Wie een woning erft, mag voor de erfbelasting kiezen tussen de WOZ-waarde van het overlijdensjaar en die van het jaar daarna. De laagste waarde is doorgaans het voordeligst. Is de aangifte al verstuurd en blijkt de volgende WOZ-waarde lager, dan kan aanpassing nog mogelijk zijn, ook wanneer de gewone bezwaartermijn is verstreken. Dat is een nuttige controle bij een nalatenschap waarin een huis zit. De WOZ-beschikking die toevallig boven op de stapel ligt, hoeft namelijk niet de gunstigste te zijn. Je hoeft evenmin automatisch de prijs te gebruiken waarvoor de woning later wordt verkocht.
Het jaartal op de beschikking kan verwarren
De
Belastingdienst legt de keuze tussen beide WOZ-jaren uit met een voorbeeld voor 2026. Is iemand dit jaar overleden, dan mogen erfgenamen de WOZ-waarde van 2026 of die van 2027 gebruiken.
Die jaartallen zijn niet hetzelfde als de waardepeildatum. De beschikking van 2026 gaat uit van 1 januari 2025. Op de beschikking van 2027 staat als waardepeildatum 1 januari 2026.
Voor een overlijden in 2026 ziet de vergelijking er dus zo uit:
| Beschikking | Waardepeildatum |
| WOZ-waarde 2026 | 1 januari 2025 |
| WOZ-waarde 2027 | 1 januari 2026 |
De waarde voor 2027 wordt pas begin volgend jaar bekendgemaakt. Nu alvast een lager bedrag verwachten, is daarom geen goede basis voor de aangifte. Huizenprijzen kunnen stijgen of dalen en de uitkomst verschilt per woning.
Een lagere woningwaarde kan duizenden euro's verschil maken
Neem een vereenvoudigd voorbeeld met twee kinderen die ieder de helft van een nalatenschap erven. Veronderstel dat de bruikbare WOZ-waarden €400.000 en €370.000 zijn. Alle andere bezittingen, schulden en omstandigheden blijven gelijk.
De lagere waarde vermindert de waarde van de gezamenlijke erfenis dan met €30.000. Per kind gaat het om €15.000 minder. Dat betekent niet dat ieder kind €15.000 terugkrijgt: het gaat om een lagere waarde waarover de
belasting wordt berekend.
Valt die volledige vermindering bij beide kinderen in het tarief van 10 procent, dan scheelt dat €1.500 erfbelasting per kind. Bij een ander tarief, een vrijstelling die nog niet volledig is benut of een andere verdeling verandert de uitkomst.
Volgens de
tarieven voor erfbelasting in 2026 betalen kinderen en partners 10 procent over het eerste belastbare deel tot €158.669 en 20 procent over het deel daarboven. De toepasselijke vrijstelling wordt eerst afgetrokken. Voor andere erfgenamen gelden andere percentages.
Een hypotheek en andere schulden blijven meetellen
De woningwaarde is maar één onderdeel van de aangifte. Een openstaande hypotheek kan de waarde van wat je erft verlagen. Ook andere bezittingen en schulden, de verdeling tussen erfgenamen en eventuele bepalingen in het testament zijn van belang.
Verander daarom bij het vergelijken van twee berekeningen alleen de WOZ-waarde. Laat de overige gegevens gelijk. Anders lijkt het verschil misschien door de beschikking te komen, terwijl tegelijk bijvoorbeeld een schuld of erfdeel anders is ingevuld.
Bewaar beide beschikkingen bij het dossier. Noteer welk jaar uiteindelijk is gebruikt en waarom. Dat maakt het makkelijker om de aangifte toe te lichten wanneer een andere erfgenaam of de Belastingdienst daar later naar vraagt.
De aangifte is al weg: wat dan?
Als de volgende WOZ-waarde nog niet bekend is, kun je volgens de Belastingdienst de waarde van het overlijdensjaar gebruiken. Komt daarna een lagere beschikking beschikbaar, dan mag je daarover bezwaar indienen, ook na de gebruikelijke termijn van zes weken.
Die mogelijkheid is specifiek van belang bij de later bekend geworden lagere WOZ-waarde. Trek daaruit niet de conclusie dat iedere fout in iedere belastingaanslag onbeperkt kan worden hersteld. Vermeld bij een verzoek duidelijk om welke nalatenschap, aanslag en beschikking het gaat.
Een fiscale waarde is geen verkoopadvies
De gunstigste waarde voor de erfbelasting bepaalt niet voor welk bedrag een erfgenaam het huis mag overnemen. Bij verkoop en verdeling spelen de belangen van alle erfgenamen een eigen rol. Dat bleek ook in een zaak waarin een
executeur een geërfd huis te goedkoop aan haar dochter verkocht.
Voor bijzondere woningen kan bovendien een andere fiscale waarderingsregel gelden. Denk aan een ingrijpende verandering vóór het overlijden, een serviceflat of een verhuurde woning. Controleer in zo'n geval eerst welke regel bij de woning past.
Leg bij een gewone geërfde woning dus twee jaartallen naast elkaar voordat je de aangifte afrondt. Is de tweede beschikking nog onderweg, zet dan een herinnering voor het moment waarop die beschikbaar komt. Zo verdwijnt een mogelijke verlaging niet ongemerkt tussen de overige post over de erfenis.