Afbeelding gemaakt met ChatGPT van OpenAI

Hoog-laagpensioen bij ABP en PFZW: vóór je AOW betaal je 35,75 procent belasting over het hoge deel, vanaf je AOW 17,85 procent

Economie•

Wilt u DDS vaker zien?

Stel DDS in als voorkeursbron op Google.

Voeg DDS toe op Google
Volg ons op Google Nieuws
Wie bij grote pensioenfondsen zoals ABP of PFZW met pensioen gaat, kan via een hoog-laagconstructie kiezen voor eerst een aantal jaren een hogere maanduitkering en daarna levenslang een lager bedrag. Laat je dat hoge pensioenbedrag echter al vóór je AOW-leeftijd ingaan, dan betaal je volgens de belastingtarieven en heffingskortingen van de Belastingdienst voor 2026 in de eerste belastingschijf 35,75 procent belasting over elke euro, terwijl dat tarief vanaf de dag dat je de AOW-leeftijd bereikt daalt naar 17,85 procent.
Voor duizenden oudere werknemers in de zorg, het onderwijs en bij de overheid die rond de jaarwisseling of begin 2027 willen stoppen met werken, is dit hét moment waarop de knoop moet worden doorgehakt. Je legt de verdeling tussen hoog en laag namelijk eenmalig vast bij het aanvragen van je pensioen in MijnABP of MijnPFZW; zodra je eerste pensioenbetaling is gestart, kun je die keuze nooit meer terugdraaien.

Hoe de 100:75-regel werkt bij ABP en PFZW

Het basisidee achter een hoog-laagpensioen is eenvoudig: in plaats van levenslang elke maand exact hetzelfde brutobedrag te ontvangen, haal je een deel van je eigen pensioenpot naar voren voor de eerste jaren waarin je nog volop wilt reizen, een eigen woning aflost of het gemis van je nog niet ingegane AOW wilt opvangen. Om te voorkomen dat gepensioneerden op hogere leeftijd in geldnood komen, stelt de belastingwet een harde grens aan dat verschil via de zogeheten 100:75-regel: het lagere pensioenbedrag moet altijd minimaal 75 procent bedragen van het hoge bedrag.
Bij een keuze voor een tijdelijk hoger of lager pensioen bij ABP mag je de eerste periode laten doorlopen tot je AOW-leeftijd of tot een zelfgekozen leeftijd van uiterlijk 78 jaar. Ook binnen de pensioenkeuzes bij PFZW kun je in de online planner precies aangeven hoeveel jaar je eerst een hoger bedrag wilt ontvangen voordat de levenslange lagere uitkering ingaat. Houd er wel rekening mee dat een hoog-laagpensioen wettelijk nooit mag worden gecombineerd met het opnemen van een 'bedrag ineens' van maximaal 10 procent op je pensioendatum.

Waarom een hoge uitkering vóór je AOW-leeftijd bijna twee keer zo zwaar wordt belast

Veel deelnemers die één, twee of drie jaar vóór hun 67e verjaardag willen stoppen met werken, zetten hun pensioen in die overbruggingsjaren automatisch op de hoogste stand (100) en laten het bedrag op hun AOW-leeftijd terugzakken naar 75. Bruto oogt dat in de pensioenplanner logisch, omdat je totale maandinkomen vóór en na je AOW-leeftijd dan mooi vlak blijft. Fiscaal pakt die keuze alleen heel anders uit doordat je vóór je AOW-leeftijd nog 17,90 procent AOW-premie betaalt over je inkomen in de eerste belastingschijf.
In 2026 betaalt iedereen die de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt 35,75 procent loon- en inkomstenbelasting over het belastbaar inkomen tot en met €38.883. Vanaf de maand waarin je de AOW-leeftijd bereikt, vervalt de AOW-premie en zakt het tarief in diezelfde eerste schijf tot €38.883 naar 17,85 procent. Bovendien heb je pas vanaf het kalenderjaar waarin je de AOW-leeftijd bereikt recht op de ouderenkorting van maximaal €2.067 per jaar (bij een verzamelinkomen tot €46.002 in 2026).
Haal je via de 100:75-regel pensioengeld naar voren naar de jaren vóór je 67e, dan verschuif je dus bruto-euro's die na je AOW-leeftijd tegen 17,85 procent zouden zijn belast naar een periode waarin de fiscus 35,75 procent inhoudt. Tegelijkertijd accepteer je dat je vanaf je AOW-leeftijd - juist wanneer het gunstige belastingtarief van 17,85 procent ingaat - de rest van je leven genoegen moet nemen met het verlaagde pensioenbedrag van 75 procent.

Rekenvoorbeeld: €6.000 bruto per jaar naar voren halen vóór of vanaf je AOW

Stel dat je met de hoog-laagregeling gedurende vijf jaar €6.000 bruto per jaar (€500 bruto per maand) extra laat uitkeren ten opzichte van de latere jaren, en dat je totale jaarinkomen binnen de eerste belastingschijf van €38.883 blijft. Laat je die hoge periode ingaan tussen je 62e en 67e jaar (vóór je AOW), dan gaat er van die €6.000 bruto elk jaar 35,75 procent (€2.145) aan inkomstenbelasting af en houd je €3.855 netto over (nog afgezien van de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet van 4,85 procent).
Wacht je met het inzetten van de hoog-laagconstructie tot je AOW-leeftijd van 67 jaar - zodat je van je 67e tot je 72e of 75e de hoge uitkering van 100 procent ontvangt en daarna 75 procent - dan valt die €6.000 bruto per jaar in het AOW-tarief van 17,85 procent (zolang je AOW en pensioen samen onder €38.883 blijven). De belastingheffing over dat extra pensioendeel bedraagt dan slechts €1.071 per jaar, waardoor je €4.929 netto overhoudt: een netto-voordeel van €1.074 per jaar, oftewel €5.370 netto over een hoge periode van vijf jaar.
Let daarbij wel scherp op de bovengrens van de eerste belastingschijf. Ontvang je in 2026 een volledige alleenstaanden-AOW (circa €21.200 bruto per jaar inclusief vakantiegeld), dan heb je in de eerste schijf tot €38.883 nog ongeveer €17.680 aan ruimte tegen het lage tarief van 17,85 procent; voor wie samenwoont of getrouwd is (circa €14.570 bruto AOW per persoon per jaar) is die ruimte in de eerste schijf zelfs ruim €24.300 per jaar. Alles wat je aan aanvullend pensioen boven €38.883 uitkomt, valt in de tweede schijf en wordt ook na je AOW-leeftijd belast tegen 37,56 procent, terwijl boven een verzamelinkomen van €46.002 bovendien de ouderenkorting met 15 procent begint af te bouwen.

Zo maak je de juiste berekening in MijnABP of MijnPFZW

Ga je binnen nu en een halfjaar met pensioen, zet dan in de online pensioenplanner van MijnABP of MijnPFZW altijd drie varianten naast elkaar op nettobasis: een gelijkblijvend pensioen, een hoog-laagpensioen vóór je AOW-leeftijd en een hoog-laagpensioen dat pas op je AOW-datum met het hoge bedrag start. Controleer daarnaast of beide uitkeringsinstanties straks niet tegelijkertijd de loonheffingskorting en dezelfde eerste belastingschijf toepassen; door de loonheffingskorting alleen op je AOW bij de SVB aan te zetten en bij noodzaak een voorlopige aanslag in te vullen, voorkom je achteraf een onverwachte naheffing van de Belastingdienst.
Wil je vaker zulke uitleg over je geld in je tijdlijn? Like en volg DDS op Facebook.
Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading