Een
gezin met drie kinderen en samen €80.000 bruto inkomen houdt van €1.000
loonsverhoging soms maar €363 over. Dat rekent het kabinet voor in
antwoorden op Kamervragen die deze week zijn gepubliceerd. Het hangt er wel van af wie van de twee ouders meer gaat verdienen.
Krijgt de ouder met het hoogste inkomen €1.000 bruto erbij, dan stijgt het netto-inkomen van het gezin met €363. Krijgt de ouder met het laagste inkomen dezelfde €1.000, dan gaat het gezin er €878 op vooruit. Dezelfde loonsverhoging levert dus ruim twee keer zoveel op als die bij de minstverdiener terechtkomt.
Het kabinet benadrukt dat het gezin er in beide gevallen op vooruitgaat. Netto armer word je van een loonsverhoging vrijwel nooit.
Het voorbeeld van het kabinet
Het kabinet rekende met de situatie in 2027 en met deze aannames:
- twee ouders met samen €80.000 bruto per jaar;
- de meestverdiener verdient tweederde van dat inkomen, de minstverdiener eenderde;
- drie kinderen tussen de 6 en 11 jaar, die drie dagen per week naar de buitenschoolse opvang gaan;
- het gezin woont in een huurwoning.
Voor de meestverdiener betekent €1.000 erbij een marginale druk van 64 procent: van elke extra euro gaat 64 cent naar belasting of naar lagere
toeslagen. Voor de minstverdiener is de marginale druk 12 procent.
Waarom de ene euro meer oplevert dan de andere
Toeslagen zoals het
kindgebonden budget en de
kinderopvangtoeslag hangen af van het gezamenlijke inkomen van het gezin. De belasting en de heffingskortingen worden per persoon berekend, over het eigen inkomen van elke ouder.
Daardoor kan dezelfde €1.000 bij de ene ouder veel minder opleveren dan bij de andere. Het kabinet geeft in zijn antwoord alleen de uitkomst, maar voor gezinnen kan het lonen om te kijken wie van de twee meer uren gaat werken.
Hoe vaak komt zo'n hoge druk voor?
Een marginale druk van 64 procent is hoog, maar niet uitzonderlijk. Volgens het kabinet heeft 83 procent van de werkenden een marginale druk van 60 procent of lager. Een druk van meer dan 90 procent komt niet of nauwelijks voor. Aanvullende regelingen van gemeenten zijn daarbij niet meegeteld.
Een uitzondering noemt het kabinet zelf: huishoudens met een hoger inkomen die kinderopvang gebruiken, vooral dagopvang. Voor hen kan een dag extra werken nu weinig opleveren of zelfs geld kosten.
Wat er aan de kinderopvang verandert
Het kabinet wil daar een eind aan maken met een nieuw stelsel. In plaats van de kinderopvangtoeslag komt er
vanaf 2029 een inkomensonafhankelijke vergoeding: alle werkende ouders krijgen dan 95,6 procent van de maximum uurprijs vergoed en betalen een beperkte eigen bijdrage. Tot die tijd blijft de kinderopvangtoeslag afhankelijk van je inkomen.
In 2027 gaat de
kinderopvangtoeslag al wel omhoog. Volgens het kabinet krijgen werkende ouders met een gezamenlijk toetsingsinkomen tot ongeveer €72.000 dan het maximale vergoedingspercentage. Het gezin uit het voorbeeld zit daar met €80.000 boven.
Zo reken je je eigen situatie door
- Kijk wie de extra uren maakt. Bij twee werkende ouders kan het verschil per €1.000 honderden euro's netto zijn.
- Gebruik de proefberekening van Dienst Toeslagen. Vul je nieuwe inkomen in en zie wat er met je toeslagen gebeurt.
- Geef een hoger inkomen op tijd door. Krijg je toeslagen, pas je inkomen dan aan zodra je meer gaat verdienen. Zo voorkom je dat je achteraf moet terugbetalen.
- Vergelijk ook andere gezinnen. Het kabinet rekende eerder al uit wat een gezin in de bijstand of een alleenstaande ouder met modaal loon in 2027 overhoudt.
De bedragen gelden voor het voorbeeldgezin van het kabinet in 2027. Met een andere verdeling van het inkomen, andere kinderopvang of een koopwoning pakt het anders uit.
Wil je vaker zulke uitleg over je geld in je tijdlijn? Like en volg DDS op
Facebook.