Naar inhoud springen
Afbeelding gemaakt met ChatGPT van OpenAI

Vóór 1 januari kiezen tussen SVB en pensioenfonds: alleenstaande AOW'er met €1.000 pensioen en dubbele korting betaalt over 2026 ruim €1.800 bij

Economie•

Wilt u DDS vaker zien?

Stel DDS in als voorkeursbron op Google.

Voeg DDS toe op Google
Volg ons op Google Nieuws
Woon je alleen, heb je AOW en daarnaast €1.000 bruto pensioen per maand, en passen zowel de SVB als je pensioenfonds de loonheffingskorting toe, dan wordt er in 2026 geen loonheffing ingehouden. Bij de aanslag over 2026 moet je dan volgens een berekening van DDS ruim €1.800 bijbetalen. Die aanslag komt in 2027, nadat je aangifte hebt gedaan.
Dat is geen boete en ook geen extra belasting. Het is belasting die je dit jaar per maand had moeten betalen, maar die door de dubbele korting is blijven liggen. Je krijgt de rekening alleen in één keer.
Zet je het vóór 1 januari 2027 recht, dan loopt het in 2027 niet nog een jaar door. Over 2026 betaal je in dit voorbeeld hoe dan ook bij.

Korting mag maar op één inkomen

De loonheffingskorting is een korting op de belasting die de SVB, je pensioenfonds of je werkgever inhoudt. Je mag hem maar op één inkomen laten toepassen, en je kiest zelf welk inkomen dat is.
Bij de AOW staat de korting vanzelf aan: de SVB past de loonheffingskorting automatisch toe op je AOW. Heb je bij je pensioenfonds ook "ja" ingevuld, dan krijg je de korting twee keer.
Het pensioenfonds en de SVB zien alleen hun eigen uitkering. Ze houden geen rekening met je totale inkomen. Pas de Belastingdienst telt na afloop van het jaar alles bij elkaar op. Krijg je de korting op je AOW én je pensioen, dan betaal je te weinig belasting en moet je dat later alsnog betalen, schrijft de Belastingdienst.
Dat gaat niet alleen AOW'ers aan. Ook bij twee werkgevers die allebei de korting toepasten volgde een flinke aanslag.

Zo komt de ruim €1.800 tot stand

Stel: je woont alleen, je hebt heel 2026 een volledige AOW en je krijgt €1.000 bruto pensioen per maand, €12.000 in het jaar. Je hebt geen ander inkomen en geen aftrekposten.
Je AOW is van januari tot en met juni €1.637,57 bruto per maand en vanaf juli €1.662,16. Met vakantiegeld komt je AOW over 2026 op ongeveer €21.050. Samen met je pensioen is je inkomen dan ongeveer €33.050.
  • Dat valt onder de grens van de eerste schijf van €38.883. Vanaf de AOW-leeftijd betaal je daarover 17,85 procent: ongeveer €5.900.
  • Daar gaan je kortingen af. De algemene heffingskorting is voor AOW'ers maximaal €1.556, maar wordt boven €29.736 afgebouwd met 3,195 procent. Bij jouw inkomen blijft er ongeveer €1.450 over.
  • De ouderenkorting is €2.067 en de alleenstaandeouderenkorting €540.
  • Je kortingen zijn samen ongeveer €4.057. Over heel 2026 betaal je dus ongeveer €1.844 belasting.
Nu de inhouding. Met loonheffingskorting houdt de SVB €0 loonheffing in op een volledige AOW voor alleenstaanden. Je pensioenfonds rekent over €1.000 per maand 17,85 procent, €178,50. Maar het trekt daar dezelfde kortingen nog eens van af, en die zijn groter dan dat bedrag. Ook daar wordt dan niets ingehouden.
Er is dan het hele jaar geen loonheffing betaald, terwijl je ongeveer €1.844 verschuldigd bent. Dat bedrag komt op je aanslag. De inkomensafhankelijke bijdrage Zvw van 4,85 procent houden de SVB en het pensioenfonds wel gewoon in. Daar verandert de dubbele korting niets aan.
Houdt de SVB of je pensioenfonds in de loop van het jaar toch iets in, bijvoorbeeld op vakantiegeld, dan ligt het bedrag lager. Met een fiscale partner, een gedeeltelijke AOW of een ander pensioen is de uitkomst anders.

Met de korting op één plek krijg je juist terug

Laat je in hetzelfde voorbeeld de korting alleen bij de SVB staan, dan houdt je pensioenfonds elke maand €178,50 loonheffing in, €2.142 in het jaar. Je houdt per maand minder over, maar bij de aanslag krijg je volgens een berekening van DDS ongeveer €298 terug. Dat komt doordat de SVB een deel van de kortingen niet kan gebruiken: ze zijn hoger dan de belasting op je AOW. De Belastingdienst verrekent dat bij de aanslag.
Is je pensioen hoger, dan kan ook één korting te veel zijn. Boven €29.736 wordt de algemene heffingskorting afgebouwd, en boven €38.883 geldt het hogere tarief van de tweede schijf. Hoe dat bij een hoger inkomen van samen €45.000 uitpakt, beschreef DDS eerder.

Zo zet je het vóór 1 januari recht

Op het overzicht van je pensioen of uitkering staat of je loonheffingskorting krijgt. Let op het woord korting, bijvoorbeeld ouderenkorting. Bij je AOW wijzig je het in Mijn SVB. Bij je pensioenfonds vraag je hoe het werkt. Heeft het fonds geen eigen formulier, dan gebruik je het formulier Model opgaaf gegevens voor de loonheffingen.
De SVB vraagt je de korting ook bij je andere inkomen aan te passen, en ervoor te zorgen dat het in dezelfde maand ingaat. Wil je dat 2027 goed begint, regel het dan op tijd voor januari. Met het hulpmiddel van de Belastingdienst zie je waar de korting het beste kan blijven.
Volgens het Belastingplan 2027 veranderen volgend jaar het tarief en de kortingen voor AOW'ers, zoals een lagere ouderenkorting. Dat is nog een plan: de Tweede Kamer stemt er volgens de planning op 12 november over, en een amendement van ChristenUnie en 50PLUS wil de verlaging van de ouderenkorting terugdraaien. Hoe groot een bijbetaling over 2027 wordt, staat dus nog niet vast. Laat je de korting op twee plekken staan, dan betaal je ook over 2027 te weinig belasting.
Wil je in 2027 geen rekening ineens, dan kan ook een voorlopige aanslag helpen, die je in Mijn Belastingdienst aanvraagt. Die kun je in één keer of in maandelijkse termijnen betalen tot het eind van het lopende jaar, en hoe eerder je hem aanvraagt, hoe lager het bedrag per maand. Voor 2026 zijn er nog maar weinig termijnen over. Bewaar intussen je jaaropgaven van de SVB en je pensioenfonds: daarop staat wat er in 2026 echt is ingehouden.
Nieuws over je AOW en pensioen. Dat staat elke week in de gratis AOW-brief.
Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading