Ouders en twee kinderen dragen verhuisdozen een rijtjeshuis binnen
Gemaakt met ChatGPT van OpenAI

Kabinet rekent voor: gezin met hypotheekrenteaftrek krijgt in 2027 tot €4.711 meer aan belastingvoordeel en toeslagen dan een huurgezin

Economie•

Wilt u DDS vaker zien?

Stel DDS in als voorkeursbron op Google.

Voeg DDS toe op Google
Volg ons op Google Nieuws
Een gezin met een koophuis en hypotheekrenteaftrek krijgt in 2027 tot €4.711 per jaar meer aan belastingvoordeel, kortingen en toeslagen dan een vergelijkbaar gezin dat huurt. Dat rekent het kabinet voor in de antwoorden op Kamervragen over het Belastingplan 2027, die op 9 oktober naar de Tweede Kamer gingen. Bij een lager inkomen draait het om: dan is juist de huurder ruim €5.000 beter af.
De oorzaak zit in één getal op je aangifte: het verzamelinkomen. Wie hypotheekrente aftrekt, verlaagt dat inkomen. En juist dat verzamelinkomen bepaalt hoeveel heffingskorting, kindgebonden budget en andere toeslagen je krijgt.

Zo werkt het doorrekenvoorbeeld

Het kabinet rekent met gezinnen met twee kinderen tussen 6 en 11 jaar, die drie dagen per week naar de buitenschoolse opvang gaan. De kopers hebben een huis met een WOZ-waarde van €500.000, een hypotheekschuld van €250.000 en 4 procent rente. Dat is €10.000 rente per jaar. Daar staat €1.750 eigenwoningforfait tegenover. De huurders betalen €706 huur per maand.
De woonlasten zelf, dus de huur of de rente, zitten niet in de vergelijking. Het gaat om wat de overheid je via belasting en toeslagen geeft of laat houden.

Tweeverdieners met €80.000: €4.711 verschil

Een paar dat samen €80.000 verdient (elk €40.000) komt met de aftrek uit op een belastbaar inkomen van €71.750. Het rekenvoorbeeld laat zien wat dat doet:
  • het netto-inkomen stijgt van €70.545 naar €74.087;
  • het kindgebonden budget gaat van €2.257 naar €2.921;
  • de kinderopvangtoeslag gaat van €16.835 naar €17.341.
Na toeslagen en de kosten van de opvang houdt het koopgezin €78.038 over, tegen €73.327 voor het huurgezin. Dat verschil van €4.711 bestaat voor een deel uit het gewone belastingvoordeel van de aftrek, maar ook uit hogere toeslagen en een hogere algemene heffingskorting.

Alleenstaande ouder met €50.000: €3.233 verschil

Bij een alleenstaande ouder met €50.000 inkomen werkt het hetzelfde. Met de aftrek zakt het belastbaar inkomen naar €41.750. De algemene heffingskorting stijgt daardoor van €1.942 naar €2.466. Het kindgebonden budget gaat van €7.400 naar €8.064, en de koper krijgt nog €189 zorgtoeslag, de huurder niets.
De huurder krijgt wel €1.292 huurtoeslag. Toch blijft de koper per saldo voor: €55.240 tegen €52.007, een verschil van €3.233 per jaar.

Bij €30.000 inkomen wint de huurder

Bij een alleenstaande ouder met €30.000 inkomen pakt het andersom uit. Hier levert de aftrek geen hogere kortingen of toeslagen op, want die zitten op dit inkomen al op het maximum. De huurder krijgt wel €5.143 huurtoeslag, die de koper niet krijgt. Het huurgezin houdt na toeslagen en opvangkosten €46.790 over, het koopgezin €41.648. Dat is €5.142 in het voordeel van de huurder.
Het effect geldt dus vooral voor inkomens op het afbouwpad: het stuk waar heffingskortingen en toeslagen langzaam minder worden naarmate je meer verdient.

Om hoeveel geld het in totaal gaat

Het kabinet schat dat de hypotheekrenteaftrek via dit effect jaarlijks zo'n €880 miljoen extra algemene heffingskorting oplevert, €70 miljoen extra ouderenkorting en €680 miljoen extra toeslagen. Een hoger aftrektarief verandert daar niets aan: alleen een lager verzamelinkomen telt mee.
Eerder rekende het kabinet al voor wat een alleenstaande AOW'er zonder aanvullend pensioen in 2027 krijgt. Voor kopers speelt ook de hypotheekrente van dit moment een rol: hoe hoger de rente, hoe groter je aftrekpost.

Wat je zelf kunt doen

Heb je een hypotheek en krijg je toeslagen of kindgebonden budget? Geef dan bij Dienst Toeslagen een inkomen door ná aftrek van je hypotheekrente. Wie zijn bruto-inkomen doorgeeft, krijgt maandelijks te weinig en hoort pas bij de definitieve berekening dat er nog geld terugkomt.
Let er ook op dat de aftrek niet eeuwig duurt. Voor leningen vanaf 2013 geldt de aftrek maximaal 30 jaar en alleen als je annuïtair of lineair aflost. Valt je aftrek weg, dan stijgt je verzamelinkomen en kunnen je toeslagen en kortingen dalen.
Je eigen bedragen zie je op de proefberekening van Dienst Toeslagen. Vul daar het inkomen na aftrek in en vergelijk het met het bedrag dat je nu krijgt.
Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading