan zelfstandigen opgelegd".
Dat terwijl weinig zzp'ers zelf pensioen opbouwen. Volgens het CBS betaalde in 2024
10,4 procent van de zzp'ers lijfrentepremie. Wie geen lijfrente heeft, kan nog wel pensioen hebben van een vroegere werkgever.
Wat de Zelfstandigenwet wel vraagt
De wet moet duidelijker maken wanneer iemand zelfstandige is en geen werknemer. Een van de onderdelen van die toets is volgens het voorstel dat je een minimumbedrag besteedt aan voorzieningen naar keuze. Dat kan een AOV zijn, een verzekering tegen ziekte, pensioen of een bedrijfsverzekering. Sparen, beleggen of vastgoed tellen niet mee.
Hoe hoog dat bedrag wordt, staat nog niet vast. Het wordt later in een algemene maatregel van bestuur geregeld. De wet moet volgens het plan op 1 januari 2028 ingaan. Ook het aantal opdrachtgevers telt mee: wie zekerheid vooraf wil, moet er volgens het voorstel
drie hebben gehad in twee jaar.
AOV-plicht niet vóór 2030
Voor arbeidsongeschiktheid komt er wel een verplichte verzekering. Het
wetsvoorstel ligt sinds maart bij de Tweede Kamer. De premie wordt 5,4 procent van de winst. In het rekenvoorbeeld van de regering is dat bij een winst van €38.000 ongeveer €171 bruto per maand.
Snel gaat het niet: volgens de toelichting bij de Zelfstandigenwet treedt die verzekering naar verwachting niet vóór 1 januari 2030 in werking.
Zo bouw je zelf pensioen op
Als zzp'er kun je met een lijfrente belastingvrij sparen voor later. Je trekt de inleg af van je inkomen in box 1. Hoeveel je mag inleggen, hangt af van je jaarruimte: in 2026 is dat
30 procent van je premiegrondslag, met een maximum van €35.589.
Heb je de afgelopen jaren niet alles gebruikt, dan kun je dat inhalen met de reserveringsruimte. Die is in 2026 maximaal €42.753, en je kunt niet-gebruikte ruimte uit 2016 tot en met 2025 alsnog benutten. Een lijfrente kan bij een verzekeraar, op een lijfrenterekening bij de bank of als beleggingsrecht.
Stel: je premiegrondslag is €40.000. Dan is je jaarruimte in grote lijnen 30 procent daarvan, dus €12.000, min wat je eventueel nog aan pensioen opbouwt bij een werkgever.
Doorgaan bij je oude pensioenfonds
Ben je net zzp'er geworden, vraag dan bij je oude pensioenfonds of je vrijwillig kunt doorgaan. Volgens
artikel 54 van de Pensioenwet kan dat hooguit 10 jaar als je na je baan winst uit onderneming hebt, en anders hooguit 3 jaar. Je moet het binnen 9 maanden na het einde van je dienstverband aanvragen. Het is geen recht: het fonds kan het aanbieden, als het pensioenreglement dat toelaat.
Een proef waarbij zzp'ers zich vrijwillig bij een pensioenfonds kunnen aansluiten, loopt nog tot 30 juni 2028. Eind 2025 maakte nog geen enkel fonds daar gebruik van, schreef minister Vijlbrief in mei aan de Kamer.
De AOW krijg je wel
Ook als je niets regelt, krijg je vanaf je AOW-leeftijd AOW, als je in Nederland hebt gewoond. Sinds 1 juli 2026 is dat voor een alleenstaande
€1.662,16 bruto per maand. Voor de meeste mensen is dat te weinig om van te leven zonder aanvulling.
Werk je als zzp'er en heb je nog niets geregeld, kijk dan eerst hoeveel jaarruimte je hebt. De Belastingdienst heeft daar een rekenhulp voor. Een kleine maandelijkse inleg in een lijfrente levert belastingvoordeel op en groeit door tot je AOW-leeftijd.
Bouw je als zzp'er zelf je pensioen op? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief van Box3Wacht, de rekensite van DDS.