Wie in Nederland woont en een
pensioen van de Deutsche Rentenversicherung (DRV) ontvangt, heeft vanaf 8 oktober 2026 nieuwe duidelijkheid over de Nederlandse belastingheffing. Een deel kan buiten box 1 vallen. Daar staat tegenover dat de waarde van het bijbehorende pensioenrecht in box 3 kan meetellen, ook voor toeslagen. Minder inkomstenbelasting betekent daardoor niet vanzelf meer geld om van te leven.
Het
nieuwe beleidsbesluit over DRV-uitkeringen is op 7 oktober gepubliceerd en een dag later ingegaan. Het werkt de gevolgen uit van het arrest van de Hoge Raad van 19 juni 2026. Voor oude aanslagen is de beslissende beperking of ze op die datum al onherroepelijk vaststonden.
Begin bij het soort Duits pensioen
De regels gaan over DRV-uitkeringen. Alleen de omschrijving ‘Duits pensioen’ is onvoldoende om te bepalen hoe jouw uitkering moet worden behandeld. Een bedrijfspensioen, overheidspensioen of lijfrente kan fiscaal anders werken. Zoek daarom eerst de naam van de uitvoerder en de soort uitkering op je pensioenstukken.
Volgens de
uitleg van de Belastingdienst over Duitse pensioenen betaalt een inwoner van Nederland meestal hier belasting. Bij een gezamenlijk jaarbedrag van bepaalde Duitse
pensioenen en lijfrenten boven €15.000 kan
Duitsland heffen. Welke uitkeringen meetellen en eventuele uitzonderingen doen ertoe. Dat is een andere vraag dan hoeveel van een DRV-pensioen in box 1 hoort.
Een lager belast inkomen kan extra vermogen betekenen
De nieuwe behandeling draait om de fiscale geschiedenis van de pensioenopbouw. Het deel waarvoor werknemerspremies niet aftrekbaar waren en de aanspraak al belast is opgebouwd, is niet opnieuw belastbaar in box 1. Het bijbehorende pensioenrecht is wel een bezitting in box 3. De waardering daarvan is dus belangrijk.
Kijk daarbij verder dan het saldo op je bankrekening. Een recht op toekomstige pensioenbetalingen is iets anders dan een ontvangen maandbedrag. Je kunt de uitkomst daarom niet bepalen door alleen de Duitse jaaropgave bij je spaargeld op te tellen.
Voor huurtoeslag ligt de grens lager
Voor huurtoeslag mag iemand zonder toeslagpartner op 1 januari 2026 maximaal €38.479 aan vermogen hebben. Toeslagpartners mogen samen maximaal €76.958 hebben. De
vermogensregels van Dienst Toeslagen verschillen van het bedrag dat je voor de inkomstenbelasting belastingvrij kunt bezitten.
Een vereenvoudigd rekenvoorbeeld: iemand zonder toeslagpartner heeft op de peildatum €25.000 spaargeld. Stel dat daarnaast het meetellende deel van zijn DRV-pensioenrecht correct wordt gewaardeerd op €15.000. Samen is dat €40.000, boven de huurtoeslaggrens voor 2026. Die €15.000 is een aangenomen waarde voor dit voorbeeld, geen standaardbedrag voor Duitse pensioenen.
Bij te veel vermogen op 1 januari kan het recht op huurtoeslag voor het hele jaar vervallen. Een vergelijkbaar onderscheid tussen inkomen en bezit speelt wanneer
een erfenis gevolgen heeft voor toeslagen. Het gaat telkens om de toepasselijke regeling, de waarde die meetelt en de juiste peildatum.
Er bestaat voorlopig een keuze
Zolang het eerdere beleidsstandpunt niet is herzien, kunnen betrokkenen daarop nog een beroep doen en de DRV-uitkering volledig in box 1 houden. Het besluit biedt daarnaast de mogelijkheid om de nieuwe behandeling toe te passen, met de genoemde beperking voor onherroepelijke aanslagen.
Laat beide mogelijkheden daarom naast elkaar doorrekenen: de inkomstenbelasting, eventueel box 3 en de toeslagen over hetzelfde jaar. Een lager belast pensioenbedrag is op zichzelf geen complete vergelijking. Ook de afzonderlijke Duitse tegemoetkoming voor Nederlandse zorgpremies, de Zuschuss, verdient aandacht: die blijft volledig belast in box 1.
Controleer oude jaren en bewaar een duidelijk dossier
De eerdere
belastingzaak over kleine Duitse pensioenen riep al vragen op over terugbetaling. Het nieuwe besluit is geen algemene toezegging dat iedereen alle te veel betaalde belasting terugkrijgt. Voor herstel op grond van dit arrest en besluit is de situatie van de aanslag op 19 juni 2026 bepalend.
Maak voor een beoordeling een overzicht per belastingjaar. Leg de pensioenopgave, de Nederlandse aanslag en eventuele bezwaarschriften bij elkaar. Noteer ook wanneer het pensioen is ingegaan en welke gegevens over de Duitse opbouw beschikbaar zijn. Bewaar de berekening die uiteindelijk wordt gebruikt, zodat duidelijk blijft hoe de gekozen behandeling tot stand kwam.
Vraag vervolgens om een uitkomst voor je totale jaarbudget. Zo zie je niet alleen wat er bij de belasting verandert, maar ook wat er overblijft voor huur, zorg en andere vaste lasten.