Naar inhoud springen
Man sluit zijn laptop in de studeerkamer terwijl zijn vrouw met twee glazen thee binnenkomt.
Afbeelding gemaakt met ChatGPT van OpenAI

Vermogenswinstbelasting uiterlijk per 2029 en geen 7,87 procent box 3-rendement in 2027: kabinet past plan voor beleggers aan

Economie•

Wilt u DDS vaker zien?

Stel DDS in als voorkeursbron op Google.

Voeg DDS toe op Google
Volg ons op Google Nieuws
Het kabinet laat het plan vallen om het verondersteld rendement op beleggingen in box 3 voor 2027 te verhogen naar 7,87 procent. Dat staat in de Kamerbrief over aanpassingen van het Belastingplan en box 3 van 3 november. In 2026 rekent de Belastingdienst voor beleggingen en andere bezittingen met 6,00 procent. Ook de voorgestelde verlaging van het heffingsvrij vermogen naar €30.846 per persoon gaat er volgens de brief uit.
Onder die beleggingen en andere bezittingen vallen onder meer aandelen, obligaties, beleggingsfondsen, een tweede woning, een woning die je verhuurt en crypto's. Voor spaargeld geldt een apart, lager percentage. Heb je alleen spaargeld, dan had de verhoging naar 7,87 procent je dus niet geraakt.
Het blijft een kabinetsvoorstel. De Tweede Kamer debatteert vanaf 4 november over het Belastingplan en stemt op 12 november. Daarna moet de Eerste Kamer nog instemmen.

Wat het kabinet op 29 september voorstelde

In de novelle bij de nieuwe box 3-wet wilde het kabinet het percentage voor overige bezittingen in 2027 met 1,5 procentpunt verhogen. Die verhoging kwam bovenop de gewone jaarlijkse berekening, en zo zou het percentage volgens de memorie van toelichting bij de novelle uitkomen op 7,87 procent. Het kabinet wilde zo huur en het voordeel van eigen gebruik van vastgoed beter laten meetellen. Tegelijk zou het heffingsvrij vermogen dalen van €59.357 naar €30.846 per belastingplichtige, het niveau van 2020.
Welk percentage voor beleggingen in 2027 geldt, volgt nog. Volgens de wet wordt dat bij het begin van het jaar bij ministeriële regeling vastgesteld. Voor box 3 over 2027 telt de waarde van je bezittingen op de peildatum 1 januari 2027.

Zo groot was het verschil voor een belegger

De Belastingdienst rekent box 3 in stappen: per soort bezit een vast rendement, daarvan het deel dat hoort bij je vermogen boven het heffingsvrij vermogen, en daarover 36 procent. Zonder de maatregelen rekenen we hieronder met de cijfers van 2026: €59.357 vrij per persoon, 6,00 procent op beleggingen en voorlopig 1,28 procent op spaargeld. Voor het plan nemen we €30.846 en 7,87 procent, en verder dezelfde cijfers.
Stel: je bent alleenstaand en hebt op 1 januari €100.000 in fondsen en €25.000 op je spaarrekening, zonder schulden. Met de cijfers van 2026 is je verondersteld rendement €6.320. Van je €125.000 valt 52,51 procent boven de grens, en je betaalt €1.195 box 3. Met het plan was je verondersteld rendement €8.190 geweest en viel 75,32 procent boven de grens: €2.221 box 3, ruim €1.000 meer.
Alleen al de 1,5 procentpunt extra betekent op €100.000 aan beleggingen €1.500 meer verondersteld rendement. Met de grens van 2026 kost dat deze belegger ongeveer €284 box 3.
Stel: je bent getrouwd en jullie hebben samen €150.000 in aandelen en fondsen en €50.000 spaargeld. Als fiscale partners hebben jullie samen €118.714 vrij, en met de cijfers van 2026 betalen jullie samen €1.410 box 3. Met het plan was de vrije grens samen €61.692 geweest en kwam de rekening op €3.098, bijna €1.700 meer.
Over 2027 valt je aanslag anders uit dan in deze voorbeelden. Het percentage voor beleggingen in 2027 volgt nog, het heffingsvrij vermogen wordt normaal gesproken jaarlijks geïndexeerd en ook het percentage van 1,28 procent voor spaargeld is nog voorlopig.

Lager rendement gehaald? Dan telt dat

Het vaste percentage is een veronderstelling. Was je echte rendement lager, dan mag je dat in je aangifte doorgeven, en dan rekent de Belastingdienst met het bedrag dat voor jou het voordeligst is. Onder je werkelijk rendement vallen rente, dividend en ook de waardestijging of waardedaling van je aandelen, crypto's of tweede woning. Een heffingsvrij vermogen is er dan niet, kosten mag je op twee uitzonderingen na niet aftrekken en een negatief rendement wordt op nul gezet.
Gebruik je een tweede woning zelf, dan komt er vanaf 2026 een bijtelling voor eigen gebruik bij je werkelijk rendement. Die bereken je met de huurwaarde of met 5,06 procent van de WOZ-waarde, naar verhouding van de dagen dat je de woning zelf kunt gebruiken.
In de brief van 3 november staat ook dat het kabinet de kosten van deze tegenbewijsregeling lager inschat. De Raad van State had erop gewezen dat die kosten kleiner kunnen uitvallen dan eerst ingeschat. Op basis van de actuele cijfers heeft het kabinet daarom een afslag gedaan op de raming. Een wijziging van de regeling zelf staat niet in de brief.

Vermogenswinstbelasting uiterlijk in 2029

In het plan van 29 september zou de vermogenswinstbelasting in box 3 per 2028 ingaan. Volgens de brief van 3 november komt die uiterlijk per 2029, en per 2028 als dat na gesprekken met de banken mogelijk blijkt. Het kabinet past de novelle daarop aan.
Daarmee wil het kabinet tegemoetkomen aan de zorgen van de Raad van State en aan de uitkomsten van de uitvoeringstoets. Tot er nieuwe wetgeving is, rekent de Belastingdienst met de vaste percentages, tenzij je een lager werkelijk rendement doorgeeft.
Zet op een rij wat je in box 3 hebt: spaargeld, beleggingen, crypto, een tweede woning en schulden. Wil je over 2026 je werkelijk rendement doorgeven, zoek dan de jaaroverzichten van je bank en broker alvast op. Of de lagere grens en het hogere percentage voor 2027 echt verdwijnen, hangt af van de stemming in de Tweede Kamer op 12 november en daarna van de Eerste Kamer.
Wil je zien wat box 3 over jouw beleggingen kost? Reken box 3 over 2026 uit voor je spaargeld, beleggingen en schulden en vergelijk de uitkomst met 2027 en 2028, met de box 3-calculator van Box3Wacht, de rekensite van DDS.
Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading