Vrouw van rond de dertig fietst in vroeg ochtendlicht door een woonwijk, met een tas over haar schouder
Gemaakt met ChatGPT

Vakantie-uren twee maanden te laat uitbetaald: werkneemster krijgt van kantonrechter €1.447,06 extra

Economie•

Wilt u DDS vaker zien?

Stel DDS in als voorkeursbron op Google.

Voeg DDS toe op Google
Volg ons op Google Nieuws
Betaalt je werkgever je eindafrekening te laat, dan kun je via de kantonrechter een wettelijke verhoging eisen die kan oplopen tot de helft van het bedrag dat te laat kwam. Een ambulant begeleider kreeg zo €1.447,06 bruto extra. Haar 122,84 niet-opgenomen vakantie-uren, samen €2.894,11 bruto, werden pas eind juni 2026 uitbetaald, terwijl dat uiterlijk eind april had moeten gebeuren.
Haar werkgever wees naar een administratieve fout en vroeg om de verhoging te verlagen. Dat gebeurde niet. "Het is aan de werkgever om te zorgen voor een correcte loonadministratie en tijdige loonbetalingen", schreef de kantonrechter in Utrecht in de uitspraak van 15 september 2026. Ook de transitievergoeding van €2.572,56 bruto, die de werkgever had geweigerd, moet alsnog worden betaald.
Dat is relevant voor iedereen die uit dienst gaat, ook als een tijdelijk contract gewoon afloopt: de kantonrechter behandelde de uitbetaalde vakantie-uren als te laat betaald loon.

Twee maanden wachten op het verlofgeld

De werkneemster werkte sinds 28 maart 2023 op jaarcontracten; het laatste eindigde op 27 maart 2026. Wettelijke vakantiedagen mag je normaal niet laten uitbetalen; alleen aan het eind van je contract mag dat wel. Beide partijen waren het erover eens dat zij 122,84 uren uitbetaald moest krijgen.
Over het uitbetaalde bedrag van €2.894,11 ontbraken bovendien de vakantiebijslag en de eindejaarsuitkering, samen €471,74 bruto. De werkgever sprak niet tegen dat dit bedrag nog openstond en dat de vakantie-uren te laat waren betaald. Hij betwistte alleen dat daarover een verhoging verschuldigd was. Volgens de kantonrechter ging het wel degelijk om te late loonbetalingen.
De uitkomst, alles bruto en met wettelijke rente: €471,74 aan vakantiebijslag en eindejaarsuitkering, €1.447,06 verhoging over de te laat betaalde vakantie-uren en €235,86 verhoging over die €471,74. Daarnaast betaalt de werkgever €986 aan proceskosten.

Zo snel loopt de verhoging op

De verhoging is geregeld in artikel 7:625 van het Burgerlijk Wetboek. Tot en met de derde werkdag na de dag waarop het geld er had moeten zijn, telt er nog niets.
Daarna kun je 5 procent per werkdag eisen voor de vierde tot en met de achtste werkdag, en daarna 1 procent voor elke volgende werkdag, tot een maximum van 50 procent.
Stel: bij je vertrek moet je nog €1.000 bruto aan vakantie-uren krijgen, en je werkgever betaalt tien werkdagen te laat. Dan kom je op vijf keer 5 procent plus twee keer 1 procent: 27 procent, oftewel €270 bruto. Vanaf de 33ste werkdag zit je aan het maximum. Bij deze werkneemster was dat zo: €1.447,06 is de helft van €2.894,11.
De rechter mag de verhoging wel verlagen, bijvoorbeeld tot 10 of 15 procent. En je werkgever hoeft de verhoging niet te betalen als hij aantoont dat de vertraging niet zijn schuld was. Een fout in de eigen loonadministratie telde hier niet als excuus.

Transitievergoeding, ondanks de loonstop

De werkneemster was sinds 1 augustus 2025 ziek. Na een gesprek op 3 februari 2026 oordeelde een nieuwe bedrijfsarts dat zij drie keer 3,5 uur per week kon werken. De werkgever riep haar op 4 februari op om de volgende dag te komen werken en legde op 5 februari een loonstop op, toen zij weigerde.
Het uitgangspunt was dat zij recht had op een transitievergoeding, omdat haar contract niet opnieuw was verlengd. De werkgever weigerde toch: zij zou ernstig verwijtbaar hebben gehandeld door herhaaldelijk redelijke voorschriften over haar re-integratie niet op te volgen.
De kantonrechter woog mee dat haar ziekte deels met het werk te maken had en dat de eerste bedrijfsarts in november 2025 mediation had geadviseerd. De nieuwe bedrijfsarts wist dat er eerdere adviezen waren, maar had die niet. Zij had dus een deugdelijke grond om bezwaar te maken, en haar weigering was niet ernstig verwijtbaar.
Dat sluit aan bij de hoofdregel: ook als je tijdelijke contract niet wordt verlengd, heb je recht op een transitievergoeding, en dat geldt ook als je op dat moment ziek bent. Ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van jezelf is een van de uitzonderingen.

Twijfel over je werkgever komt voor zijn rekening

De werkgever voerde nog aan dat de werkneemster de verkeerde onderneming had aangesproken. Maar uit de stukken die zij van haar werkgever kreeg, bleek op mogelijk één brief na niet welke onderneming haar werkgever was.
Een werkgever moet zijn werknemers schriftelijk of elektronisch opgeven wie hij is. Kan een werknemer daardoor redelijkerwijs twijfelen, dan is dat voor rekening en risico van de werkgever. De kantonrechter paste de naam in het verzoekschrift daarom aan. Anders had zij door de wettelijke vervaltermijn geen aanspraak meer kunnen maken op de transitievergoeding.

Stappen als je eindafrekening uitblijft

  • Controleer op je laatste loonstrook of je openstaande vakantie-uren zijn uitbetaald, met de vakantiebijslag en, als je die krijgt, de eindejaarsuitkering daarover.
  • Ontbreekt een specificatie, vraag er dan om. In deze zaak moet de werkgever binnen vijf dagen specificaties verstrekken, anders volgt een dwangsom van €250 per dag, tot maximaal €2.500.
  • Vraag je werkgever schriftelijk om het achterstallige bedrag te betalen. Dat heet in gebreke stellen.
  • Reageert je werkgever niet, dan kun je een loonvordering instellen. Voor de verhoging moet je zelf naar de rechter stappen.
  • Vraag je ook incassokosten, laat dan zien dat je die kosten echt hebt gemaakt. Hier werden ze afgewezen, omdat dat niet was gesteld of onderbouwd.
Leg je laatste loonstrook naast de datum waarop je normaal je loon krijgt. Kwam de eindafrekening later, tel dan hoeveel werkdagen het geld te laat was en noem dat aantal in je brief aan je werkgever.
Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading