Een farmaceutisch bedrijf vindt dat zijn afslankpil te weinig in de krant staat. Dus stapt het naar de overheid. En de overheid? Die deelt boetes uit aan de kranten. NRC moet 81.000 euro betalen voor twee artikelen. Ook de Volkskrant, AD, De Telegraaf, De Stentor en Flair kregen de rekening. Welkom in Nederland, waar een inspectie bepaalt wat journalisten mogen schrijven.
Het verhaal wordt steeds erger naarmate er meer uitkomt. In augustus bleek al dat de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) kranten beboette voor artikelen over afslankmiddelen als Ozempic. Volgens de inspectie was dat
verboden reclame voor geneesmiddelen. Nu blijkt
volgens de NOS wie de inspectie vroeg om op te treden: Goodlife, de distributeur van het concurrerende afslankmiddel Mysimba.
Een concurrent als klikspaan, de staat als handhaver
In het handhavingsverzoek dat de advocaat van Goodlife bij de IGJ indiende, staat de klacht zwart op wit. Er zou "geen sprake" zijn "van evenwichtige informatie", bijvoorbeeld "door het volledig ontbreken van verwijzingen naar Mysimba". Vertaald: de kranten schreven over de middelen van de concurrent, en niet over het onze. Doe daar wat aan.
En de inspectie deed er wat aan. Er volgden boetes. DPG Media moest alleen al 51.000 euro betalen voor artikelen in de Volkskrant en het AD, en eerder 48.450 euro voor De Stentor en Flair. In april oordeelde een rechtbank bovendien al dat artikelen niet neutraal genoeg waren. Daartegen loopt nog hoger beroep.
Een van de beboete stukken ging over wetenschappelijk onderzoek in het vakblad Nature, dat liet zien dat Ozempic meer gezondheidsvoordelen had dan gedacht. Nieuws dus. Precies waar kranten voor bestaan.
Een pillenfabrikant klaagt, en de staat beboet de pers. Zo ziet het begin van censuur eruit. Wil je dat er meer van dit soort stukken komen? Steun DDS dan met een donatie. Dat kan rechtstreeks op onze rekening: NL95 RABO 0159 0983 27, ten name van Liberty Media. Elk bedrag helpt ons om onafhankelijk te blijven schrijven. En meld je aan voor onze 'verboden' column op Substack. Iedereen kan zich daar inschrijven. Geen afvinklijstje, wel een boete
Hoe bepaalt de IGJ wat reclame is en wat journalistiek? De inspectie kijkt naar de context, naar de combinatie van tekst en beeld, naar of voor- en nadelen genoemd worden en hoe vaak een merknaam valt. "Er is geen afvinklijstje", zei de inspectie tegen de NOS. Met andere woorden: de inspectie beslist achteraf, naar eigen inzicht, of jouw artikel te enthousiast was.
Voor elke redactie is dat een nachtmerrie. Volkskrant-hoofdredacteur Pieter Klok noemde het
gewoon censuur: om zulke boetes te ontlopen, zou je volgens hem helemaal niet meer over afslankmiddelen moeten schrijven. NRC-adjunct Lucas Brouwers waarschuwt: "Als dat beboet kan worden, raakt dat elke redactie en iedere journalist."
DDS is geen fan van NRC of de Volkskrant. Wie ons een beetje kent, weet dat. Maar
persvrijheid geldt niet alleen voor de kranten die je graag leest. Vandaag is het een artikel over Ozempic. Morgen is het een stuk over bijwerkingen, over een duur medicijn dat weinig doet of over een farmaceut die de fout in ging. En dan beslist een inspectie of de toon wel evenwichtig genoeg was. Wie ziet hoe snel woorden in Nederland strafbaar worden, van
RoddelPraat tot
een burgemeester die een rapper om zijn uitspraken wil weren, weet waar dit eindigt.
Maar reclame voor receptmedicijnen is toch verboden?
Klopt. En dat verbod is er met een reden: een farmaceut mag niet via advertenties patiënten laten aandringen op een recept. Maar een krant is geen farmaceut. Een journalist die schrijft over onderzoek, over gebruikers of over de hype rond een middel, verkoopt niets. Hij doet verslag. Wie dat verschil niet meer ziet, maakt van elke kritische of enthousiaste krantenkop een mogelijk strafbaar feit.
Een overheid die kranten beboet omdat ze niet 'evenwichtig' genoeg schreven, heeft de persvrijheid al opgegeven.
Wat Hermans nu moet doen
De IGJ valt onder minister
Sophie Hermans (VVD) van Volksgezondheid. Zij zorgt ervoor dat de inspectie de boetes intrekt, zodat de kranten niet nog jaren hoeven te procederen. En de Geneesmiddelenwet krijgt nog dit jaar een glasheldere uitzondering: journalistiek is nooit reclame. Het oordeel over wat een goed artikel is, ligt bij de lezer, niet bij een ambtenaar met een boetebundel.
Het begon met een klacht van een concurrent die zijn pil niet in de krant zag staan. Het eindigt met een overheid die bepaalt wat er wel in mag. Dat moet nu stoppen.
Steun DDS: doneer direct. DDS bestaat dankzij lezers zoals jij. Maak een bijdrage over naar NL95 RABO 0159 0983 27, ten name van Liberty Media. En mis niets: schrijf je in voor onze 'verboden' column op Substack. Aanmelden kan voor iedereen.