Ga je als
AOW'er zonder partner in een familiewoning achter in de tuin van je zoon of dochter
wonen, dan houd je de AOW voor alleenstaanden: nu €1.581,55 netto per maand, met loonheffingskorting. De SVB telt iemand niet als huisgenoot als jullie in aparte woonruimten wonen, ook niet als die woonruimte
een apart gebouw op hetzelfde adres is.
Die vraag wordt snel actueler. Het kabinet wil het
makkelijker maken om een mantelzorgwoning te bouwen en breidt die regeling uit naar familiewoningen, zodat
ouderen die nog geen directe zorg nodig hebben alvast bij hun kinderen kunnen wonen. Dat staat in de Mantelzorgagenda die op 9 oktober naar de Tweede Kamer ging.
Wie in plaats daarvan een kamer in het huis van zijn kind betrekt, kan wel geld verliezen. Woont daar ook een schoonzoon of schoondochter, dan kan de AOW zakken naar het bedrag voor samenwonenden: €1.084,13 netto. Dat is €497,42 per maand minder.
Wat er vanaf 2027 verandert in je achtertuin
Een mantelzorgwoning mag nu al zonder omgevingsvergunning, als er sprake is van mantelzorg. Nieuw is de familiewoning: een woning op het achtererf voor familie in de eerste graad, dus ouders en kinderen, ook als er (nog) geen zorg nodig is. Het besluit dat dit regelt ligt sinds juli bij de Raad van State voor advies en gaat
naar verwachting op 1 januari 2027 in. Zolang het niet in het Staatsblad staat, kan er nog iets veranderen.
Volgens de toelichting bij het ontwerpbesluit vervalt ook de oude grens van twee bewoners: je mag er met een partner of kinderen wonen. Een familiewoning krijgt geen eigen adres. Bewoners worden in beginsel ingeschreven op het adres van het hoofdhuis, en de regering schrijft er zelf bij dat dit
gevolgen kan hebben voor uitkeringen en toeslagen, met name voor de AOW en de nabestaandenuitkering.
Waarom de SVB naar de keuken kijkt, niet naar het adres
Voor de AOW draait alles om de vraag of je met iemand een gezamenlijke huishouding voert. De SVB kijkt daarbij naar
hoe je echt samenleeft. Of je op hetzelfde adres staat ingeschreven, maakt niet uit.
Iemand woont volgens de SVB bij je als jullie de meeste tijd in dezelfde woning wonen en ruimten delen. Woon je in een apart deel met een eigen ingang, keuken en badkamer, of in een apart gebouw op het adres, dan woont die persoon niet bij je. Een familiewoning met eigen voorzieningen valt daar precies onder.
Woon je wél in hetzelfde huis, dan maakt het uit met wie. Woon je alleen met je eigen kind, vader of moeder, dan krijg je de AOW voor alleenstaanden. Woon je met minimaal twee andere volwassenen, bijvoorbeeld je dochter en haar partner, dan bekijkt de SVB het per persoon. Draag je allebei bij aan het huishouden met precies één van hen, dan krijg je de AOW voor samenwonenden. Met je eigen kind kan dat
volgens de AOW niet, want dat is een bloedverwant in de eerste graad. Met een schoonzoon of schoondochter kan het wel.
Rekenvoorbeeld: dezelfde moeder, twee woonvormen
Stel: je moeder is 79, weduwe en heeft een volledige AOW. Ze gaat bij jou en je partner wonen.
- Een kamer in jullie huis. Ze betaalt mee aan de boodschappen en kookt geregeld voor het hele gezin, ook voor je partner. Dan kan de SVB oordelen dat zij en je partner samen bijdragen aan het huishouden. Haar AOW wordt €1.139,39 bruto, €1.084,13 netto.
- Een familiewoning achter in de tuin, met eigen voordeur, keukenblok en badkamer. Voor de SVB woont ze dan alleen. Haar AOW blijft €1.662,16 bruto, €1.581,55 netto.
Het verschil is €497,42 netto per maand, bijna €6.000 per jaar. Daar komt nog het vakantiegeld bij: €104,78 bruto per maand voor een alleenstaande, tegen €74,85 voor samenwonenden. De SVB beoordeelt elke situatie apart, dus dit voorbeeld laat zien waar het om draait, niet wat de uitkomst in jouw geval wordt.
Krijg je een AIO-aanvulling? Dan telt het adres wel
Heb je niet in Nederland je hele AOW opgebouwd en krijg je een
AIO-aanvulling, dan gelden strengere regels.
Voor de AIO is een kostendeler
een persoon van 27 jaar of ouder die op je adres woont, en dat kan ook je eigen kind zijn. Met een kostendeler krijg je een lagere aanvulling, ook als die persoon niets meebetaalt.
Omdat een familiewoning geen eigen huisnummer krijgt, sta je straks op het adres van je kind. Vraag de SVB daarom vóór de verhuizing hoe zij jouw situatie beoordeelt, en bewaar tekeningen of foto's waaruit blijkt dat je een eigen woonruimte hebt. Dezelfde voorzichtigheid geldt bij een
latrelatie of logeerpartner: de SVB kijkt naar het dagelijks leven, niet naar wat er op papier staat.
Zo pak je het aan
- Check de bouwregels. Kijk met de vergunningcheck in het Omgevingsloket of bij je gemeente wat er op jullie erf mag. Gemeenten mogen ruimer zijn dan de landelijke regels, niet strenger zodra het besluit geldt.
- Maak er echt een eigen woning van. Een eigen ingang, keuken en badkamer zijn precies de kenmerken die de SVB noemt.
- Geef de verhuizing op tijd door via Mijn SVB, zodat je het juiste bedrag krijgt. Te veel ontvangen AOW moet je terugbetalen.
- Denk aan de nabestaandenuitkering. Krijgt je ouder nog geen AOW maar wel een Anw-uitkering, bekijk dan ook die regels; de regering noemt die uitkering in één adem met de AOW. Wie tijdelijk intrekt voor mantelzorg, heeft weer met andere regels te maken.
Plannen jullie de familiewoning pas na 1 januari 2027, houd dan het Staatsblad en de site van je gemeente in de gaten: pas als het besluit is gepubliceerd, staat vast wat er zonder vergunning mag.
Wil je vaker zulke uitleg over je geld in je tijdlijn? Like en volg DDS op
Facebook.